Bram werd door een priester misbruikt op internaat
Bram (54) ontvangt ons in een prachtig huis, middenin de groene rand rond Antwerpen. Alles hier straalt rust en natuur uit. “Hier ben ik in mijn element. Dit is thuis voor mij”. Niets aan de vijftiger doet vermoeden dat hij een zeer traumatische jeugd beleefde. En toch sleepte hij jarenlang een geheim met zich mee dat hem tekende. “Ik vraag me vaak af hoe mijn leven anders had kunnen lopen zonder het misbruik. Maar ik heb veel om tevreden te zijn. Ik heb er vandaag vrede mee”.
De man was ondertussen ruim in de tachtig maar voor mij was hij nog steeds dezelfde mens.
Ik was een rebels aangelegd kind. Altijd geweest. Grote mond opzetten tegen de leraar, kattenkwaad uithalen, geen slechte student maar ik haalde niet de fantastische punten de die mijn broers wel haalden… Een kleine anarchist. Dat resulteerde in een hard verdict op het einde van het zesde leerjaar. “Dat manneke moet hier niet naar het humaniora komen”, kregen mijn ouders te horen. Dat was een hevige schok bij ons thuis. Ik wou dat het toen anders was gelopen. Want daar begint mijn verhaal als slachtoffer van kindermisbruik. Mijn ouders stuurden me op internaat. Een school van beton en torentjes waar ik als natuurmens echt niet thuishoorde. Ik was er ongelukkig en dat straal je ook uit. Het maakte me een makkelijke prooi voor pestkoppen. Ik heb als jong ventje serieus moeten incasseren op de speelplaats en in de recreatieruimte waar we ’s avonds zaten. Het was daar dat ik in contact kwam met een priester die heel vriendelijk voor me was. Soms mochten we in zijn kamer televisie gaan kijken. In groep of alleen. Ik vond dat een beloning. Al wist ik niet waarvoor ik die kreeg. Ik had niet bepaald goede punten. Maar ik vond het ook niet onaangenaam om bij die priester te schuilen voor de pesterijen. Hij nam me al eens op schoot wat ik wat raar vond maar heel veel vragen stelde ik me daar niet bij. Hij was ook de leerkracht die ons seksuele opvoeding gaf. In de klas ging dat op de manier die toen gebruikelijk was. Ik weet nog hoe tof we het vonden om een tekening van een naakte vrouw te zien. Tijdens de les, dan nog. Niet veel later had hij meer studiemateriaal mee voor op zijn kamer: pornofilms. Vandaag zal een 13-jarige misschien beter op de hoogte zijn maar voor mij was dat een compleet nieuw gegeven. Mijn lichaam reageerde er uiteraard op. Dat is normaal. Het reageerde op de vrouwen die in beeld kwamen, niet op die smerige pastoor die mij porno voorschotelde. Ik ga niet in details gaan maar toen gebeurde wat ik niet wou. Laat het mij zo zeggen: zaken die je niet leerde in de les seksuele opvoeding omdat ze pasten in de katholieke visie op seksualiteit. Dat is twee jaar blijven duren.
Ik heb er al die tijd over gezwegen. Ik zou niet weten wie ik er over had moeten aanspreken. Ik had er ook de woorden niet voor. Ik herinner me wel dat ik mijn moeder verteld heb dat ik op de kamer van de priester televisie mocht kijken en daar snoepjes kreeg. Was dat om haar op hoogte te brengen? Om ergens een alarmbelletje te doen afgaan? Ik weet het niet. Als het dat was, had het in ieder geval niet dat resultaat. In die tijd werd er niet over pedofilie gepraat, mijn ouders waren brave katholieke mensen die zich niet konden voorstellen dat een priester kinderen zou misbruiken. Ik denk dat ze eerder trots was dat ik daar mocht komen. Ze hoopte dat hij me onder zijn vleugels zou nemen en dat ik beter zou gaan studeren. Ik heb mijn moeder toen ze in de tachtig was verteld wat er toen gebeurd was. Ze geloofde me direct. Daar was ik blij om. Misschien had ik als kind meer moeten zeggen. Al geloof ik nooit dat ze me toen zouden geloofd hebben. Ik herinner me trouwens dat er op een bepaald moment wel gesproken werd over seksueel misbruik op de school. Toen werd een verhaal opgedist dat mensen van buiten de school over de muur waren gekropen om kinderen lastig te vallen. En daarmee was alles gezegd. Iedereen die dat verhaal hoorde, wist meteen dat het onzin was. Het sloeg nergens op. Maar wie ging de priesters tegenspreken? Ze zouden voortaan de deur dichthouden en het was opgelost. Maar de pedofiel zat al jaren binnen.
Mijn slechte punten hebben me uiteindelijk gered. Ik moest de school verlaten. Ik ging naar een andere school. Ik wou echt iets met mijn handen doen. Het begin van een nieuw leven.
Op deze school werd ik een andere mens. Ik was niet meer dat klein ventje dat gepest werd. Ik was een stevige jonge kerel geworden, had vrienden en presteerde goed op school. Ik was eindelijk iemand. Ik bloeide open. Ik ben altijd fier geweest op mezelf dat ik niet zelf mensen begon te pesten. Integendeel, ik kwam op voor wie gepest werd. Voor mij was dat heel simpel. Ik ging aan de kant van de zwakkere staan.
Mijn schooltijd na het internaat was gewoon een heel mooie tijd. Ik heb er ook mijn vrouw ontmoet. Na de humaniora gingen we al snel samenwonen. Het misbruik van destijds was in alles veraf. En ook weer niet. Ik was geen makkelijke mens. Nog steeds rebels maar met een scherper kantje. Met een enorme afkeer van alles wat met de kerk heeft te maken. Ik liep wat dat betreft echt met wraakgevoelens rond. En ik had een drang naar alcohol. Ik ga niet rond de pot draaien: ik kon altijd heel hard werken maar na mijn uren werd er stevig gedronken. Ik had een drankprobleem. Drank heeft me soms overeind gehouden. Al weet ik ook dat niemand ‘een zatlap’ gelooft. Ik was al een aantal jaren geheelonthouder voor ik naar de commissie stapte.
Confrontatie in de kerk
Ervoor had ik het mijn vrouw al verteld, redelijk snel. Dat was de eerste keer dat ik er mee naar buiten kwam. En ze reageerde zoals velen doen bij misbruik. “Dat is heel erg voor je”, zei ze, “maar houd dat vooral voor uzelf. Daar mee naar buiten komen, is nergens goed voor”. Ik heb ook echt geprobeerd om haar advies te volgen. Maar dat gevoel van onrechtvaardigheid en woede stak toch regelmatig zijn kop boven water en ik werd alsmaar kwader. Tot op het punt dat ik besloot om de priester op te zoeken. En dat heb ik gedaan.
Ik was begin de twintig, een kleine 10 jaar na de feiten. Het was een maandagavond in de winter. Het was donker buiten en ik zag hem zich door het raam aan de achterkant van de kerk klaar maken om de mis op te dragen. Ik heb de mis gevolgd, ben een hostie gaan halen en heb hem aangekeken. Ik weet zeker dat hij mij herkende. Ik was dan wel een man geworden, maar op 10 jaar herken je het kind nog dat je misbruikt hebt. Ik heb iets gezegd, de hostie weggegooid… (zucht)…ik weet het allemaal niet juist. Ik heb zeker geen geweld gepleegd. Dat weet ik wel. Het was een confronterende ervaring en op de één of andere manier heeft dat geholpen om het weer even te begraven.
En zo waren er nog incidentjes in de loop der jaren. Dat ik het ergens kwijt moest. Ik herinner met dat ik zwaar beschonken een abdij heb gebeld. Ik wilde hen vragen om te helpen bij de huisvesting van mensen die niks meer hadden en die ik mee had helpen opvangen. Op één of andere manier ben ik met die man aan de praat geraakt en heb ik mijn hele verhaal verteld. Die had me kunnen afwimpelen. Ik zal wel dronken overgekomen zijn. Maar dat deed hij niet. Hij bleef luisteren en bracht begrip op. Dat was hartverwarmend.
Thuis was het een gewoonte geworden dat telkens wanneer er iets op televisie was over misbruik, mijn vrouw zei: “kom, zet iets anders op”. Ze weet heel goed dat het bij mij iets in gang zet. Ik ga niet zeggen dat het mijn leven domineerde. Maar het was er. Altijd. Tot ik de televisie eens niet van kanaal veranderde en het nummer 1712 in beeld kwam. Ik heb gebeld. Nog eens mijn verhaal kunnen doen aan iemand van de commissie. “Weer wat druk van de ketel kunnen laten en verder”, dacht ik. Maar dit keer was het anders. De vrouw van de commissie belde mij een paar dagen later op. Zij vroeg mij of het met me ging en welke volgende stappen ik wou ondernemen. Dat was voor mij hét moment dat ik besefte dat ik inderdaad verdere stappen wou zetten. Ik heb altijd gevoeld dat ik mensen lastigviel met mijn verhaal. Maar zij luisterden naar mij en belden mij op. Dat was echt een groot verschil. Dat is nu een aantal jaar geleden. En ik wist snel wat ik wou. Ik wou een confrontatie met die man. Ik wou dat hij mijn verhaal hoorden en ik wou hem vragen waarom.
Een relatietje zo
Die confrontatie werd door de commissie zeer goed voorbereid. Ik was er psychologisch klaar voor, had mijn vragen en opmerkingen bij de hand. Allemaal zaken die ik op mijn eentje nooit had kunnen klaarkrijgen. Ik heb ze wel niet allemaal gesteld. Op één of andere manier kwam dat er niet van. Ik weet bijvoorbeeld dat ik graag wou weten of hij besefte wat ze met pedofielen in de gevangenis doen. Misschien vond ik dat ineens niet meer relevant. Ik ben al veel vergeten van die ontmoeting. Ik vond dat hij er nog net zo uitzag als toen ik een kind was. De man was ondertussen een tachtiger maar voor mij was hij nog steeds dezelfde mens.
Heb ik excuses gehad? Nee, niet met zoveel woorden. Hij herinnerde mij wel nog. En ook wel dat er misschien wel dingen gebeurd waren die niet hadden moeten gebeuren. Uiteindelijk kwam er ook uit dat hij wel verwachtte dat er ooit iemand op zijn deur zou komen kloppen om verhaal te halen. Onze confrontatie in de kerk, zat er ook nog in. Maar het stond in ieder geval in schril contrast met mijn herinneringen die nog haarscherp waren. Ik herinner mij een film die hij mij getoond had en hoe hij misbruik maakte van de reactie van mijn lichaam op die beelden. Voor hem was dat te ver weg of hij deed alsof hij het niet meer wist. Je zag hem worstelen. Als je alle puzzelstukjes bij mekaar telde, had je wel het gevoel van een bekentenis. Dat was voor mij belangrijk. Ik heb heel lang gedacht dat het toch ergens mijn schuld was. Dat ik hem op één of andere manier had uitgelokt om die dingen te doen. Vrouwen die verkracht zijn, hebben dat gevoel ook. Vandaag weet en voel ik dat dat niet waar is. Dat is belangrijker dan het feit dat hij op dat moment de feiten toch bleef minimaliseren. Een beetje zoals bisschop Vangheluwe deed. Het was ‘een relatietje zo’. Wel was hij bereid tot een compensatie, we zijn overeen gekomen dat hij een goed doel zou steunen. Ook daar zag ik een bekentenis in, zonder de grote woorden. Hij is akkoord gegaan om het bisdom op de hoogte te brengen van wat er gebeurd is. Op die manier zouden andere slachtoffers sneller geloofd worden. Ik ben beter uit dat gesprek gekomen. Ik kon er nadien makkelijker over praten zoals recent nog met mijn moeder en mijn broer.
Vandaag vraag ik me wel eens af hoe het leven er anders had kunnen uitzien, zonder dat misbruik? Had ik geen last gehad van een alcoholprobleem? Was ik wel een goede student geworden en had ik iets anders gedaan met mijn leven? Dat ga ik allemaal nooit weten. En dan denk ik: tja, als ik op een verkeerd moment de straat had overgestoken, zag mijn leven er ook anders uit. Dat is voor iedereen zo. Dat is het leven. Ik begrijp mezelf ook beter nu ik er meer vrede mee heb. Mijn angst om mijn kinderen op kamp te laten vertrekken bijvoorbeeld. Dat wantrouwen tegenover de wereld zat heel diep. Ik ben niet altijd een makkelijke vader geweest. En vandaag zie ik dezelfde reflex bij mijn kleinkinderen. Alleen, ik kan die niet tegenhouden als hun ouders hen op kamp sturen. Maar als ze hier zijn, zijn het mijn kinderen. Ik heb er vrede mee. Dat heb ik al gezegd, he. Maar het is zo. Een grote fan van de katholieke kerk zal ik wel nooit meer worden. Ik vermoed dat ze al langer op de hoogte waren maar dat ze kozen om daar geen ruchtbaarheid aan te geven. Dat zal voor mij altijd onaanvaardbaar blijven.