Gedaan met laden. U bevindt zich op: Oog in oog met meer dan een kwarteeuw ontkenning en stilte na seksueel misbruik Comeb

Oog in oog met meer dan een kwarteeuw ontkenning en stilte na seksueel misbruik

Luc stapte bij het begin van de coronaperiode naar de Commissie Erkenning en Bemiddeling. Meer dan 27 jaar na het seksueel misbruik waar hij slachtoffer van werd, besloot hij de plegers te confronteren. “Vandaag ben ik er een ander mens door geworden. Ik ben zeer blij dat ik die stap gezet heb. Bij gebrek aan beter woord, zal ik het een bevrijding noemen. Ik sta weer open voor het leven”.

En toen vroeg ik hem of ik hem een knuffel mocht geven.

Luc heeft het moeilijk om het misbruik te omschrijven. Niet uit schroom, maar omdat wat hem toen is aangedaan vandaag anders aanvoelt dan de harde woorden die er op kleven. Die liegen er nochtans niet om. Het misbruik ging door van zijn 9ste tot zijn 22ste en werd gepleegd door twee daders die geen contact hadden met elkaar. “Als ik er een label moet opplakken is dat dus ‘langdurig en veelvuldig misbruik’, zowel psychisch als fysiek. En dat psychisch gaat over doodsbedreigingen en mentale terreur. Moet ik daarbij zeggen dat verkrachting daar bij hoort? Mag ik daarover oordelen als je het uitschrijft. Ik voel schroom om het zo uit te spreken. Maar daar gaat het toch over uiteindelijk. Ik wil het niet hebben over de details, bedoel ik. De omstandigheden, de harde feiten. Die houd ik voor mezelf. Het gaat me daar vandaag ook niet meer over. Mag ik het houden op langdurig en veelvuldig misbruik met verkrachting en doodsbedreigingen. Daar gaat het over”.

Een geheim dat je meer dan 27 jaar met je meegedragen hebt voor je naar de commissie stapte.

Luc: “Ik heb dat al die tijd zelfs nooit echt aangevoeld als misbruik. Ik was er me zelfs niet van bewust dat het op mijn leven een invloed had gehad. Voor mij was het…iets dat gebeurd was. En dat ‘iets’ heb ik nooit benoemd. Nooit. Waarom ik dat op die manier heb kunnen wegzetten? Die vraag heb ik me lang gesteld voor ik er een antwoord op had. Het is nochtans een eenvoudig antwoord. Als ik het zou hebben benoemd, zou ik er ook conclusies aan moeten verbinden en aanvaarden dat dit met mij gebeurd is. Dan moest ik er iets mee doen. Slachtoffer zijn. Toegeven dat dit een impact zou hebben op mijn emotioneel leven. Op wie ik ben. En dat wou ik niet. Daar wou ik niet aan toegeven. Maar ook als je daar niet aan toegeeft, laat het zich voelen in je persoonlijke groei. Je ontsnapt er niet aan.”

Hoe?

Luc: “Ik heb het altijd heel moeilijk gehad om relaties te kunnen aanknopen. Ook een ‘normale’ seksuele beleving, kon ik niet beleven. En telkens zocht ik de oorzaak bij de ander. Mijn relaties bleven zeer oppervlakkig. Ik ga niet beweren dat al die jaren doffe ellende waren. Dat is niet zo. Ik heb uitbundig geleefd. Zowel professioneel als privé. Maar altijd wel tot in het extreme. Er is nooit een balans in mijn leven geweest. Toen ik in oorlogsgebeid werkte, zocht ik bewust het gevaar en de spanning op. Ik wilde gezien worden. Erkenning krijgen voor wat ik durfde. Dat kreeg ik ook maar het gaf me niet echt de voldoening die ik zocht. Het was niet wat ik nodig had. Ik zocht het dan ook op de verkeerde plaats. De voldoening lag in een diepere relatie met mensen. Met die blokte ik zelf af. Het opzoeken van die extremen was niet meer dan proberen te compenseren wat ik zo hard miste. Ik heb een muur om mij heen gebouwd.”

En dan slaat dat besef na al die tijd hard toe?

Luc: “Eenmaal je beseft hoe zeer het je leven heeft beïnvloed komt dat inderdaad keihard aan. Wat heeft dit allemaal aangericht bij mij? Wat heb ik gedaan door zolang te zwijgen? Wat heeft dit gedaan met mijn relatie met mijn ouders? Mijn vrienden? Mijn vader is gestorven zonder dat hij hiervan op de hoogte was. Moet ik het mijn moeder nu vertellen? Uitleg geven? Dat stilzwijgen is tenslotte ook een aanslag op hun leven geweest.”

“Vandaag zie ik die zeer lange stilte als een wonde die ik heb laten etteren. Ik geloof ook echt dat je vanbinnen zo kapot kan gaan dat je er kanker door krijgt. Het toegeven aan mezelf was een belangrijke eerste stap. Er was niet ‘iets’ gebeurd. Er is mij zwaar onrecht aangedaan. Ik ben daar slachtoffer geweest. Maar wat ga ik er nu mee doen? Die vraag was minstens zo belangrijk. Ik wilde niet eeuwig slachtoffer blijven.

De enige vertrouweling in mijn jeugd die hier iets van wist, was mijn hond. Die ging daar discreet mee om (lacht). Pas veel later ben ik met een groep vrienden die in de therapeutische sector werken, op een soort retraite geweest. En daar ben ik voor het eerst echt ingestort. Ik heb daar letterlijk mijn hart kunnen uitstorten. Dat voelde aan als een tweede keer uit de kast komen. Ik ben op mijn 25ste uit de kast gekomen door te outen dat ik op mannen viel. Wel, op mijn 45ste ben ik nog eens uit de kast gekomen als iemand wiens leven zwaar bepaald werd door gebeurtenissen in mijn jeugd. Eén van die vrienden heeft me toen op die retraite het advies gegeven: ‘Luc, ga douchen. Spoel het van je af. En ga verder met je leven’. Ik heb dat ook geprobeerd. Ik dacht ook oprecht dat het een goed idee was. Ik droeg dit niet alleen meer. Maar dat was blijkbaar toch niet goed genoeg. De druk was even van de ketel, meer niet.

Tijdens de corona klopte het verleden opnieuw keihard aan de deur.

Luc: “Ja, en deze keer kon ik geen kant meer op. Ik was net bezig met online te werken tijdens corona, maar al heel snel voelde ik dat er weer iets heel erg fout zat. Er was maar één optie voor me: opnieuw de stilte in gaan en de confrontatie met mezelf opzoeken. En dat is als een boomerang in mijn gezicht terecht gekomen. Ik denk dat ik twee weken lang niks anders gedaan heb dan geweend. Niet de meest aangename periode in mijn leven. De druk moest er duidelijk opnieuw af, maar dit keer wou ik meteen ook een stap verder zetten. Ik wou de twee mannen die mij dit aangedaan hebben, confronteren. Ik heb ze beiden een mail gestuurd dat ik ze wou ontmoeten. Dat ik antwoorden wou. De eerste contacteerde me vrijwel onmiddellijk terug. Hij dankte me voor mijn mail, vertelde me dat hij hier zelf ook al jaren mee worstelde en wou graag het gesprek aangaan. Ik vond dat uiteraard heel positief maar tegelijk was er ook het idee van ‘shit, dit kan ik niet alleen’. Ik heb 1712 (professionele hulplijn voor vragen over geweld, misbruik en kindermishandeling. nvdr) gebeld en zij verwezen me door naar de commissie Erkenning & Bemiddeling.”

Was dat geen risico? Ik kan me voorstellen dat een ontmoeting niet evident is voor een pleger. Laat staan als er derden bij betrokken worden.

Luc: “Ik kon het niet alleen doen. Daar had hij begrip voor. En de commissie heeft dat op een fantastische manier gedaan. Zij hebben contact met hem opgenomen en alles geregeld. Anderhalve maand later was het zo ver. Face tot face, in volle coronaperiode. Een vriendin heeft me naar die ontmoeting gebracht. Ik was op van de zenuwen. Maar opnieuw was er de commissie die alles tot in de puntjes had voorbereid. Ik wist precies wat er ging komen. Van de opstelling van de stoelen tot wie eerst het woord neemt. Alles was doordacht, voorbereid en afgesproken. Het is een houvast dat je op zo’n moment echt nodig hebt. Het klinkt misschien wat raar in de ze context maar dat voldoende ondanks de zenuwen, heel comfortabel.”

Kan je meer vertellen over hoe die ontmoeting verlopen is?

Luc: “Toen ik hem zag binnenkomen was dat uiteraard een schok. Maar meteen zag ik ook de schroom bij hem. Zijn gezicht, die hele lichaamshouding. Alles aan hem schreeuwde schaamte en pijn uit. Ik weet nog dat ik dacht: wat ben ik blij dat ik aan deze kant van de tafel zit. Zijn kant is zo veel pijnlijker. Dat is wat contradictorisch natuurlijk maar voor mij was de manier waarop hij binnenkwam een opluchting. Nog voor hij zijn daden had erkend met woorden, had zijn lichaamstaal dat al gedaan. Uiteraard was ik zeker dat het jarenlange misbruik er was, maar op die manier gaf hij me meteen de erkenning die ik zo nodig had. Deze man had heel goed door wat hij gedaan had en besefte de draagwijdte ervan. Dat was heel bijzonder. Het hield me niet tegen om hem mijn verhaal te brengen en uit te leggen hoe zijn keuzes mijn leven hebben bepaald. Hoe hij als meerderjarige misbruik maakte van een kind. Ik heb mijn ding kunnen zeggen, mijn verdriet en mijn boosheid kunnen overbrengen”

Was er ook plaats voor zijn verantwoording voor wat er gebeurd is? Maakt dat dan nog iets uit?

Luc: “Die lag voor hem in iets dat hem ooit was aangedaan. Daarom is het gebeurd. Ik heb dat aangehoord. Het voelde aan alsof ik moest boeten omwille van iets dat hem overkomen was maar waar ik niks mee te maken had. ‘Is dat alles?’, dacht ik. Maar als dat zijn reden is, wil ik daar eigenlijk niet over oordelen. Hij moet verder leven met die -in mijn ogen- triviale verantwoording. Dat is wat hij moet dragen en onderzoeken. Het maakt mijn zaak niet, het gaat mij om de erkenning. Trouwens, er is echt geen reden denkbaar waardoor het wél acceptabel zou worden. Het gaat voor mij om de erkenning. De rest wil ik echt loslaten. Hij moet verder met zijn hoofd. Ik met het mijne. Ik heb hem op het einde van het gesprek oprecht toegewenst dat hij voor zichzelf vrede kan vinden met wat er gebeurd is.”

Hoe erg is het dat op dat moment excuses het hoogste zijn wat je kan krijgen? De feiten zijn verjaard.

Luc: “Ik vond dat niet erg. Nogmaals, mijn geweten is zuiver. Ik ben niet het soort mens dat wraak wil. Integendeel, als hij zou worden opgehangen, zou ik me schuldig voelen. Hij moet er wel zelf iets mee doen. Achter die triviale reden, zit natuurlijk onbewust een heel andere reden. Daar ben ik van overtuigd.

Is zijn spijt een troost?

Luc: “Het is een erkenning. Achter het woord ‘troost’, schuilt het idee dat ik geniet van zijn pijn. Zijn pijn troost mij niet. Maar als hij het misbruik emotioneel had geminimaliseerd, was dat natuurlijk wel aangekomen. Het is een moeilijke vraag. Zoals ik al zei: ik was opgelucht met zijn houding tijdens onze ontmoeting.”

“Mag ik hier nog even op doorgaan? Het heeft natuurlijk ook te maken met de houding waarmee je in zo’n confrontatie stapt. Ik verwachtte geen wonderen van het gesprek. Niks van wat die man kon doen of zeggen, zou een mirakeloplossing zijn. Wraak dus ook niet. De commissie is voor de ontmoeting op zoek gegaan naar wat we gemeenschappelijk hadden. Ze is voor mij op zoek gegaan naar waar we toenadering konden vinden. Misschien voor hem ook. En dat was die pijn die we beiden voelden”.

Was de ontmoeting met je tweede pleger ook een opluchting?

Luc: “Die liep een stuk stroever. Hij reageerde niet op mijn mail. De commissie is echter blijven aandringen in mijn plaats. Zijn eerste reactie was dat hij mijn mail wel gekregen had maar ‘nog niet de tijd had gevonden’ om er op te antwoorden. (stilte)”

“Hij had ook de feedback gegeven aan de commissie dat hij ondertussen een veel betere levensstijl had en een modelburger was. (stilte)”.

“Ik was boos. Zeer boos. Het leek er op dat hij wou laten weten dat hij zijn gedrag ondertussen ruimschoots had gecompenseerd en dat ik daar rekening mee moest houden. Ik moet dat helemaal niet. Hoe. Kan. Je. Zo. Laf. Zijn. Uiteindelijk was hij wel bereid om me te ontmoeten…over een paar maanden. Dat was voor mij onaanvaardbaar. No fucking way dat ik hier nog maanden op zou wachten. Ik was een verwerkingsproces begonnen en wilde dat verder zetten. Nu dus! Gelukkig heeft de commissie hem over de streep kunnen trekken. Een dikke maand na mijn gesprek bij met de eerste pleger, zat ik bij de tweede. Dat is echt de kracht van de commissie. Je krijgt geen garanties, maar ze hebben dat toch maar klaargespeeld. Alleen was me dat nooit gelukt. Maar dit was dus wel een man die mij een panische angst bezorgde, hij was het die me vroeger met de dood bedreigde als ik zou praten. En nu zocht ik hem zelf op. Hoe zou hij reageren? Dat zijn zaken die door je hoofd spoken. Ik was er ook van overtuigd dat ik niet zijn enige slachtoffer was.”

“Maar opnieuw was er die houding die één en al pijn en verdriet was. Zoals afgesproken heb ik als eerste gesproken en hem geconfronteerd met zijn daden. Bij beide gesprekken heb ik overigens gehuild. Anders lukte het niet. Maar toen het zijn beurt was om te praten, kwam er alleen maar dat ene zinnetje uit: ‘Het spijt me Luc. Ik kan niks anders zeggen’. Op iedere vraag die ik stelde, kwam datzelfde antwoord. Zeker tien keer. Hij zat compleet opgesloten in zichzelf. En toen heb ik iets gedaan in een opwelling: ik heb hem gevraagd of ik hem een knuffel mocht geven. Ik weet nog steeds niet waar die vraag vandaan kwam maar ik wou iets bij hem losmaken. Hij zei ‘ja’. Ik omhelsde hem en voelde letterlijk zijn pijn. Hij verkruimelde en barstte uit in tranen. Zijn gebrek aan woorden werd een gevoel. Op dat moment was iedereen aan het huilen. Een ongelooflijke ervaring. Maar in dat gebaar zat opnieuw wel weer de erkenning die ik zo nodig had. Op relatief korte tijd ben ik geëvolueerd van ontkenning voor mezelf naar een confrontatie met plegers. Het is eruit nu. It’s out there. Ik ga het een bevrijding noemen. Daar ben ik ontzettend dankbaar voor.”

Had je er ooit bij stilgestaan dat je geen erkenning zou krijgen van de mannen die je misbruikt hebben? Dat je misschien die hele reis zonder resultaat zou kunnen afgelegd hebben.

Luc: “Nee, dat zou niet gebeurd zijn. Het zou altijd tot resultaat hebben geleid, bedoel ik dan. Mijn plegers zijn inderdaad relatief ‘makkelijk’ tot ‘bekentenissen’ overgegaan. Maar ik maak me sterk dat ik anders op een andere manier die erkenning zou hebben gevonden. De angstgedachte ‘dat het misschien tot niets zal leiden’, mag je nooit tegenhouden. Want je wordt sterker. Je bent niet afhankelijk van de medewerking van je plegers om dit een plaats te geven. Dat is niet hun beslissing. Dat is echt een val waar je niet mag intrappen. Erkenning komt op verschillende manieren.”

We zijn nu enkele jaren later. Hoe heeft het je leven veranderd?

Luc: “Het heeft het fundamenteel veranderd. Het heeft me mezelf leren kennen. Ik kan de wereld weer met open vizier tegemoet treden. Het cynisme is van me afgevallen. Het wantrouwen is weg. Ik ben milder voor mezelf geworden. En daardoor ook milder voor de wereld rondom me. (lacht) Misschien klinkt dat allemaal wat zweverig, maar dat is het voor mij echt niet. Wat me overkomen is, daar moest ik iets mee doen. Dat kon in niet overlaten aan de plegers, de maatschappij, de commissie. Ik moest het doen om mijn leven zinvol te maken. En dat heb ik gedaan. Weet je, tijdens die 25 jaren zwijgen wilde ik ontdekken. Ik heb de wereld gezien en ik reis nog steeds graag. Maar wat ik toen niet kon en nu wel: dat is andere mensen ontdekken met een wandeling door het park. Dat is een ongelooflijk rijkdom waar ik eeuwig dankbaar voor ben.”