Gedaan met laden. U bevindt zich op: De brief van Patrick Verhalen

De brief van Patrick

Mijn vrouw heeft altijd gezegd: “Patrick is geen gemakkelijke.” En toch is ze altijd aan mijn zijde blijven staan. Ze had gelijk. Ik heb altijd mijn demonen gehad waarmee ik worstelde. Mijn vrouw had daar ook haar verklaring voor. Dé klassieker onder de verklaringen: een moeilijke jeugd. Een jeugd die zich deels in een instelling heeft afgespeeld. Een katholieke instelling. Je voelt me al komen, zeker?

Wat me overkomen is, heb ik meer dan 34 jaar verdrongen. Letterlijk. Ik had er geen herinnering aan. Ik had een gevoel. Ik was ‘geen gemakkelijke’. Ik had pijn. Ik was misschien niet sterk genoeg voor het leven. Ik heb zelfmoordpogingen ondernomen. Maar weten waarom? Daar heb ik heel lang op moeten wachten.

Wat heeft mijn hoofd doen breken om alles er weer uit te laten? Een banale operatie. Terwijl ik ontwaakte uit de narcose, is alles eruit gestroomd. Zelf had ik er geen herinnering meer aan, maar voor mijn vrouw viel alles op zijn plaats. En toen ik het hoorde, wist ik meteen dat ik niet aan het ijlen was geweest of luidop had gedroomd. Dit was allemaal gebeurd. Het was een doos waar ‘niet openen’ op stond, die in één beweging aan flarden werd gerukt. Mijn hele ‘man zijn’ was de hobby van die man. En ik was ook lang niet de enige. Generaties kinderen passeerden de revue zonder dat de kerk ingreep.

Eenmaal het beest van mijn verleden buiten was, ging het nooit meer in zijn kooi. Ik had een naam, een tijdskader, een locatie. De man leefde zelfs nog. Hoogbejaard, maar levend. Ik ben beginnen spreken. Tegen mijn vrouw, de commissie, de katholieke orde waartoe de man behoorde. Ik heb niet meer gezwegen. En dat loont. Het geknaag van ‘was het toch geen nachtmerrie?’ was meteen weg.

De orde waartoe hij behoorde, was toen al jaren op de hoogte van generaties kinderen die hij had misbruikt. Niemand had ook maar de minste twijfels bij het waarheidsgehalte van mijn verhaal. Niemand. Behalve de dader zelf, die ik via de commissie kon spreken. Hij kon zich mij niet herinneren. Ik had genoeg gehad aan een simpel “sorry, ik wou dat ik de klok kon terugdraaien”. Hij ontkende niet. Hij bevestigde niet. De arrogantie van die man. Maar ik heb geen spijt van die ontmoeting. Ik ben daar sterker buiten gestapt.

Waarom ik u dit vertel, wildvreemde die mijn verhaal leest? Omdat ik niemand toewens wat ik heb meegemaakt. Omdat ik wil dat slachtoffers gehoord worden. Omdat ik wil dat slachtoffers nooit moeten kiezen voor het verdringen van wat gebeurd is. Nooit! Als samenleving moeten we zorgen voor een klimaat waarin zelfs de allerjongsten gehoord worden. Daar kunnen we allemaal aan bijdragen. Als deze brief ook maar één iemand kan doen nadenken om erover te spreken, ben ik een gelukkig man.