Gedaan met laden. U bevindt zich op: Veronique maakte tot drie keer toe misbruik mee Verhalen

Veronique maakte tot drie keer toe misbruik mee

Veronique heeft niet één verhaal, maar drie verhalen. Tot drie keer toe in kwam ze hard in contact met misbruik. Telkens in een verschillende fase van haar leven en in een andere context. De schaamte en de pijn stapelden zich op tot ze op een dag alsnog besloot om klacht in te dienen en naar de Commissie te stappen.

Veronique: “Toen ik 11 jaar was mocht ik mee met de broodkar van de bakker in het dorp. Soms ging Miranda, de bakkersvrouw, mee. Van haar kreeg ik aandacht en knuffels. Regelmatig gaf ze me ook cadeautjes: mijn eerste oorbellen, rolschaatsen. Welk kind geniet daar niet van? Op zaterdag hielp ik soms tot ’s avonds en bleef ik slapen bij Miranda. Dan lag ik ’s avonds bij haar op de zetel en streelde ze me over mijn rug en door mijn haar.

En plots nam alles een andere wending. Het gebeurde toen ook Fred, de vader van Miranda, me begon aan te raken. Hij streelde me over mijn wangen, mijn schouders en armen. Maar toen zijn handen weggleden naar mijn borsten, billen en intieme zone, voelde het vreemd en vies aan. Ik kan het soms nog voelen en dan walg ik er nog van. Het gebeurde waar niemand ons zag en hij drukte me op het hart dat ik er niemand iets over mocht vertellen. Op de duur zorgde hij ervoor dat ik alleen met hem op broodronde kon. Hij parkeerde de bestelwagen dan tussen de bomen en deed ‘zijn ding’ met me. Als ik dan met tranen in mijn ogen voor de klanten stond, had hij altijd wel een uitvlucht klaar.

Hij parkeerde de bestelwagen dan tussen de bomen en deed ‘zijn ding’ met me. Als ik dan met tranen in mijn ogen voor de klanten stond, had hij altijd wel een uitvlucht klaar.

Op een dag -hij was toen thuis en ik stond in de bakkerij- vroeg hij of ik iets lekkers voor hem kon brengen. Dat was voor hem een uitgekiende kans. In de serre kwam hij boven op me liggen, nam me vast bij mijn haar en dwong me zijn geslacht in mijn mond te nemen. Afschuwelijk was dat. Ik durfde het thuis niet te vertellen. Ze zouden me niet geloven en denken dat ik alleen maar aandacht wilde. Seksualiteit was toen nog één groot taboe, ook op school trouwens.”

Wanneer Veronique 16 was, kreeg ze de kans om een vakantiejob te doen in het rusthuis in het dorp. En daar ontmoette ze Leo. Hij nam haar op sleeptouw zogezegd om haar te beschermen tegen de pesterijen van andere mannen. En zo won hij het vertrouwen van Veronique. Ze kreeg het gevoel dat ze bij hem terecht kon met haar verhalen over pesterijen op school en op de bus. Hij bracht haar zelfs met de auto naar school zodat ze de bus niet moest nemen. En dat vertrouwen misbruikte Leo al snel.

Veronique: “Ik zie me nog met Leo in de kelder van het rusthuis tussen de conserven en de groenten. Ik voel nog altijd Leo’s handen onder mijn kledij, in mijn kookbroek. En Leo die intussen angstvallig de trap en de lift in het oog hield. Waarom riep ik toen niet ‘stop!’. Daarvoor kan ik nog altijd boos op mezelf zijn. Na verloop van tijd moest ik bij Leo thuis de voorbereiding voor de avondshift gaan halen. Van die gelegenheden maakte hij gebruik om steeds verder te gaan. Het begon met zoenen en ik eindigde naakt met hem boven op me in de sofa. Hij hield me zodanig in de greep dat ik niets anders kon dan me aan hem over te geven. Als zijn pleziertje dan voorbij was, legde hij steevast zijn vinger op mijn mond. ‘Ssst! Ons geheimpje,’ zei hij dan. Op mijn achttiende zorgde Leo ervoor dat ik een vast contract kreeg in het rusthuis, op voorwaarde dat ons ‘spelletje’ bleef duren. Was dat wat ik wou? Natuurlijk niet, maar ik wilde mijn ouders niet ontgoochelen. Tot ik mijn toekomstige man Toon leerde kennen. Toen durfde ik eindelijk aan Leo duidelijk maken dat het moest stoppen. Leo schortte onmiddellijk mijn contract op, maar kwam wel nog naar het huwelijksfeest en op huisbezoek toen onze eerste dochter werd geboren. Alsof er nooit iets was gebeurd en we gewoon ex-collega’s waren! Ik belandde toen in een postnatale depressie en slaagde erin om korte flarden van wat er was gebeurd te vertellen aan de huisarts. Hij ging daar verder niet op in en deed er niets mee.”

Als zijn pleziertje dan voorbij was, legde hij steevast zijn vinger op mijn mond. ‘Ssst! Ons geheimpje,’ zei hij dan.

Jaren later besloot Veronique om onthaalouder te worden. Zo leerde ze Wim kennen, de vader van twee van haar onthaalkindjes. Wim was een man met een groot hart, maar ook een die graag aangebrande praatjes verkocht. Veronique schonk hier verder geen aandacht aan en zij en Wim werden vrienden. Ook de vrouw van Wim werd een vriendin.

Veronique kreeg in die periode terug last van epilepsieaanvallen en moest noodgedwongen stoppen als onthaalouder. Die aanvallen had ze eerder, ten tijde van het misbruik door Leo, voor het eerst gekregen.

Omdat daar nog plaatsjes vrij waren, besloot ze haar eigen twee jonge kinderen naar dezelfde onthaalouder te brengen dan die waar Wims kinderen waren terechtgekomen. Die onthaalouder en haar man waren twee schatten van mensen en al snel ontstond er een goede band tussen hen en Veronique en haar man en ook Wim en zijn vrouw. De drie koppels spraken geregeld af om samen iets leuks te doen. Veronique vond intussen ander werk, waar ze elke morgen met de motorfiets naartoe ging. Toen ze op een keer een lelijke val maakte, wou ze niet meer met de motorfiets naar het werk. Wim bood aan om haar één dag per week met de auto te brengen. Maar voor wat, hoorde wat.

Veronique: “Na enkele weken wou Wim, voor we naar mijn werk vertrokken, seks met me. Doodsbang om terug met de bromfiets te moeten en ook met mijn misbruikverleden in gedachten, kromp ik ineen. Toch gaf ik toe. Geregeld belde Wim me op wanneer ik niet moest werken en deed hijgend zijn ding aan de telefoon. Soms gingen mijn man en ik met Wim en zijn vrouw naar de sauna. Wim kwam dan ‘toevallig’ met mij alleen in het stoombad terecht. Met alle gevolgen van dien. Als ik weigerde, zou Wim alles aan mijn man vertellen en zou mijn huwelijk ten einde zijn. Wim drong er ook steeds maar op aan om samen met hem en zijn vrouw naar een parenclub te gaan. Gelukkig was mijn man daar niet voor te vinden.”

Toen de werkgever van Veronique failliet ging, moest ze op zoek naar ander werk. Dat vond ze in de buurt zodat ze er met de fiets naartoe kon. Het contact met Wim en zijn vrouw verwaterde.

Veronique: “Wim en zijn vrouw besloten op een gegeven moment om te verhuizen. Mijn man en ik zijn toen verschillende keren gaan helpen. Daarna ging het snel: Wim en zijn vrouw gingen uit mekaar. Toen werd zij ook nog een tijdlang in het ziekenhuis opgenomen. Op vraag van de kinderen, bood ik aan om voor hen en Wim te koken en te poetsen.

Dat ging allemaal goed. Tot mijn man en ik de kans kregen om de campingcar van Wim over te kopen. We konden die eigenlijk niet betalen maar kregen hem uiteindelijk gewoon cadeau van Wim. Toen we daar voor het eerst mee gingen kamperen, kwam Wim achter. Daar kocht hij allerlei cadeautjes voor onze twee dochters. Ik weigerde die te aanvaarden, maar dat was buiten de wil van Wim gerekend. Voor wat hoorde wat. Opnieuw. Na die vakantie werd ik weer meegezogen in de ‘spelletjes’ van Wim. Ik herinner me nog die ene dag. De voordeur bij Wim zwaaide open en plots stond Sylvie naast het bed. Zij was blijkbaar op de hoogte en kwam er gewoon bij. Het werd me te veel en ik vertrok. Ik hoor Wim nog naroepen dat hij me later wel zou betalen.

Aan wie dit herkent, wil ik zeggen: zwijg niet langer. Praten lucht op. Wacht niet zo lang als ik om klacht neer te leggen. Zoek hulp. Bescherm niemand, behalve jezelf.

Ik baalde van mezelf, van Wim, van alles wat er gebeurd was. De dag nadien stortte ik mijn hart uit bij Sofie, onze onthaalouder. Sofie is nu nog altijd een vriendin die me in alles steunt. Zij belde de huisarts en ik was vetrokken voor jarenlange opnames en bezoeken aan de psycholoog. Ik heb kort daarna ook een maagoperatie laten uitvoeren. Waarom? Ik wou een andere ik zijn en zo alles achter me laten. Dat lukte uiteraard niet. Nu, zoveel jaar later, kan ik het nog altijd niet loslaten en voel ik mezelf nog altijd schuldig. Ik was bang, heel bang…. Wat moest ik doen?”

Veronique nam uiteindelijk een beslissing en diende klacht in. De eerste dader, Fred, was ondertussen overleden. De twee anderen, Leo en Wim, ontkenden. Ze werden aangeschreven door een bemiddelaar en wilden geen confrontatie. Veronique nam intussen contact met de Commissie.

Veronique: “Zij lieten mijn verhaal er zijn. Uren heb ik gesproken. Uren hebben zij geluisterd. Wat dat deed, is moeilijk uit te leggen. Maar dit wel: het was een opluchting die ik lang niet had gevoeld. Ik ben nog altijd op mijn hoede en schrik veel. Schaamte, angst en schuld overheersen nog. Ik kwam er sterker uit, maar nog steeds niet sterk genoeg. Geen enkele dag is nog hetzelfde. De ene dag sta ik met beide voeten stevig op de grond, de andere ben ik een schim van wie ik was. Gelukkig kan en kon ik rekenen op tal van zorgverleners zoals ziekenhuispersoneel, psychiater en psychologen. Ik ben hen heel dankbaar.

Ik vertel dit verhaal niet om medelijden te vragen. Ik vertel het hier omdat vergeten pijn doet. Als je dit verhaal leest en er even bij stilstaat, draag het dan met je mee. Niet als last maar als getuigenis. Aan wie dit herkent, wil ik zeggen: zwijg niet langer. Praten lucht op. Wacht niet zo lang als ik om klacht neer te leggen. Zoek hulp. Bescherm niemand, behalve jezelf. Ik vertelde dit verhaal ook aan mijn intussen volwassen kinderen. Op kindermaat. Ik hoop dat zij en niemand anders dit ooit moeten meemaken en voor mezelf: dat ik de signalen kan opmerken.

Dit verhaal is hier in stilte. Maar het zwijgt niet meer. Ik ben hier, en mijn verhaal ook!”