Werking dierenpension

Wanneer de eigenaar zijn hond of kat onderbrengt in een dierenpension, moet de hond of kat gevaccineerd zijn tegen:

  • de ziekte van Carré
  • parvovirose
  • hepatitis contagiosa canis
  • bordetellose
  • influenza (kennelhoest) bij honden
  • panleucopenie (typhus)
  • rhinotracheitis (coryza)
  • leucose bij katten

De pensionhouder controleert dit via het vaccinatieboekje of paspoort. Het vaccinatieboekje (kat) of het paspoort (hond) van het dier blijft in het pension zolang het dier daar verblijft.

Bij de opvang van een dier in een dierenpension sluit de verantwoordelijke met de eigenaar een contract af. Naast de contact- en identificatiegegevens bevat het contract de eetgewoonten, het gedrag, de eventuele nodige medische behandeling, … van het dier.

Erkenning noodzakelijk

Als u regelmatig honden of katten, toevertrouwd door hun eigenaar, onderdak en de nodige zorgen geeft, gedurende beperkte tijd en tegen vergoeding moet hiervoor erkend zijn als pensionhouder door de dienst Dierenwelzijn, ongeacht het aantal dieren dat men opvangt. Opvang zonder overnachting is ook een pensionactiviteit en dus erkenningsplichtig.

Om een erkenning te krijgen moet u voldoen aan verschillende voorwaarden rond infrastructuur, verzorging, voeding en administratie.

Overzicht van erkende dierenpensions