Een energieprestatiecertificaat voor publieke gebouwen aan een muur van een sporthal

Voorwaarden

  • Deze regelgeving geldt voor gebouwen in het Vlaamse Gewest waarin publieke organisaties gevestigd zijn die aan een groot aantal personen overheidsdiensten verstrekken en die vaak door het publiek worden bezocht. Dat zijn organisaties zoals:
    • overheden, overheidsagentschappen, OCMW’s, overheidsbedrijven, lokale besturen,…
    • onderwijsinstellingen: scholen, internaten, centra voor volwassenenonderwijs of voor basiseducatie, centra voor leerlingenbegeleiding, hogescholen en universiteiten
    • gezondheidsvoorzieningen
    • welzijnsvoorzieningen: organisaties die activiteiten uitoefenen op het gebied van gezin, maatschappelijk welzijn, inwijkelingen, personen met een handicap, bejaarden, jeugdbescherming,…
  • Ook beschermde gebouwen vallen onder deze regelgeving omdat het certificaat een informatief doel heeft en geen verplichting inhoudt om de energiebesparende maatregelen die eventueel in strijd kunnen zijn met de bescherming, ook effectief uit te voeren.
  • Indien meerdere gebouwen geheel of gedeeltelijk door een publieke organisatie worden gebruikt, ze op dezelfde locatie gelegen zijn én gebruik maken van minstens één gemeenschappelijke teller moet één energieprestatiecertificaat voor deze locatie opgemaakt worden door de jaarverbruiken en de bruikbare vloeroppervlakte van de verschillende gebouwen samen te tellen.
  • Als er een geldig ‘EPC Bouw’ beschikbaar is, is geen bijkomend EPC voor publieke gebouwen meer vereist. Het ‘EPC Bouw’ kan dan uitgehangen worden op een voor het publiek duidelijk zichtbare plaats.
  • Een EPC voor publieke gebouwen moet opgemaakt worden voor gebouwen met een totale bruikbare vloeroppervlakte vanaf 250 m².
  • In geval van een nieuwe gebruiker heeft de publieke organisatie 15 maanden de tijd na de ingebruikname van het gebouw om over een energieprestatiecertificaat te beschikken.
  • Het energieprestatiecertificaat van een publiek gebouw is 10 jaar geldig. Let op, op korte termijn wordt het EPC voor publieke gebouwen vervangen door het EPC voor niet-residentiële gebouwen. Voor huidige EPC’s voor publieke gebouwen zal de geldigheidstermijn dus mogelijks eerder komen te vervallen dan de voorziene 10 jaar.

Procedure

De gebruiker van het gebouw, dus de publieke organisatie die in het gebouw is gehuisvest, is verantwoordelijk voor de opmaak van het EPC. Ook als de publieke organisatie geen eigenaar is van het gebouw, is zij verantwoordelijk voor de opmaak van het EPC.

De publieke organisatie kan voor de opmaak van het EPC een beroep doen op een erkende energiedeskundige voor publieke gebouwen (type C) ((opent in nieuw venster)) of een interne energiedeskundige voor publieke gebouwen. Dat is een werknemer van de publieke organisatie, die in zijn huidige functie minstens 2 jaar relevante beroepservaring heeft rond energiezorg.

  • Voor publieke gebouwen wordt het EPC gebaseerd op de gemeten (werkelijke) energieverbruiken. De instelling moeten over verbruiksgegevens beschikken van 12 maanden.
  • De energiedeskundige maakt het EPC op met behulp van een webtoepassing, die beheerd wordt door het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA).
  • Uithangplicht: na opmaak moet het voorblad van het certificaat worden opgehangen op een publiek duidelijk zichtbare plaats door de gebruiker.
  • De aanbevelingen die op het EPC voor publieke gebouwen staan, zijn niet verplicht uit te voeren. Ze maken duidelijk waar nog energiebesparingen in het gebouw gerealiseerd kunnen worden.
Meerdere publieke organisaties in één gebouw

Er wordt gekeken naar de oppervlakte die de verschillende organisaties in gebruik nemen. Als er geen aparte (tussen)tellers zijn (er is dus minstens één gemeenschappelijke teller voor elektriciteit, aardgas of stookolie), dan moet één EPC voor het volledige gebouw opgesteld worden.

Bijvoorbeeld : een gebouw in eigendom van de gemeente wordt voor een deel gebruikt door een kinderopvang, een jeugdvereniging en als polyvalente zaal.

  1. Als het deel waar de kinderopvang gevestigd is qua oppervlakte onder de verplichting valt, moet een EPC opgemaakt worden voor dit deel.
  2. Voor het deel van de jeugdvereniging is geen EPC vereist aangezien jeugdverenigingen niet onder het toepassingsgebied vallen.
  3. De polyvalente ruimte valt wel onder het toepassingsgebied. Als de oppervlakte van deze ruimte groot genoeg is, moet een EPC opgemaakt worden.
Controle EPC Publiek


Het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) controleert steekproefsgewijs op de aanwezigheid van een EPC voor publieke gebouwen. Als de gebruiker van een gebouw niet over een geldig EPC voor publieke gebouwen beschikt, kan het VEKA de gebruiker een administratieve geldboete opleggen van minimaal 500 euro tot maximaal 5000 euro.

Uitzonderingen

Voor welke gebouwen/organisaties is géén EPC Publiek nodig?

  • publieke gebouwen die niet gelegen zijn in het Vlaamse Gewest;
  • lokalen van jeugdverenigingen (Scouts, KSA, Chiro, ...);
  • religieuze gebouwen zoals kerken, …
  • gebouwen die niet vaak door het publiek bezocht worden, bijvoorbeeld een gebouw dat uitsluitend gebruikt wordt voor het sorteren van post of het opslaan van goederen;
  • hotels;
  • private kantoren en banken;
  • gebouwen of gebouwdelen die geen energie verbruiken ten behoeve van mensen, zoals opslagplaatsen, loodsen;
  • brandweerkazernes;
  • assistentiewoningen;
  • nieuwbouw waarvoor een geldig EPC bouw beschikbaar is (sinds 15 september 2016)

Goed om weten: Deze uitzonderingen gelden niet voor EPC NR.