Gedaan met laden. U bevindt zich op: Eigenschappen gebouwschil Inspectieprotocol voor energiedeskundigen type A

Eigenschappen gebouwschil

Deze pagina geeft extra toelichting en voorbeelden bij Deel V van het inspectieprotocol.

Bronnen voor getalwaarde van producteigenschappen

Voor bepaalde parameters worden enkel specifieke bewijsstukken aanvaard (bijvoorbeeld U-waarde of gedeclareerde lambda-waarde). Deze specifieke bewijsstukken worden in ‘Deel V Eigenschappen gebouwschil’ vermeld. De voorwaarden waaraan deze bewijsstukken moeten voldoen, staan in deel II van het inspectieprotocol en onder Verzamelen van invoergegevens.

  • Situatie

    Op de factuur van de aannemer van dakwerken, die voldoet aan de voorwaarden om als bewijsstuk gebruikt staat volgende informatie over het gebruikte isolatiemateriaal:

    • 10 cm MW
    • merk X - type Y
    • λ: 0,040 W/(mK).

    Welke eigenschappen van de isolatie moeten ingevoerd worden?

    Besluit
    • De λ-waarde op de factuur mag u niet invoeren.
    • Aangezien het merk en type van de isolatie gekend zijn, moet u de producteigenschappen opzoeken in de aanvaarde bronnen (EPBD-databank(opent in nieuw venster), ATG(opent in nieuw venster), …).
      • Als de gedeclareerde λ- of R-waarde van de isolatie hieruit gekend is, moet u dit invoeren.
      • Als u dit type niet terugvindt in de specifieke bronnen, dan vult u ‘100 mm MW’ in.
  • Situatie

    Op de factuur van de aannemer van dakwerken, die voldoet aan de voorwaarden om als bewijsstuk gebruikt staat volgende informatie over het gebruikte isolatiemateriaal:

    • 10 cm MW
    • merk X - type Y
    • λ: 0,040 W/(mK).

    U krijgt als bijlage een technische fiche van de fabrikant van dit type isolatiemateriaal, waarop een λ-waarde van 0,04 W/(mK) wordt vermeld.

    Welke eigenschappen van de isolatie moeten ingevoerd worden?

    Besluit
    • U kijkt na of de documentatie van de fabrikant melding maakt van een gedeclareerde λ-waarde.
  • Situatie

    U ziet tijdens het plaatsbezoek dat het hellend dak geïsoleerd is met 10cm minerale wol. Op het geïntegreerde dampscherm van de isolatie staat:

    • merk X - type Y
    • Rd: 3 m²K/W

    Welke eigenschappen van de isolatie moeten ingevoerd worden?

    Besluit
    • De print op het dampscherm mag u beschouwen als technische documentatie van de fabrikant.
    • Aangezien de R-waarde gedeclareerd is, kan u deze waarde invoeren.
  • Situatie

    U ziet tijdens het plaatsbezoek dat het hellend dak geïsoleerd is met 10cm minerale wol. Op de zoldervloer staat er nog een verpakking van deze isolatie met een overschot isolatie in. Op de verpakking van de isolatie staat een kenplaatje met volgende informatie op:

    • merk X - type Y
    • CE-markering
    • R: 3 m²K/W’.

    Welke eigenschappen van de isolatie moeten ingevoerd worden?

    Besluit
    • Als u kan vaststellen dat het isolatiemateriaal uit de verpakking effectief geplaatst werd in het dak (zelfde kenmerken isolatie), zijn het merk en type van deze isolatie gekend aangezien dit op de verpakking staat vermeld.
      • De verpakking vermeldt een CE-markering, wat betekent dat de waarden gedeclareerd zijn.
      • U kan in dat geval de R-waarde van de isolatie invoeren.
    • Indien u niet meer kan vaststellen dat het isolatiemateriaal uit de verpakking overeenkomt met de geplaatste isolatie, mag u het merk en type dat op de verpakking staat vermeld niet linken aan het effectief geplaatste isolatiemateriaal.
  • Situatie

    Uit het transmissieformulier van een EPB-aangifte kan ik de b*U-waarde halen voor een vloer boven AOR.
    Mag ik deze waarde overnemen en invoeren bij ‘U-waarde vloer bekend’?

    Besluit

    Ja, deze waarde moet overgenomen worden. U moet vooraf geen correctie doorvoeren. De software weet dat de b-factor reeds vervat is in de rechtstreeks ingevoerde U-waarde.

    Wat is de b-factor?

    Deze weegfactor brengt op een vereenvoudigde manier de invloed van de begrenzing van het schildeel in rekening bij het transmissieverlies.

  • Situatie

    U ontvangt een individuele detailberekening van de Uw-waarde van de ramen in een bouwproject, zoals opgemaakt door de leverancier van de ramen.

    Mag deze gebruikt worden als bewijsstuk voor de Uw-waarde in te voeren?

    Besluit
    • Als dit document een bijlage is van een ander aanvaard bewijsstuk, bijvoorbeeld een factuur, kan dit aanvaard worden als bewijsstuk.
    • De Uw-waarde van de ramen mag echter niet overgenomen worden uit deze berekening. Hiervoor zijn enkel de bewijsstukken toegelaten die worden vermeld bij de bronnen voor producteigenschappen.

    Opake schildelen

    Algemeen

    • Referentiejaar renovatie op basis van factuur

      Situatie

      Een eigenaar van een woning legt een factuur voor waarop staat ‘vernieuwen van het platte dak’ met factuurdatum in 2015.

      Moet de energiedeskundige in dat geval een referentiejaar renovatie 2013 (2015 - 2) in combinatie met ‘isolatie onbekend’ invoeren?

      Besluit

      Nee:

      • De vermelding ‘vernieuwen van het platte dak’ is op zich onvoldoende om een referentiejaar renovatie te mogen invoeren. Deze beschrijving is te vaag om af te leiden of er (vermoedelijk) isolatiewerken werden uitgevoerd. Het kan immers zijn dat enkel de dakbedekking werd vernieuwd.
      • Als er geen andere bewijsstukken beschikbaar zijn en ook geen visuele vaststellingen, dan is de correcte invoer ‘isolatie onbekend’.

      Referentiejaar renovatie op basis van factuur en verklaring

      Situatie

      Herneem de situatie uit de vorige vraag. Wat als de eigenaar bijkomend verklaart dat de volledige constructie werd vernieuwd en de factuur bedraagt 8000 euro voor een plat dak van 40 m²?

      Mag op basis van het gefactureerde bedrag afgeleid worden dat de volledige opbouw werd vervangen en een referentiejaar renovatie van 2013 worden ingevoerd?

      Besluit
      • Een verklaring van de eigenaar wordt niet aanvaard als bewijs.
      • Op basis van het bedrag van de factuur mag ook niet afgeleid worden welke werken er zijn uitgevoerd aan het dak.
      • Bijkomende bewijsstukken (goedkeuring isolatiepremie, foto’s genomen tijdens de uitvoering van de werken) of destructief onderzoek kan in dergelijke gevallen wel uitsluitsel bieden.
    • Hoe wordt isolatie in de vorm van geëxpandeerde kleikorrels ingegeven?

      • Wanneer geëxpandeerde kleikorrels als zuiver materiaal gebruikt worden en dus niet vermengd met een ander materiaal, dan:
        • wordt de gedeclareerde lambda-waarde rechtstreeks ingevoerd in de software als deze gekend is en kleiner is dan 0,20 W/mK
        • wordt het isolatiemateriaal ‘geëxpandeerde kleikorrels’ geselecteerd in de voorgedefinieerde lijst met isolatiematerialen als de gedeclareerde lambda-waarde onbekend is.
      • Wanneer geëxpandeerde kleikorrels in beton of mortels verwerkt zijn, dan worden ze ingevoerd als isolerende mortels:
        • Als de gedeclareerde lambda-waarde van het beton of de mortels met de geëxpandeerde kleikorrels gekend is en kleiner dan 0,20 W/mK, dan wordt deze lambda-waarde rechtstreeks ingevoerd in de software
        • Als de gedeclareerde lambda-waarde niet gekend is, wordt het isolatiemateriaal ‘isolerende mortel’ geselecteerd in de voorgedefinieerde lijst met isolatiematerialen.

    Gevels

    • Situatie

      De spouw van de muren met breedte 8 cm is deels opgevuld met 4 cm MW. Bij een renovatie in 2012 is er 8 cm EPS gelijmd aan de binnenzijde van de muren.

      Wat moet ingevoerd worden bij de isolatie en luchtlaag?

      Besluit
      • Er worden 2 isolatielagen ingevoerd:
        • laag 1: 4 cm MW, in traditionele spouw, onderbreking afwezig
        • laag 2: 8 cm EPS, aan binnenzijde, onderbreking afwezig.
      • Er wordt 1 luchtlaag ingevoerd:
        • plaats ‘Deels gevulde traditionele spouw’.
    • Situatie
      • Tijdens het plaatsbezoek ziet u dat aan de buitenkant van de gevel leien bevestigd zijn.
      • De binnenkant van de muur is afgewerkt, maar door een stopcontact los te vijzen kan u zien dat er een leidingenspouw aanwezig is.
      • Meer informatie van de opbouw van de gevel kan u echter niet afleiden.

      Wat vult u in?

      Besluit
      • De luchtlaag direct achter de leien mag u niet inrekenen als luchtlaag, aangezien deze sterk geventileerd is.
      • De leidingspouw aan de binnenzijde van de muur mag u echter wel inrekenen als luchtlaag.
      • De correcte invoer is:
        • muurtype ‘muur’
        • isolatie ‘onbekend’
        • luchtlaag ‘andere’.

    Daken en plafonds

    • Situatie

      Een plafond is als volgt geïsoleerd:

      • minerale wol tussen de houten roostering
      • doorlopende laag minerale wol van 8 cm bovenop roostering gelegd.

      Wat moet ingevoerd worden bij de isolatie?

      Besluit
      • Er worden twee isolatielagen ingevoerd:
        • laag 1: MW, onderbreking aanwezig
        • laag 2: 8 cm MW, onderbreking afwezig.
    • Situatie

      Tijdens een plaatsbezoek van een rijwoning komt u volgende situatie tegen:

      • De volledige zolderverdieping is afgewerkt met houten beplanking.
      • De zoldertip daarboven is niet bereikbaar.
      • Een houten afwerkingslat van het hellend dak aan de voorkant van de woning is beschadigd waardoor u op die plek 12 cm minerale wol kan waarnemen.
      • U heeft echter geen informatie over de aanwezigheid van isolatie in het plafond, de opstaande wanden of het hellend dak dat vanaf het plafond doorloopt tot in de nok.

      Voor welke schildelen voert u de aanwezigheid van deze isolatie in?

      Besluit

      Hellend dak voor- en achteraan:

      • Opbouw (afwerking langs de binnen- en buitenkant, totale dikte constructie, … ) en de bouwfase van het hellend dak aan de voorkant en achterkant is identiek is aan deze aan de achterkant.
      • U neemt aan dat beide dakvlakken dezelfde invoergegevens hebben.
      • Voor beide dakvlakken voert u dus de aanwezigheid van de isolatie (12 cm MW) in.

      Plafond, de opstaande wanden en het hellend dak dat doorloopt tot in de nok:

      • Deze hebben niet volledig dezelfde opbouw als het hellend dak met de houten beplanking (andere afwerking langs binnen of buiten, andere opbouw, …) en ook niet dezelfde begrenzing (buiten/AOR), mag u voor deze schildelen geen isolatie invoeren.
      • Hiervoor moet u bijkomende bewijsstukken beschikbaar hebben of eventueel destructief onderzoek uitvoeren.
    • Situatie

      Het dak van een woning is uitgevoerd als een groendak. Bovenop de isolatie bevindt zich een grondlaag met beplanting.

      Mag er rekening gehouden worden met de isolerende werking van deze grondlaag?

      Besluit

      Nee, enkel de isolatielaag van het dak wordt in rekening gebracht. Met de grondlaag wordt geen rekening gehouden.

    Openingen

    Algemeen

    Beglazing

    • Glas-ID

      • Bij verschillende fabrikanten kunt u via een code in de afstandshouder op de website van de fabrikant de technische gegevens van de beglazing opzoeken.
      • Soms moet u eerst een account aanmaken.

      CE-markering en normen

      • Soms moet u eerst een CE-gemarkeerde prestatieverklaring downloaden.
      • Hou de verklaring bij in uw projectdossier.

      Afstandshouder

      • de Ug-waarde vermeld in de afstandshouder moet worden overgenomen
      • ook als de norm niet vermeld is.
      • Bij oudere dubbele beglazing staan naast de producent ook vaak enkele cijfers in de afstandshouder.
      • Volgens de producenten duiden deze cijfers niet altijd op een fabricagejaar, aangezien de gehanteerde codes verschillend zijn per fabriek.
      • De energiedeskundige mag er dus niet van uitgaan dat deze cijfers het fabricagejaar bevatten.
    • Ug waarde van dakvensters

      Aantal glasbladen bij koepels op platte daken

      • Het aantal schalen van de dakkoepel bepaalt welk hoofdtype beglazing er moet ingevuld worden.
      • Als er geen aanvaarde bewijsstukken zijn, kan het aantal schalen vaak visueel bepaald worden. Bij meerschalige koepels kan het aantal geteld worden dankzij het aanwezige vuil dat op de verschillende schalen aanwezig is en de detectie van de verschillende schalen mogelijk maakt.

      Hoofdtype beglazing bij dakkoepels

      • Meerwandige dakkoepels op platte daken worden soms foutief ingevoerd met polycarbonaatplaten. Er zijn geen dwarse verbindingen tussen de verschillende schalen, dus polycarbonaat mag niet ingevoerd worden, ook al zijn de schalen gemaakt uit kunststof. Het aantal ‘glas’bladen bepaalt het hoofdtype beglazing.
      • In het voorbeeld hiernaast betreft het dubbele beglazing. Uit de vaststellingen en bewijstukken moet volgen of het ‘gewone dubbele beglazing’ of ‘dubbele beglazing onbekend’ betreft.
    • Hoofdtype beglazing

      • Transparante daken van veranda’s worden vaak ofwel met glas ofwel met polycarbonaatplaten afgewerkt. Polycarbonaatplaten hebben dwarse verbindingen.
      • Dankzij de dwarse verbindingen zijn polycarbonaatplaten eenvoudig te herkennen aan de aanwezige parallelle lijnen. Het aantal wanden kan vaak visueel bepaald worden. Bij twijfel tussen 2, 3, 4 of meer wanden, moet voor ‘2 of 3 wanden’ gekozen worden.

    Profielen

      • Welk profieltype moet aangeduid worden bij een aluminium profiel met fabricagejaar 2008 waarbij niet gekend is of het profiel thermisch onderbroken is?

        • Profieltype: aluminium – thermisch onderbroken, ≥ 2000
      • Welk profieltype moet aangeduid worden bij een aluminium thermisch onderbroken profiel waarbij fabricagejaar onbekend is?

        • Profieltype: metaal – thermisch onderbroken
      • Welk profieltype moet aangeduid worden bij een kunststof meerkamerprofiel waarbij fabricagejaar onbekend is?
        • Profieltype: kunststof – aantal kamers = 2 of meer
      • Welk profieltype moet aangeduid worden bij een kunststof profiel met fabricagejaar 2008 waarbij niet gekend is of het een meerkamerprofiel is?
        • Profieltype: Kunststof – aantal kamers = 2 of meer, ≥ 2000
      • Welk profieltype moet aangeduid worden bij een stalen thermisch onderbroken profiel met fabricagejaar 2015?
        • Profieltype: metaal – thermisch onderbroken
    • Bij koepels op een plat dak kijken we naar de opstand om te bepalen welk profiel moet ingevoerd worden.

      Vaak wordt gebruik gemaakt van een geprefabriceerd opstandprofiel (kunststof met of zonder isolatie). Soms wordt de opstand van de koepel uitgetimmerd. Slechts zelden wordt een koepel zonder profiel op het dak gemonteerd (aangezien de waterdichting dan moeilijk te realiseren is).

      De opstand van de dakkoepel wordt op de dakopbouw gemonteerd. Het betreft meestal een houten dakstructuur of een dakstructuur uit beton of cellenbeton.

      • In het voorbeeld hiernaast is een opstand uit kunststof gemonteerd op een houten dakstructuur. In de EPC software worden kunststof profielen ingevoerd.

      Om te bepalen welk type profiel een dakkoepel heeft, is een inspectie langs binnen vaak voldoende.

      • In het voorbeeld hiernaast heeft de dakkoepel een opstand uit kunststof. In de EPC software worden dan ook kunststof profielen ingevoerd.

      Bij bepaalde opbouwen van het dak en afwerkingen van de dakopening, is het profiel aan de binnenzijde echter niet zichtbaar, omdat de opstand verstopt zit achter een binnenafwerking (bijvoorbeeld hout of afbouwplaten).

      De afwerking van de dakopening gebeurt om esthetische redenen, om het standaard geprefabriceerd opstandprofiel van de dakkoepel te verbergen of omdat de opstand volledig werd uitgetimmerd en moet afgewerkt worden.

      Toegang tot het dak is dan nodig om de vaststelling van buitenaf te kunnen doen.

      • In het voorbeeld hiernaast kan men doorheen de koepelschalen het materiaal van de opstand vaststellen vanop het dak. Het betreft kunststof profielen.

      Als er geen vaststellingen langs binnen kunnen worden gedaan over het type profiel en er geen (veilige) toegang is tot het dak, wordt ‘geen profiel’ ingevoerd.

      Ook in geval van twijfel over het type profiel van de dakkoepel, wordt ‘geen profiel’ ingevoerd.

      • In het voorbeeld hiernaast kon het materiaal van de opstand niet langs binnen vastgesteld worden. Vanop het dak is de opstand evenmin zichtbaar. Het type profiel kan dus niet vastgesteld worden. De correcte invoer is in deze situatie ‘geen profiel’.

      Heeft het dakvenster kunststofprofielen, dan kan een factuur uitwijzen wat het fabricagejaar is, waaruit volgt welk type kunststofprofielen moet aangeduid worden:

      • vanaf 1980 tot 2000 : 2 kamers of meer
      • vanaf 2000: 2 kamers of meer, vanaf 2000
      • geen info of ouder dan 1980: 1 kamer of onbekend
      • Houten garagepoorten met zwaaideuren hebben meestal een houten profiel.
      • Garagepoorten zitten echter niet altijd in een profiel vervat of het profiel loopt niet door over de volledige lengte van de zijkanten en bovenkant van de poort.
      • Zo hebben sectionaal- en kantelpoorten geleiders aan weerskanten, maar geen profiel.
      • Bovenaan is geen profiel aanwezig. Het in te voeren hoofdtype is ‘geen profiel’.
      • Bij verandadaken is een inspectie langs onder en langs boven vaak nodig om het type profiel te bepalen.
      • Vaak wordt foutief de langs onder zichtbare draagstructuur als profiel ingevoerd.
      • Het transparante dak van de veranda kan echter op de zichtbare draagstructuur liggen zonder in een profiel vervat te zitten. De platen worden op de draagstructuur mechanisch of met lijm bevestigd en de naden worden waterdicht afgekit. In deze situatie is de invoer ‘geen profiel’.
      • Het komt ook voor dat de platen wel in profielen vervat zitten, maar de profielen, omwille van de onderliggende draagstructuur, niet zichtbaar zijn langs onder.
      • In de foto hiernaast is de correcte invoer ‘metalen profielen niet thermisch onderbroken’.

    U-waarden

    • Bij dakvensters van het merk Velux wordt de Uv-waarde van het venster (of Uw) vaak zonder staving ingevoerd, wat uiteraard fout is.

      • Een tabel of excel met de Uv-waarde van de verschillende generaties dakvensters, is geen aanvaard bewijsstuk als er niet wordt vermeld hoe de Uv-waarde werd berekend en welke norm er werd gevolgd, ook niet als deze tabel of excel op de website van de fabrikant staat.
      • Het is belangrijk de Uv-waarde en andere technische informatie via de prestatieverklaring bij de CE-markering te achterhalen.
      • Hiervoor moeten venstertype, venstergrootte, glaspaneel en productiecode gekend zijn. Deze informatie is terug te vinden op de kenplaat van recente dakvensters (sinds 2001).
    • Bij garagepoorten is soms een kenplaat met CE-markering aanwezig .

      • De kenplaat is vaak slecht vertaald, zodat niet duidelijk is welke waarde wordt vermeld.
      • Let dan op de eenheden. Een U-waarde is uitgedrukt in W/m²K, een R-waarde in m²K/W.