Vlaamse energie-intensieve industrie

Het Departement Werk en Sociale Economie en het adviesbureau Roland Berger brachten de belangrijkste competentie-uitdagingen tot 2035 in kaart voor de Vlaamse energie-intensieve industrie. Denk aan chemie, primaire metalen, petrochemie, rubber en plastic. Met een gezamenlijk aandeel in de Vlaamse industriële toegevoegde waarde van ongeveer 30% en directe werkgelegenheid voor 76.000 personen spelen die sectoren een belangrijke economische en sociale rol. Het is dan ook niet enkel vanuit ecologisch, maar ook vanuit economisch en sociaal standpunt cruciaal dat de transitie in die sectoren slaagt.

Het doel van deze studie? Een concreet inzicht krijgen in wat er gaat veranderen op de werkvloer, welke vaardigheden aan belang winnen en hoe we ons daarop kunnen voorbereiden? 53 beleidsmakers, academici, sociale partners, even vertegenwoordigers van clusters/ sectorfederaties, ondernemingen en opleidingscentra binnen de vier geselecteerde sectoren werden daarom bevraagd via diepte-interviews.

Op basis van hun input werd een kwalitatief competentiekader ontwikkeld om de benodigde skills voor de transitie in kaart te brengen. In de studie werd daarnaast eveneens een kwantitatieve analyse gedaan die een duidelijk zicht geeft op het aantal skills en werkenden die nodig zijn tot 2035.

Groene en digitale transitie gaan hand in hand

In het kader van het onderzoek werden de belangrijkste veranderingen in kaart gebracht die hun intrede gaan doen op de werkvloer binnen de energie-intensieve industrie. We zien dat de groene en de digitale transitie hand in hand gaan. In de factories of the future zal er bijvoorbeeld nood zijn aan recyclage, CO2 opvang en milieu impact monitoring, maar ook digitale Industrie 4.0 toepassingen zoals smart metering.

Op grote schaal aanwerven en upskillen

De studie liet toe om de belangrijkste beleidsuitdagingen te identificeren. Tegen alle verwachtingen rond digitalisering en automatisering in, zien we dat de energie-intensieve industrie structureel zal moeten aanwerven in de komende jaren en dat er op grote schaal zal moeten worden ingezet op het upskillen van de werknemers in de verschillende sectoren. Een belangrijke bevinding is bijvoorbeeld dat tot 2035 ca. 30.000 nieuwe mensen zullen moeten worden aangetrokken (goed voor ongeveer 40% van het huidig aantal werkenden in de sector). Velen daarvan zijn STEM-talenten van uiteenlopende scholingsniveaus, die sowieso al schaars zijn op de arbeidsmarkt. Daarnaast zullen ongeveer 59.000 werkenden een upskilling in groene thema’s moeten krijgen, van uiteenlopende aard zoals duurzaam materiaalontwerp, nieuwe veiligheidsprocedures, verkoopsmodellen in de circulaire economie…

Verder winnen ook soft skills aan belang, waarbij ongeveer 67.000 werkenden verder zullen moeten getraind worden in bijvoorbeeld creatief denken, flexibele planning en organisatie- en transformatiemanagement. De studie bracht opnieuw de nood aan basis digitale werkvaardigheden aan het licht, meer bepaald voor ongeveer 49.000 werkenden binnen de sector, waarvan voornamelijk operatoren en technici. Om die uitdagingen te doen slagen, werden samen met een brede groep stakeholders mogelijke pistes geïdentificeerd.

Meer informatie