Gedaan met laden. U bevindt zich op: Wijzigingsbesluit 5 Wijzigingsbesluiten

Wijzigingsbesluit 5

Het besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2026 wijzigt het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2018 tot vaststelling van de tuchtprocedure voor het statutaire personeel van het lokaal bestuur en tot vaststelling van de werking, de samenstelling en de vergoeding van de leden van de Beroepscommissie voor Tuchtzaken, het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2018 tot vaststelling van de tuchtprocedure voor het statutaire provinciepersoneel en het besluit rechtspositieregeling van 20 januari 2023. Je vindt een overzicht van de wijzigingen op deze pagina.

Het BVR van 23 januari 2026(opent in nieuw venster) wijzigt het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2018 tot vaststelling van de tuchtprocedure voor het statutaire personeel van het lokaal bestuur en tot vaststelling van de werking, de samenstelling en de vergoeding van de leden van de Beroepscommissie voor Tuchtzaken, het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2018 tot vaststelling van de tuchtprocedure voor het statutaire provinciepersoneel en het besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de minimale voorwaarden van de rechtspositieregeling van het personeel van lokale en provinciale besturen van 20 januari 2023 op sommige vlakken. De wijzigingen uit dit vijfde wijzigingsbesluit (W5) vind je terug op deze pagina. Tegelijk zie je wanneer elke wijziging in werking treedt en in welke mate die wijziging afdwingbaar en onmiddellijk uitvoerbaar is.

Op ons digitaal platform vind je steeds de meest recente en gecoördineerde versie van het rechtspositiebesluit. Vorige versies van het BVR RPR kunnen makkelijk via de Vlaamse Codex(opent in nieuw venster) worden geraadpleegd onder de rubriek ‘Volledig document’ (historische versie).

De twee tuchtprocedurebesluiten, die voor het statutaire personeel van lokale besturen en die voor het statutair provinciepersoneel, worden aangepast zodat er correct verwezen wordt naar het Burgerlijk Wetboek.

Er wordt in het BVR RPR duidelijker omschreven wie als een persoon met een handicap gezien wordt. De regeling sluit aan bij de regels van de Vlaamse overheid, omdat die overeenstemmen met de definitie uit het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Ook personen met een chronische ziekte vallen nu onder deze omschrijving.

toevoegingartikel 3, §2 BVR RPR
inwerkingtreding20/02/2026
impact personeelsledenrechtstreeks afdwingbaar en uitvoerbaar
impact lokale en provinciale besturenverplicht conformeren

De Europese richtlijn (EU) 2023/970 van 10 mei 2023 wordt gedeeltelijk omgezet. De vacatures en functiebenamingen moeten genderneutraal zijn en de aanwerving en selectie worden op een niet-discriminerende wijze gevoerd. Hierdoor wordt het recht op gelijke beloning voor gelijke of gelijkaardige arbeid gewaarborgd.

toevoegingartikel 4/1 BVR RPR
wijziging

- artikel 9 BVR RPR

- artikel 10 BVR RPR

inwerkingtreding20/02/2026
impact personeelsledenrechtstreeks afdwingbaar en uitvoerbaar
impact lokale en provinciale besturenverplicht conformeren

Het BVR RPR wordt afgestemd op het decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid waarbij de richtlijn (EU) 2019/1158 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers wordt omgezet. Wie verlof opneemt voor zijn/haar gezinsverantwoordelijkheden, mag daardoor geen minder gunstige arbeidsvoorwaarden ondervinden. Zo tellen afwezigheden wegens dwingende redenen en zorgverlof voortaan altijd mee voor de geldelijke anciënniteit en de eindejaarstoelage. Daarnaast kunnen andere gezinsverloven (zoals ouderschapsverlof, verlof voor medische bijstand, palliatief verlof, verlof voor mantelzorg en het Vlaams zorgkrediet) niet langer uitgesloten worden voor de berekening van de eindejaarstoelage en de opbouw van de ziektekredietdagen

wijziging

- artikel 27 BVR RPR

- artikel 37 BVR RPR

- artikel 62 BVR RPR

inwerkingtreding20/02/2026
impact personeelsledenrechtstreeks afdwingbaar en uitvoerbaar
impact lokale en provinciale besturenverplicht conformeren

De formulering ‘rekening houdend met de prestatieregeling’ wordt geschrapt uit artikel 53, eerste lid van het BVR RPR, omdat dit in de praktijk voor verwarring zorgde. Vakantierechten worden opgebouwd op basis van periodes van dienstactiviteit en daarmee gelijkgestelde periodes en dus niet op basis van de prestatieregeling.

wijziging

artikel 53 BVR RPR

inwerkingtreding20/02/2026
impact personeelsleden/
impact lokale en provinciale besturenverplicht conformeren

Inhoudelijk wordt er vrijwel niks gewijzigd, maar de tekst wordt wel duidelijker opgebouwd om misverstanden te vermijden. Zo wordt verduidelijkt dat een voorafgaand onderzoek bij de preventieadviseur-arbeidsarts enkel verplicht is voor personeelsleden die onder gezondheidstoezicht vallen, die langer dan vier weken onafgebroken afwezig waren en die een onderzoek bij werkhervatting moeten ondergaan. Daarnaast wordt de regeling over het gebruik van ziektekredietdagen bij deeltijdse werkhervatting afzonderlijk geplaatst, zodat duidelijk is dat het om een andere situatie gaat. Als laatste wordt de regeling over disponibiliteit na uitputting van het ziektekrediet ondergebracht in een nieuw artikel 63/1, omdat dat een andere materie is dan deeltijdse werkhervatting. In dat nieuwe artikel komt ook een extra beschermingsmaatregel: het wachtgeld bij disponibiliteit mag niet lager zijn dan het bedrag bij vervroegd pensioen, maar ook niet hoger dan het laatste activiteitssalaris.

wijziging

artikel 63 BVR RPR

toevoegingartikel 63/1 BVR RPR
inwerkingtreding20/02/2026
impact personeelsledenrechtstreeks afdwingbaar en uitvoerbaar
impact lokale en provinciale besturenverplicht conformeren

Het omstandigheidsverlof bij overlijden in tweede graad bij langdurige pleegzorg (9°/1) is gelijkaardig aan dat bij bloed- of aanverwanten (9°). Het moet gaan om een overlijden van een aanverwant van het personeelslid of de samenwonende partner. In punt 11° is er een kleine taalkundige correctie, waardoor dit volledig hernomen wordt. Tot slot wordt het zevende lid van artikel 67, §3 opgeheven, omdat het sinds 1 januari 2023 zinledig is door het recht van statutaire personeelsleden op 20 dagen omstandigheidsverlof bij de geboorte van een kind.

wijziging

artikel 67 BVR RPR

inwerkingtreding20/02/2026
impact personeelsledenrechtstreeks afdwingbaar en uitvoerbaar
impact lokale en provinciale besturenverplicht conformeren