Regel 1

Schrijf Engelse woordgroepen met een spatie als vergelijkbare combinaties ook in het Nederlands los geschreven worden.

Voorbeelden
  • een meerlettergrepig bijvoeglijk naamwoord en een zelfstandig naamwoord: acid jazz, American dream, compact disc, digital native, heavy metal, human resources, intensive care, Irish coffee
  • een eenlettergrepig bijvoeglijk naamwoord en een zelfstandig naamwoord dat de hoofdklemtoon draagt: big boss, big brother, black comedy, black tie, fair trade, high five, low profile
  • een werkwoordsvorm op -ing en een zelfstandig naamwoord dat als onderwerp bij die ing-vorm te beschouwen is: coming man (the man is coming), finishing touch, leading lady, managing director, running mate, working majority
  • een rangtelwoord en een zelfstandig naamwoord: first class, first lady, fourth estate, second opinion
  • een bezitsvorm en een zelfstandig naamwoord: collector’s item, director’s cut, ladies’ night, runner’s high, writer’s block
  • andere Engelse woordgroepen waarvan het equivalent in het Nederlands ook los geschreven zou worden: all the way, back to basics, coming of age, hall of fame, look at me, nine to five, no cure no pay, out of the blue, place to be, state of the art, top of the bill

Regel 2

Schrijf Engelse combinaties met als eerste deel een bijvoeglijk naamwoord of een ing-vorm aaneen als ze één klemtoon hebben.

Ze vormen dan een samenstelling in plaats van een woordgroep. Zoals in Nederlandse samenstellingen heeft het linkerdeel dan de hoofdklemtoon. Vergelijk: kleinkind, blacklight (samenstelling) - klein kind, black tie (woordgroep).

Voorbeelden
  • een eenlettergrepig bijvoeglijk naamwoord en een zelfstandig naamwoord dat niet de hoofdklemtoon draagt: bigband, blacklight, flatscreen, fulltime, hardrock, liveband, lowrider, shortcut
  • een werkwoordsvorm op -ing en een zelfstandig naamwoord dat niet als onderwerp bij die ing-vorm te beschouwen is: chewinggum (niet: the gum is chewing), mailinglist, shoppingcenter

Regel 3

Schrijf Engelse functiebenamingen die uit drie of meer delen bestaan, los.

Voorbeelden

chief operating officer, senior public relations officer, technical sales assistant