Regel 1 - Instanties, bedrijven, organisaties en gebouwen

Schrijf namen van instanties, bedrijven, organisaties en gebouwen met hoofdletters.

Lidwoorden, voorzetsels en voegwoorden worden in zulke namen doorgaans met een kleine letter geschreven.

Voorbeelden
  • het Atomium, de Koning Boudewijnstichting, de Federale Overheidsdienst Financiën, General Motors, het Hof van Cassatie, de Minaraad, het Museum aan de Stroom, het Parthenon, Proximus, de Senaat, het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, het Vlaams Parlement, het Zuiderpershuis
  • in samenstellingen: General Motorspersoneel, Proximusmedewerker, een Tweede Kamerfractie, een Vlaams Parlementslid

Regel 1.1

UITZONDERING: Neem de schrijfwijze over die de instantie, het bedrijf of de organisatie zelf gebruikt, als die niet met de bovenstaande regel overeenstemt (donorprincipe).

Voorbeelden

bpost, easyJet, eBay, StuBru

Regel 1.2

UITZONDERING: Schrijf namen van instanties klein als ze gebruikt worden als een soortnaam, bijvoorbeeld in een omschrijving, een niet-officiële naam of een meervoudsvorm.

Voorbeelden
  • het gerecht, een Duits ministerie, de Vlaamse ministeries, de Nederlandse overheid, het Italiaanse parlement, de parlementen van België, de senaat in de Verenigde Staten
  • in samenstellingen: een ministeriegebouw, een Italiaans parlementslid, Italiaanse parlementsleden

Regel 1.3

UITZONDERING: Schrijf namen van instanties en bestuursorganen klein als ze niet uniek zijn.

Het gaat dan om soortnamen.

Voorbeelden

het college van burgemeester en schepenen, het hof van assisen van Gent, een raad van bestuur

Regel 2 - Merken

Schrijf merknamen met een hoofdletter, tenzij de naamgever een andere schrijfwijze heeft gekozen (donorprincipe).

Dat geldt ook als de merknaam gebruikt wordt om naar een exemplaar van dat merk te verwijzen.

Voorbeelden
  • Bacardi Breezer, Coca-Cola, Dafalgan, Esso, Facebook, iPod, Philips, Thalys, Volkswagen
  • een Coca-Cola, een Miele, een Renault, een Thalys
  • in samenstellingen: Bacardi Breezerflesje, Essotankstation, Philipslamp, Thalysdienstregeling, Volkswagenfabriek

Regel 2.1

UITZONDERING: Schrijf merknamen klein als ze worden gebruikt om in ruimere zin naar een type van product te verwijzen.

Het gaat dan om soortnamen.

Voorbeelden

een aspirientje (een pijnstiller), een breezer (een alcopop), een leukoplast (een pleister), een pamper (een luier), een spa (een mineraalwater), een thermos (een isoleerkan)

Regel 3

Schrijf werkwoorden die van een merknaam zijn afgeleid, klein.

Voorbeelden

facebooken, googelen, instagrammen, skypen, tinderen, twitteren, whatsappen, wiiën