Regel 1

VOORAF: Ga voor de spelling van het verkleinwoord uit van het grondwoord.

Een grondwoord met een vormvariant heeft meestal ook twee verkleinwoorden.

Voorbeelden
  • kat - katje, kind - kindje
  • grondwoorden met een vormvariant: bladzij(de) - bladzijtje en bladzijdetje; chocola(de) - chocolaatje; envelop(pe) - envelopje en enveloppetje; giraf(fe) - girafje en giraffetje; molecuul en molecule - molecuultje en moleculetje; sardien en sardine - sardientje en sardinetje

Regel 2 - Hoofdregel

HOOFDREGEL: Schrijf het achtervoegsel aan het grondwoord vast.

Deze regel geldt ook voor de meeste Franse leenwoorden, maar soms kan een Frans grondwoord vernederlandst worden en zijn er twee verkleinwoorden (zie regel 5). Pas waar nodig de regels toe voor enkele of dubbele klinker en enkele of dubbele medeklinker.

Voorbeelden
  • dalletje, bonnetje, cakeje, cd-rommetje, glaasje, jockeytje, leerlingetje, mensje, probleempje, lasertje, scheepje, stewardessje, toiletje, vipje, webcammetje, zeefje
  • met een Frans grondwoord: cognacje, crèmepje, dinertje, entrecoteje, souvenirtje, tournedostje
  • bijzonder geval: jongen - jongetje

Regel 3

Laat bij verkleinwoorden met het achtervoegsel -kje de g van het grondwoord weg.

Voorbeelden

ketting - kettinkje, koning - koninkje

Regel 4

Laat bij verkleinwoorden van woorden die eindigen op -sj of -tsj de j van het grondwoord weg.

Voorbeelden

derwisj - derwisje, fetisj - fetisje, tsarevitsj - tsarevitsje

Regel 5 - Franse grondwoorden

Vernederlands het verkleinwoord van Franse grondwoorden op -ade, -ave, -ffe, -ine, -ppe, -tte, -ule, -ure, -ute als de eind-e in het verkleinwoord niet wordt uitgesproken.

Pas de hoofdregel toe als de eind-e in het verkleinwoord wél wordt uitgesproken. Als zo’n verkleinwoord deel uitmaakt van een Franse woordgroep, wordt het daarin niet vernederlandst (eau de toilette - eau de toiletteje).

Voorbeelden

- karbonade - karbonaadje (naast karbonadetje)

- enclave - enclaafje (naast enclavetje)

- tartuffe - tartuufje (naast tartuffetje)

- machine - machientje (naast machinetje)

- mascotte - mascotje (naast mascottetje)

- brunette - brunetje (naast brunettetje)

- pendule - penduultje (naast penduletje)

- brochure - brochuurtje (naast brochuretje)

- parachute - parachuutje (naast parachutetje)

Regel 6

Voeg -je toe als het Franse grondwoord eindigt op een al dan niet uitgesproken t of d.

Voorbeelden

biscuit - biscuitje, boulevard - boulevardje, chalet - chaletje, depot - depotje, restaurant - restaurantje

Regel 7 - Eindigt op lange klinker met één teken

Schrijf het klinkerteken dubbel in verkleinwoorden op -tje als het grondwoord eindigt op een lange klinker die met één teken wordt geschreven.

Dat is het geval bij de a, e, i, o en u. De é verliest daarbij het accent en de i wordt ie.

Voorbeelden

aloë - aloëetje, auto - autootje, café - cafeetje, demo - demootje, facsimile - facsimileetje, oma - omaatje, paraplu - parapluutje, radio - radiootje, taxi - taxietje, ufo - ufootje

Regel 7.1

UITZONDERING: Gebruik een apostrof in het verkleinwoord als het grondwoord eindigt op een y die volgt op een medeklinker, of op een u die als /oe/ uitgesproken wordt.

Voorbeelden

baby - baby’tje, tiramisu - tiramisu’tje

Regel 8 - Initiaalwoorden, cijfers en letters

Gebruik een apostrof in het verkleinwoord van een initiaalwoord, een cijfer, een losse letter (of lettercombinatie), een bijzonder teken of een combinatie ervan.

Gebruik ook een apostrof in het verkleinwoord van een letterwoord of verkorting als dat grondwoord met een of meer hoofdletters wordt geschreven.

Voorbeelden
  • bij een initiaalwoord: CEO’tje, gsm’etje, pc’tje
  • bij een cijfer: 3’tje, 11’je
  • bij een losse letter: a’tje, ij’tje, m’etje
  • bij een bijzonder teken: &’je, +’je
  • bij een combinatie: A4’tje, mp3’tje
  • bij een letterwoord met een of meer hoofdletters: die eeuwige FAQ’jes
  • bij een verkorting met een of meer hoofdletters: ons Benelux’je