Het Nederlandse meervoud van casus ('geval, praktijkgeval', 'naamval') is casussen. Soms wordt de meervoudsvorm casi* gebruikt, maar die is niet correct. Af en toe wordt de oorspronkelijke Latijnse meervoudsvorm casus ook in het Nederlands als nogal geleerde meervoudsvorm gebruikt.

In de betekenis 'praktijkgeval' wordt in plaats van casus vaak het uit het Engels ontleende woord case (meervoud cases) gebruikt, ook in samenstellingen als casestudy en testcase.

Taaladvies.net
Casussen / casus ((opent in nieuw venster))