Niet-dringend ziekenvervoer
- Ministerraad
11 september 2026
- Op voorstel van
Vlaams minister Caroline Gennez en Vlaams minister Annick De Ridder
Samenvatting
Voor zittend patiëntenvervoer gelden vandaag geen duidelijke kwaliteitseisen. Daarom hecht de Vlaamse Regering haar principiële goedkeuring aan het decreet dat het decreet van 18 mei 2018 betreffende het niet-dringend liggend ziekenvervoer wijzigt. Het toepassingsgebied van dit decreet wordt uitgebreid van het niet-dringend liggend ziekenvervoer naar het niet-dringend patiëntenvervoer. De positie van de persoon die vervoerd wordt, zal niet langer doorslaggevend zijn voor het toepassingsgebied van de regelgeving. Het belangrijkste onderscheidend criterium om te kunnen spreken van niet-dringend patiëntenvervoer en niet van (bezoldigd) personenvervoer, wordt de zorgfinaliteit van het vervoer, zijnde of vervoer gebeurt met het oog op toezicht op de gezondheidstoestand van de patiënt en/of zorg tijdens het vervoer. Het niet-dringend patiëntenvervoer wordt met dit wijzigingsdecreet eveneens uitdrukkelijk uitgesloten van het toepassingsgebied van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer. Over het voorontwerp wordt advies ingewonnen van de Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en de Mobiliteitsraad van Vlaanderen. Als de bevoegde ministers oordelen dat die adviezen geen aanpassing vereisen, wordt ook het advies van de Raad van State gevraagd binnen dertig dagen.