Voor hernieuwbare energie wordt in het Vlaams Energie- en Klimaatplan (VEKP) een indicatief streefdoel nagestreefd van 28.512 gigawattuur (GWh) hernieuwbare energieproductie tegen 2030: groene stroom (12.780 GWh), groene warmte (9.688 GWh) en biobrandstoffen (6.044 GWh, exclusieve federale bevoegdheid). Voor energie-efficiƫntie wordt een streefdoel van maximaal finaal energieverbruik van 275.240 GWh tegen 2030 in het beleidsscenario (WAM) vooropgesteld als bijdrage aan de nationale besparingsdoelstelling (art. 3 EED) en een bijdrage aan de nationale doelstelling i.k.v. artikel 7 EED van 87,891 TWh (=gecumuleerde finale energiebesparing over 2021-2030).

Evolutie in (interactieve) grafiek

In het Vlaamse Gewest bedroeg het finaal gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen in 2020 23.141 GWh. Daarmee lag het aandeel van hernieuwbare energie in het bruto finaal energiegebruik in 2020 op 8,9%. Dat aandeel is de afgelopen jaren gestegen. In 2010 ging het nog om 4,5%. In dit cijfer zit niet alleen de inlandse productie van groene stroom, warmte en koeling, maar ook het gebruik van hernieuwbare energiebronnen voor transportdoeleinden, zoals biobrandstoffen. Om te voldoen aan de Vlaamse doelstelling uit het intra-Belgische lastenverdelingsakkoord, werd voor het jaar 2020 de Vlaamse productie van 23.141 GWh hernieuwbare energie aangevuld met de aankoop van statistieken voor een hoeveelheid van 2.070 GWh.