De eerste COVID-19-gezondheidsenquête (begin april 2020) wees op een verhoogd aantal angststoornissen (19,9 %) en depressieve stoornissen (16,5 %) bij de volwassen Vlaming (18 jaar en ouder) in vergelijking met de cijfers uit 2018 (respectievelijk 8,8% en 6,5%).

Evolutie in (interactieve) grafiek

In de daaropvolgende COVID-19-gezondheidsenquêtes zien we dat het aantal mensen dat kampt met angst en depressie mee evolueert met de geldende coronamaatregelen. Bij versoepelingen daalt het aantal mensen, bij verstrenging neemt het aantal toe.

Bij de enquête in oktober 2021 was het aantal angst- en depressieve stoornissen voor de derde meting op rij gedaald t.o.v. de piek in december 2020, tot respectievelijk 13,1% en 10,6%. Dit bleef wel nog steeds hoger dan het pre-corona niveau.

Bij de vierde golf in november-december 2021 zagen we dat het aantal mensen dat kampt met een depressie, het hoogste peil bereikt sinds de start van de pandemie (21,3%). Ook het aantal angststoornissen stijgt opnieuw t.o.v. de meting in oktober, naar 17,3%.

Onder invloed van de versoepelingen geeft de enquête vanaf maart 2022 opnieuw een daling aan. Het aantal mensen met angstgevoelens daalt in juni 2022 naar 12,1%, het aantal depressies daalt naar 9,1%. Hiermee dalen de cijfers tot op het niveau van vóór de vierde golf (oktober 2021). Vanaf oktober 2022 zal het aantal mensen met angst- en depressieve gevoelens echter opnieuw licht stijgen.

Bij de COVID-19-gezondheidsenquêtes werden de GAD-7 (Generalized Anxiety Disorder) en PHQ-9 (Patient Health Questionnaire) gebruikt om de prevalentie van gegeneraliseerde angststoornissen en depressieve stoornissen na te gaan.

De data zijn afkomstig van: Sciensano.(opent in nieuw venster)