De COVID-19-crisis, de noodzakelijke gezondheidsmaatregelen en de daarmee samenhangende economische krimp lieten zich uiteraard ook voelen op de arbeidsmarkt. Maar een scherpe daling van de loontrekkende tewerkstelling bleef in 2020 uit. Dat is onder andere te danken aan het stelsel van de tijdelijke werkloosheid, waarbij de band tussen werknemer en werkgever behouden blijft maar er geen of slechts gedeeltelijke prestaties verricht worden.

Evolutie in (interactieve) grafiek

In het eerste kwartaal van 2021 bereikte de Vlaamse loontrekkende tewerkstelling voor het eerst het precorona niveau met 2.423.114 werknemers. Op jaarbasis - ten opzichte van het vierde kwartaal van 2020 - kwamen er 27.666 jobs bij, een toename van +1,13%.

Ook in 2022 neemt het aantal gestaag toe. In het derde kwartaal is er sprake van 2.475.900 werknemers. Op jaarbasis - ten opzichte van het derde kwartaal van 2021 - nam de loontrekkende tewerkstelling toe met 27.426 personen (+1,1%).

De evolutie van de tewerkstelling uitgedrukt in voltijdsequivalenten (VTE), die ook rekening houdt met het aantal gewerkte uren, verliep grilliger. Na een diepe duik van −9,9% in het tweede kwartaal van 2020, veerde het aantal werknemers in voltijdsequivalenten in het derde kwartaal stevig op met +9,8%. Ook in het vierde kwartaal van 2020 nam het aantal voltijdsequivalenten verder toe.

Na een lichte daling in het eerste kwartaal van 2021, zet de stijgende lijn zich verder tot en met het eerste kwartaal van 2022. Daarna neemt het aantal VTE echter opnieuw af. Tijdens het derde kwartaal van 2022 bedraagt deze 2.039.100. Op jaarbasis - ten opzichte van het derde kwartaal van 2023 - is dit wel een toename van 1,8%.

De data zijn afkomstig van: Steunpunt Werk(opent in nieuw venster).