Achteruitgang voedselaanbod

Op de eerste plaats is er tijdens de laatste 60 jaar een enorme achteruitgang van het voedselaanbod. Vooral stuifmeel is heel erg belangrijk. Het zijn de eiwitten (de bouwstenen) voor de larven van de bij en de hommel. De toename van beton, asfalt en gebouwen zorgden voor een afname van het areaal. In de landbouw worden de gewassen steeds ‘properder’; geen wild plantje blijft staan. Er resten nog maar weinig braakliggende percelen met wilde planten en bloemen. Alles is in gebruik. Luzerne en klavers verdwenen al geruime tijd van de akkers. De opkomst van de klepelmaaier zorgde voor minder braamstruwelen. Netheid en veiligheid op openbare domeinen resulteerden in een achteruitgang van de diversiteit. De particuliere tuin werd steeds kleiner en netter met liefst zo weinig mogelijk onderhoud.

Pesticiden

Een andere oorzaak van de achteruitgang van de bijenpopulaties zijn de pesticideresidu’s. Het overmatig gebruik van chemische middelen bij zowel particulieren, de industrie als de landbouw laten opmerkelijke sporen na. Uit onderzoek op bijenwas blijkt dat er gemakkelijk 2 tot 12 verschillende chemische verbindingen terug te vinden zijn in de honingraten. Deze cocktails zorgen er voor dat de reeds verzwakte bijen sterven.

Varroamijt

Bij honingbijen is de varroamijt (een Aziatisch spinnetje) ook een probleem. Die legt haar eitjes op de larven van de bij. Varroamijten worden in onze contreien waargenomen sinds de jaren ‘80. In het oorsprongsgebied leven ze in symbiose met hun gastheer. In onze streken niet en ze komen in bijna elke bijenkast voor. De mijt bijt zich vast aan de bij en voedt zich met de lichaamssappen. Dit verzwakt de bij en door de kwetsuren in de chitine (bijenhuid) zijn de bijen ook veel vatbaarder voor virussen.