Wat kan de werknemer opsparen?

De 'tijd' die een werknemer kan opsparen, bestaat uit:

  • het krediet aan vrijwillige overuren die niet moeten worden ingehaald
  • de conventionele verlofdagen die via een collectieve arbeidsovereenkomst worden toegekend en vrij opgenomen kunnen worden
  • de uren die, in het geval van een glijdend uurrooster, boven de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur worden verricht en op het einde van de referteperiode kunnen worden overgedragen
  • de overuren die in het kader van een onvoorziene noodzakelijkheid of een buitengewone vermeerdering van werk worden verricht en die naar keuze van de werknemer al dan niet worden ingehaald.

De wettelijke jaarlijkse vakantiedagen en de conventionele verlofdagen die vastliggen, komen niet in aanmerking voor loopbaansparen.

Geen verplichting

De werknemer beslist zelf of hij aan loopbaansparen doet of niet. Hij kan er niet toe verplicht worden. Ook de werkgever is niet verplicht om het stelsel van loopbaansparen in zijn onderneming op te zetten.

Invoering

Het wettelijk concept van het loopbaansparen is in werking getreden op 1 februari 2018. Maar loopbaansparen zal pas mogelijk zijn als daar binnen een sectorale cao een kader voor uitgewerkt is. Als er geen sector-cao volgt binnen zes maanden, kunnen werkgevers het systeem zelf invoeren via een ondernemings-cao.

Meer info