Gedaan met laden. U bevindt zich op: Drie jonge krachten aan het roer van Vlaamse Handhaving Verhalen uit het agentschap

Drie jonge krachten aan het roer van Vlaamse Handhaving

Nieuwsbericht
27 februari 2026

Ze zijn jong, ambitieus en werken aan één van de meest veelzijdige uitdagingen binnen de Vlaamse overheid: het stroomlijnen van de handhaving. Drie jonge medewerkers vertellen hoe zij hun weg vonden binnen de wereld van handhaving, waar juridische precisie, beleid en samenwerking elkaar ontmoeten.

De afdeling Vlaamse Handhaving binnen het Agentschap Justitie en Handhaving is nog relatief jong, maar speelt een sleutelrol in het vernieuwen en vereenvoudigen van hoe inspectiediensten en overheden in Vlaanderen optreden tegen overtredingen. Het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving en het Vlaams Handhavingsplatform zijn hierin de hoofdrolspelers. Lana, Henri en Simon werden tijdens hun eerste jaar als juristen Vlaamse Handhaving gewogen, en zeker niet te licht bevonden. 

De afdeling Vlaamse Handhaving zorgt voor een doordacht en samenhangend handhavingsbeleid zodat de regelgeving in Vlaanderen maximaal wordt nageleefd. Zo hebben ze het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving uitgewerkt, waarin de uiteenlopende regelgeving wordt gestroomlijnd en een leidraad biedt voor inspectiediensten. Het Vlaams Handhavingsplatform zorgt ervoor dat alle diensten die te maken hebben met handhaving makkelijk kunnen samenwerken en communiceren, en dat op een snelle en veilige manier.

De sprong naar handhaving 

Lana, Henri en Simon

Voor velen lijkt handhaving niet meteen het meest tastbare of aantrekkelijke vak, maar voor deze drie jonge ambtenaren bleek het precies datgene te zijn waar ze naar op zoek waren: een job met afwisseling, maatschappelijk belang en de kans om mee te bouwen aan iets wat nog volop in ontwikkeling is.

“Ik heb rechten en criminologie gestudeerd,” zeg Lana. “Ik zocht een job waar ik dat juridische kon combineren met iets maatschappelijks. De vacature sprak me aan omdat het zo’n brede functie was – overleg met allerhande entiteiten, beleidsvoorbereiding, regelgeving … Ik dacht: hier ga ik veel kunnen leren.”

Simon werkte al eerder bij de Vlaamse overheid en zag in handhaving een kans om meer impact te hebben. “Ik wou iets doen dat echt breed ging – over verschillende domeinen heen. Hier komen we in contact met milieu, cultuur, mobiliteit, noem maar op. Dat maakt het heel boeiend.” En ook voor Henri gaf die mix de doorslag: “Handhaving bleek veel meer dan puur juridisch werk – het is meedenken over hoe regels in de praktijk werken en waar ze beter kunnen.”

Een steile leercurve 

Lana, Henri en Simon startten ongeveer gelijktijdig. Hun eerste weken waren intens: studiedagen, vergaderingen en vooral een golf aan informatie. “We werden letterlijk ondergedompeld. Er kwam zoveel op ons af – nieuwe termen, regelgeving, het Kaderdecreet … In het begin was het echt zoeken, maar collega’s namen de tijd om alles uit te leggen.”

Een jaar later kunnen ze al heel wat verwezenlijkingen opsommen: ze schreven mee aan uitvoeringsbesluiten, overlegden met verschillende entiteiten, en droegen bij aan het Vlaams Handhavingsplatform – een digitaal systeem dat de samenwerking tussen inspectiediensten – denk aan milieu- of wooninspectie - vergemakkelijkt.

Wat doen ze nu precies?

Wie niet vertrouwd is met handhaving, associeert het vooral met boetes en regels. Maar achter die regels schuilt een wereld van overleg, afstemming en modernisering. “We schrijven decreten en besluiten die bepalen hoe inspecties werken, wie toezicht mag houden, en hoe boetes worden opgelegd,” zegt Henri. “Het Kaderdecreet vormt daarbij een soort toolbox – het geeft handhavingsdiensten instrumenten om doeltreffender te werken.”

Simon gebruikt het Vlaams Centrum Elektronisch Toezicht (VCET) als voorbeeld. Zij stapten meteen in het Kaderdecreet. “Ze beginnen met het uitvoeren van inspecties op enkelbanden en ander toezichtsmateriaal. Dankzij het Kaderdecreet weten ze precies welke stappen ze moeten volgen, hoe ze inspecties moeten uitvoeren, wie dat kan doen, hoe ze boetes kunnen opleggen … Alles is gestroomlijnd.”

“Vroeger werkten diensten elk op hun eigen manier. Nu brengen we hun regels samen, zodat een inspecteur bij pakweg Milieu met gelijkaardige procedures werkt als iemand bij Wonen bijvoorbeeld. Dat verhoogt de efficiëntie én de rechtszekerheid. We kijken ook steeds of ons kaderdecreet toepasbaar is voor alle mogelijke gebruikers, of we nog aanpassingen moeten voorzien voor andere domeinen.”

Er staan nu dingen in het Belgisch Staatsblad waar wij de pen van vastgehad hebben.

Balanceren tussen regels en realiteit 

Het werk vraagt niet alleen juridische kennis, maar ook communicatieskills. “Je overlegt met veel verschillende diensten,” zegt Lana. “Sommigen hebben al een bepaalde manier van werken, zoals meteen beboeten, terwijl anderen liever eerst een waarschuwing geven. We zien ook dat diensten soms niet weten dat de andere manier mogelijk is. In het Kaderdecreet voorzien wij de mogelijkheid om bijvoorbeeld eerst in overleg te gaan of een herstelmaatregel op te leggen in plaats van meteen een boete. Stel nu: iemand breekt iets af zonder de nodige vergunningen. Dan zijn er verschillende opties. Of je gaat meteen beboeten, of je gaat zowel beboeten als een maatregel opleggen – namelijk, de constructie opnieuw plaatsen. Of je laat alleen de schade herstellen zonder boete. Wij proberen regels te schrijven die dat allemaal mogelijk maken, zodat de diensten flexibel en op hun manier kunnen werken, aangepast aan de situatie en de eigenheid van de specifieke regelgeving.”

De samenwerking met parketten is daarbij cruciaal. “Niet elk dossier kan door het parket behandeld worden – er is gewoon te veel. Dankzij bestuurlijke handhaving kunnen we als overheid zelf optreden, zodat er minder straffeloosheid is.”

Leren, groeien en plezier hebben 

Alle drie benadrukken ze hoeveel ze geleerd hebben in korte tijd. “We schrijven wetgeving, maar we zien ook de impact in de praktijk. Het is technisch, maar tegelijk maatschappelijk relevant.”

“Regelgeving schrijven is echt een taalkundige puzzel. Elk woord telt. Ik vind dat eigenlijk heel leuk om daarmee bezig te zijn. Ook al krijg je elke tekst terug vol opmerkingen,” lacht Simon. Henri vult aan: “Het geeft voldoening als je merkt dat wat je hebt geschreven echt gebruikt wordt door inspectiediensten.”

De sfeer op de afdeling helpt ook volgens Henri. “We zijn een klein team, iedereen kent elkaar. Er is ruimte om te leren, fouten te maken en te groeien.”

Een blik vooruit 

De komende jaren willen ze vooral verder bouwen aan wat er nu op poten staat. “Het Kaderdecreet en het handhavingsplatform zijn nooit ‘af’. Ze evolueren met de praktijk. En dat maakt het net zo interessant: we blijven meedenken, bijsturen, en leren,” zegt Henri.

Na een jaar Vlaamse handhaving mee vormgeven, hebben ze het gevoel dat ze iets bijdragen aan de samenleving, en ze zijn er nog lang niet klaar mee. Of zoals Simon samenvat: “Het is uitdagend, soms complex, maar vooral: het is boeiend werk dat ertoe doet.”