Voorwaarden

Als uw gezinsinkomen op uw laatste aanslagbiljet, niet meer bedraagt dan 30.984 euro, dan krijgt u automatisch een sociale toeslag voor één jaar (= het toekenningsjaar). Het toekenningsjaar loopt van 1 oktober tot 30 september.

  • Kinderen geboren vanaf 1 januari 2019 komen hiervoor onmiddellijk in aanmerking.
  • Kinderen geboren voor 1 januari 2019 die in het vorige systeem geen sociale toelage kregen, kunnen vanaf 1 januari 2019 wel recht hebben op een sociale toeslag, als ze aan de inkomensgrenzen voldoen. 
  • Kinderen geboren voor 1 januari 2019 die in het vorige systeem al een sociale toelage kregen, behouden deze bedragen. 

Ook wie het voorbije jaar een leefloon, inkomensvervangende tegemoetkoming of inkomensgarantie voor ouderen ontving, krijgt voor die maanden automatisch een sociale toeslag.

Procedure

De sociale toeslag wordt automatisch toegekend voor één jaar. De uitbetaling gebeurt maandelijks.

De sociale toeslag wordt ook automatisch toegekend voor die maanden waarin het gezinsinkomen is samengesteld uit:

Alarmbelprocedure

Uw aanslagbiljet geeft niet altijd een juiste weerspiegeling van uw actuele inkomenssituatie. Als u kunt aantonen dat uw inkomen sinds uw laatste aanslagbiljet minstens 6 opeenvolgende maanden onder de inkomensgrens lag, kunt u zelf bij uw uitbetaler een sociale toeslag aanvragen en uw huidige inkomen (minstens 6 maanden) bewijzen.

Volg uw Groeipakket op via Mijn Groeipakket. Aanmelden kan met eID, federaal token, its me, sms code of mobiele app.

Geen idee van welke uitbetaler u het Groeipakket ontvangt? Kijk het snel na via de online tool. Dit kan enkel met het Rijksregisternummer van de ouder die het Groeipakket ontvangt. 

Bedrag

Het bedrag van de sociale toeslag is afhankelijk van het inkomen van het gezin en de gezinssamenstelling

  Jaarinkomen lager of gelijk aan 30.984 Jaarinkomen tussen 30.984 en 61.200 euro
1 of 2 kinderen 51 euro/maand per kind Geen toeslag
3 of meer kind 81,60 euro/maand per kind 61,20 euro/maand per kind


Wie heeft er recht?

De 1ste inkomensgrens (≤ € 30.984) geldt voor alle gezinnen (met kinderen geboren voor en na 2019). Dit betekent dat kinderen geboren voor 2019 die nu geen sociale toeslag krijgen vanaf 1 januari 2019 wel in aanmerking kunnen komen voor de sociale toeslag uit het Groeipakket.
De 2de inkomensgrens (tot € 61.200) geldt voor alle gezinnen die een 3de of volgende kind krijgen vanaf 1 januari 2019.

Welk bedrag?

Kinderen geboren vanaf 2019 krijgen de bedragen uit de bovenstaande tabel.

Kinderen geboren voor 2019 behouden hun sociale toeslag (toeslag voor langdurig werklozen of toeslag op de kinderbijslag voor langdurig zieken en arbeidsongeschikten) uit de huidige kinderbijslagreglementering aangepast aan hun basisbedrag. Uitzonderingen hierop zijn:

  • rang 1 is hoger als er een invalide/langdurig zieke ouder is
  • rang 3 is hoger bij een eenoudergezin

Sociale toeslag voor kinderen geboren voor 1 januari 2019. Voor deze kinderen gelden de geïndexeerde bedragen uit de oude kinderbijslagregeling.

  bedrag/maand per kind
1e kind 47,81 euro
2e kind 29,64 euro
3e en volgende kind 5,20 euro
3e en volgende kind in éénoudergezin 23,90 euro

Voor meer informatie over het jaarinkomen waarnaar men kijkt en om na te gaan of u aan die vaarwaarde voldoet, neem contact op met uw uitbetaler.

Echtscheiding

1. Het kind woont evenveel bij elke ouder.

Als het kind 50% bij de ene ouder woont en 50% bij de andere, dan kijkt men naar het inkomen van beide ouders apart, binnen hun nieuwe gezin (ook naar nieuwe partner als die daar gedomicilieerd is). Is er recht op een sociale toeslag, dan wordt het bedrag bepaald op basis van de gezinsgrootte. Bij gelijk verdeelde huisvesting telt het kind volledig mee in elk gezin. Beide ouders, één van beide ouders of geen van beide ouders kan recht hebben op een sociale toeslag. Hebben beide ouders recht op de toeslag, dan ontvangt elk van hen de helft van het bedrag. Heeft slechts één ouder recht op de sociale toeslag, dan ontvangt die ouder de helft van het bedrag.

2. Het kind woont meer bij de ene dan bij de andere ouder.

Als het kind meer bij de ene ouder dan bij de andere woont, kijkt men naar het inkomen van de ouder en zijn nieuw gezin, waar het kind het meest verblijft. Als die ouder recht heeft op de sociale toeslag, ontvangt hij het volledige bedrag van deze toeslag.

Pleeggezin

Als het kind verblijft in een pleeggezin, wordt voor de berekening van de sociale toeslag en de gezinsgrootte, het kind volledig meegeteld in het pleeggezin.

Plaatsing in een instelling

Wordt het kind in een instelling geplaatst, dan telt het kind voor de berekening van de toeslag en de gezinsgrootte volledig mee in het gezin waar het verbleef voor de plaatsing, tenzij anders beslist door de rechtbank.

Uitbetaling

Het bedrag wordt uitbetaald op het rekeningnummer dat de betreffende ouder opgeeft. Dit kan een ander rekeningnummer zijn dan waarop het basisbedrag of andere toeslagen worden gestort.

Meer info

Veelgestelde vragen