Technische aanbevelingen
Een transformatie van Lambert 1972 naar Lambert 2008 is meer dan het uitvoeren van een rekenkundige omzetting. De gekozen software, transformatiemethode en inrichting van processen hebben een rechtstreekse impact op de nauwkeurigheid en de kwaliteit van de resultaten.
Deze aanbevelingen helpen om risico’s te beperken en een betrouwbare transformatie uit te voeren. Ze zijn gebaseerd op de ervaringen uit pilootprojecten binnen vier beleidsdomeinen van de Vlaamse overheid en richten zich op het behouden van nauwkeurigheid, consistentie en datakwaliteit tijdens de migratie naar Lambert 2008.
Deze aanbevelingen zijn bedoeld als goede praktijken. Niet elke aanbeveling is voor elke situatie even relevant, maar samen vormen ze een leidraad om de overgang naar Lambert 2008 zo correct en efficiënt mogelijk te laten verlopen.
Vermijd onnodige transformaties tussen beide coördinatenreferentiesystemen heen-en-weer. Daarbij kan door een opstapeling van kleine fouten “drift” optreden die de nauwkeurigheid van de coördinaten vermindert.
Dat is vooral van belang bij processen waarin geodata met verschillende coördinatenreferentiesystemen met elkaar gecombineerd worden. Bijvoorbeeld als een dataset in stap N moet getransformeerd worden van Lambert 1972 naar Lambert 2008 en in een volgende stap N+1 weer terug getransformeerd moet worden naar Lambert 1972.
Door een goede procesoptimalisatie en afspraken met de betrokken partijen kan u onnodige heen-en-weeromzettingen meestal vermijden of sterk beperken. Indien er “drift” optreedt, kan u die wel bijna volledig elimineren met een extra verwerkingsstap, nl. de iteratieve Picardmethode op de achterwaartse omzetting.
De coördinatenreferentiesystemen Lambert 1972 en Lambert 2008 zijn specifiek ontwikkeld voor België. Hoewel u ze technisch ook buiten de landsgrenzen en op de Noordzee kunt gebruiken, is de nauwkeurigheid daar niet gegarandeerd. De kaartvervormingen van beide coördinatenreferentiesystemen nemen toe met de afstand buiten de landsgrens (vooral ten noorden en ten zuiden).
De meest nauwkeurige omzettingsmethoden tussen Lambert 1972 en Lambert 2008 (cConvert en NTv2) zijn bovendien afhankelijk van correctiegrids die enkel voor België zijn gedefinieerd. Buiten deze correctiegrids zijn deze methoden niet bruikbaar en vallen veel transformatieprogramma’s automatisch terug op de minder nauwkeurige Helmert-datumtransformatie (nauwkeurigheid ± 20 cm).
Voor maritieme datasets is het aanbevolen om rechtstreeks te werken in een geschikt Europees of mondiaal coördinatenreferentiesysteem, zoals ETRS89 of WGS84, in plaats van een Lambert-coördinatenreferentiesysteem te gebruiken.
Kaart bedekking correctiegrid cConvert
Eenzelfde omzettingsmethode zal bij ieder programma toch minimale verschillen opleveren in de coördinaten. Dit is geen kwestie van goed of fout, of matig of beter, maar heeft te maken met verschillen in:
- interne afronding of floating point precisie in het onderliggende algoritme;
- de manier van interpolatie bij gebruik van grids als deel van de omzettingsmethode (bv. bilineaire interpolatie, nearest neighbor, etc.);- hoe transformatieprogramma’s omgaan met edge cases, bv. punten dichtbij of net buiten de grenzen van het grid;
- keuze van standaardparameters.
Daarom is het belangrijk om consistente (families van) transformatieprogramma’s te gebruiken om zo veel mogelijk uniforme resultaten in de omzetting van coördinatenreferentiesysteem te garanderen.
De hoogtewaarden spelen een secundaire rol in de coördinatentransformatie tussen Lambert 1972 en Lambert 2008:
- De NTv2-omzettingsmethode is tweedimensionaal. Daar speelt de hoogte geen rol in de coördinatentransformatie.
- Bij de driedimensionale Helmert-methode is de nauwkeurigheid van die orde dat de hoogte geen rol van betekenis speelt in de coördinatentransformatie.
- De cConvert-methode is ook driedimensionaal, maar daar kan u de standaardhoogte van 100 m TAW gebruiken als u niet over accurate hoogtedata beschikt. Dit resulteert slechts in een fout van enkele mm.
Verifieer bij het gebruik van de Helmert- of cConvert-methode of het transformatieprogramma de hoogtewaarden niet automatisch herschrijft naar een standaardhoogte (bijvoorbeeld 0 m in QGIS).
De NTv2-omzettingsmethode is de meest gekozen omzettingsmethode. De methode is beschikbaar in de meeste software en werkt zeer accuraat.
Toch schuilt er in het gebruiken van deze omzettingsmethode een risicio. Het NTv2-grid is een afzonderlijk bestand dat niet altijd standaard mee geïnstalleerd wordt of binnen de software niet altijd correct wordt geconfigureerd.
Indien het grid niet geïnstalleerd is of niet correct geconfigureerd, zullen de meeste programma’s automatisch terugvallen op de minder nauwkeurige Helmert-methode. De coördinaten worden dan wel getransformeerd naar Lambert 2008 maar met een mindere nauwkeurigheid (2 dm in de plaats van de verwachte 1 cm).
Sommige software waarschuwen de klant daarvoor preventief, andere software loggen dit enkel op de achtergrond. Zo blijft een minder nauwkeurige omzetting onder de radar. Voorkom dit, want na de transformatie kan u niet meer achterhalen met welke rekenmethode de transformatie werd uitgevoerd.
Bij gebruik van omzettingsmethoden met een correctiegrid (NTv2 of cConvert) is het daarom aanbevolen om een automatische check in te bouwen die controleert of het grid effectief gebruikt wordt. Er kan ook met een controlepunt gewerkt worden om te verifiëren of de omzetting wel degelijk met het correctiegrid gebeurde.
| Programma | Bestandsnaam NTv2-grid | Opmerkingen |
|---|---|---|
| QGIS | be_ign_db72lb72_etrs89lb08.tif | - |
| PostgreSQL/PostGIS | bd72lb72_etrs89lb08.gsb | - |
| Esri-software | ProCoordinateSystemsData.msi | module “ArcGIS Coördinate Systems Data” |
| FME | bd72lb72_etrs89lb08.gsb | - |
| GeoServer/GeoTools | gt-transformation-bd72lb72_etrs89lb08.jar | - |
| Oracle Spatial | bd72lb72_etrs89lb08.gsb | Function SDO_CS.CONVERT_NTV2_TO_XML gebruiken |
Het wordt aanbevolen om het resultaat van de coördinatentransformatie te valideren vooraleer de volledige migratie van de data door te voeren.
Voor die validatie kan u een referentiedataset maken of gebruiken:
- Creëer een eigen testdataset met de cConvert-programma’s.
- Gebruik de testdataset van Departement Omgeving (onregelmatig grid).
- Gebruik de testdataset van Digitaal Vlaanderen (regelmatig grid).
Voor normale toepassingen wordt een verschil in afstand in xy-richting < 11 mm beschouwd als voldoende nauwkeurig.
Indien de topologie tussen de data-objecten maximaal gerespecteerd moet blijven na een coördinatentransformatie, is het niet enkel van essentieel belang om een nauwkeurige omzettingsmethode te kiezen (cConvert of NTv2), maar ook om het transformatieproces te optimaliseren met onderstaande goede praktijken:
- Hou alle data in het project consistent in het afgesproken coördinatenreferentiesysteem: zorg ervoor dat er geen dubbele omzetting gebeurt en check of er nergens een omzetting wordt gemist.
- Verzamel informatie over de bronnauwkeurigheid van elke dataset (via metadata of kwaliteitsrapporten) vooraleer lagen te combineren; inzicht in de nauwkeurigheid helpt inschatten of gegevens compatibel zijn en voorkomt het mixen van ongelijkwaardige data.
- Doe achteraf aan kwaliteitscontrole op de bekomen data, bv. via topologische checks.
- Indien correctie vereist is, voer data-opschoning uit in postprocessing, bv. m.b.v. fuzzy tolerances, geautomatiseerde opschoning of gebruik van het brdr-script van Athumi.
- Bij data die na omzetting verder beheerd worden in Lambert 2008 moet het referentiesysteem in de metadata veranderd worden naar Lambert 2008.
- Bij data die on the fly omgezet worden naar Lambert 2008 blijft in de metadata het referentiesysteem behouden op Lambert 1972, maar wordt het kenmerk kwaliteit best uitgebreid met een vermelding van de omzettingsmethode en parameters die gebruikt zijn voor de transformatie. Vermijd daarbij “schijnnauwkeurigheid” waarbij resultaten een precisie suggereren die de brondata al niet hadden. Rapporteer bij voorkeur met betrouwbaarheidsmarges.
- Rond de coördinaten af op een decimaal passend bij de dataresolutie, zodat dit ook al een indicatie is van de nauwkeurigheid.
De MapIndex van het NGI is een uniform, hiërarchisch referentierooster dat het Belgische grondgebied opdeelt in opeenvolgend kleinere rechthoekige en vierkante cellen die elk een unieke alfanumerieke code krijgen. De Mapindex is ontwikkeld om locaties snel en eenduidig te kunnen aanduiden en wordt vooral gebruikt door hulpdiensten, crisiscentra en andere overheidsdiensten voor geolokalisatie en kaartcommunicatie.
NGI maakte een nieuwe versie van MapIndex aan in Lambert 2008. U kan deze downloaden via geo.be | MapIndex.
Meer info vindt u op NGI zet met de MapIndex en de uniforme symbologie stap verder in de Uniforme en Gedeelde Cartografie voor de Hulpdiensten (UCE) - NGI.