Wie betaalt de belasting bij leegstand van een bedrijfsruimte?

De belasting komt ten laste van diegene die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van de bedrijfsruimte.

Als eigenaar wordt aanzien de houder van een van de volgende zakelijke rechten met betrekking tot een bedrijfsgebouw

  • De volle eigendom
  • Het recht van opstal of van erfpacht;
  • Het vruchtgebruik.

Als de belasting is ingekohierd op naam van verschillende personen, kan de belasting bij elk van hen worden ingevorderd. De belastingschuldigen zijn bovendien hoofdelijk gehouden tot betaling van de belastingen. Dat betekent dat als u als mede-eigenaar het origineel aanslagbiljet ontvangt, u het gehele bedrag van de belasting moet betalen vóór de uiterste datum van betaling, zoals vermeld op het aanslagbiljet. U kan het deel dat u voor de andere mede-eigenaars hebt betaald van die anderen terugvorderen.

Wanneer moet er betaald worden?

Leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten in Vlaanderen worden opgenomen in een inventaris. Die inventaris wordt jaarlijks bijgewerkt. De heffing moet worden betaald in het kalenderjaar dat volgt op de derde opeenvolgende registratie in de inventaris (het aanslagjaar).

Het aanslagbiljet wordt verzonden aan één belastingschuldige. Deze is gehouden de gehele belasting te betalen, ook al is hij slechts gedeeltelijk eigenaar.

Eventuele andere medeëigenaars/belastingplichtigen krijgen een duplicaat van het aanslagbiljet samen met een begeleidende brief. Op basis van een uitgevoerde betaling kan u van alle medeëigenaars/belastingplichtigen betaling eisen, elk voor hun aandeel in de eigendom van de bedrijfsruimte. De Vlaamse Belastingdienst komt niet tussen in deze procedure.

Op het aanslagbiljet vindt u onder meer volgende elementen terug:

  • De verzendingsdatum
  • De datum van uitvoerbaarverklaring van het kohier
  • Het kohierartikel
  • Het aanslagjaar
  • De grondslag van de belasting
  • Het te betalen bedrag
  • De uiterste betaaldatum
  • De termijn waarbinnen bezwaar kan ingediend worden, bij welke instantie dit moet gebeuren en de formaliteiten die daarbij moeten worden nageleefd

Tijdens de opschortingsperiode wordt ook een aanslagbiljet verstuurd naar de belastingschuldige. De betaling van de opgeschorte belasting is voorlopig enkel geschorst. De opgeschorte belasting is alleen maar niet verschuldigd als schrapping wordt bekomen voor het einde van de opschortingstermijn.

Indien u als eigenaar de belaste bedrijfsruimte tijdens de verleende opschortingstermijn en voordat de bedrijfsruimte geschrapt werd uit de inventaris overdraagt, dan vervalt de opschorting van ambtswege en moet de opgeschorte belasting vermeerderd met de interesten alsnog betaald worden.

Bij de opschorting ingevolge een definitief gesloten brownfieldconvenant vervalt de opschorting niet als de eigenaar overgaat tot overdracht van de bedrijfsruimte aan een actor bij het brownfieldconvenant.


Heffing leegstand en verwaarlozing van bedrijfsgebouwen