Over het jaarrapport

Het rapport is een eerste deel binnen een tweeluik dat door het Departement Werk en Sociale Economie wordt opgemaakt als jaarlijkse monitoringoefening van het dienstenchequestelsel. Dit eerste deel is louter gebaseerd op de administratieve data die binnen DWSE beschikbaar zijn.

Kerncijfers van het dienstenchequesysteem

  • Het gebruik van dienstencheques is wijd verspreid onder de Vlaamse bevolking, maar in 2020 had de coronacrisis een belangrijke impact. In totaal werden 72.128.159 cheques aangekocht door 743.286 Vlaamse gebruikers en ze hebben deze gebruikt bij 1216 erkende ondernemingen. Daarmee werden 118.210 dienstenchequewerknemers aan het werk gezet.
  • De groei van de afgelopen drie jaar, kwam in 2020 tot stilstand door de coronacrisis. Waar de aankoop van dienstencheques in de periode 2017-2019 op jaarbasis toenam met ongeveer 3%, viel de totale aankoop in 2020 terug tot op het niveau van 2014 (-22,35%), doordat de prestaties gedurende 3 maanden sterk terugvielen.
  • Ondanks de voortdurende groei van het verbruik van dienstencheques, daalt het aantal erkende dienstencheque-ondernemingen tussen 2016 en 2020 van 1.853 naar 1.216 en het aantal ondernemingen met maatschappelijk zetel in Vlaanderen van 916 naar 755. De sector zit in een consolidatiebeweging, waarbij in Vlaanderen vooral kleinere spelers de sector verlaten en grotere ondernemingen een groeiend marktaandeel veroveren. Het aantal gebruikers steeg tussen 2016 en 2019 met 16%. In 2020 viel dit terug met 4,27% tot 743.286 actieve gebruikers. Wel stroomden er nog 73.458 nieuwe gebruikers in.

Analyse van de dienstenchequegebruiker

Bij de gebruikers van dienstencheques kunnen we grosso modo twee grote groepen onderscheiden.

  1. Enerzijds de grootste groep veertigers en vijftigers (40% van de gebruikers), die samenvalt met de “drukke levensfase”.
  2. Anderzijds is er de groep 60-plussers, die ook ongeveer 38% uitmaakt van de dienstenchequegebruikers.

De groep 80-plussers blijft licht stijgen (+0,4%) De groep jonger dan 30 neemt daarentegen licht (-0,3%) af in dit uitzonderlijke jaar. In 2020 is de grootste groep nieuwe gebruikers opnieuw jonger dan 40 jaar. Al is ook de groep nieuw toegetreden 70-plussers nog steeds aanzienlijk.

De intensiteit van het verbruik van dienstencheques varieert sterk naar leeftijd. Het is het hoogst bij veertigers en vijftigers, dikwijls een drukke levensfase met opgroeiende kinderen en een baan en het laagst bij personen jonger dan 30 jaar. 65-plussers zitten daar tussenin.

70,13% van de gebruikers gebruikte in 2020 minstens 1 keer elektronische dienstencheques. In 2019 was dit nog maar 65,95%. Bij de jongere generatie, zowel de groep <30 jaar als 30-39 jaar, is het digitaal gebruik voor het eerst bij méér dan 90% ingeburgerd. Maar ook bij de oudere leeftijdsgroepen groeit op korte tijd het digitale gebruik: enkel in de groep 80-plussers wordt de 50% nog niet bereikt, al is het aandeel wel al gestegen tot 40%.

Voor de dienstenchequewerknemers werken we in dit rapport met een andere databron, namelijk op basis van de nummers die op de dienstencheques worden ingevuld en door de uitgiftemaatschappij worden ingelezen. Deze data zijn sneller beschikbaar, maar hiermee kunnen we enkel de algemene trend weergeven en geen profielkenmerken. De meer gedetailleerde bespreking van het profiel van de dienstenchequewerknemer zal in het tweede deel van het jaarrapport worden opgenomen.

De groei van het aantal werknemers neemt af na 2017. In 2020 was er voor het eerst zelfs een afname in het aantal werknemers dat met Vlaamse dienstencheques werd tewerkgesteld. Ook dit is hoogstwaarschijnlijk het gevolg van de coronacrisis.

Het aantal erkende dienstencheque-ondernemingen, die huishoudhulpen tewerkstellen, blijft verder afnemen in Vlaanderen in 2020, tot 1216, waarvan 755 met maatschappelijke zetel in Vlaanderen. De belangrijkste reden voor het afnemen van het aantal erkende ondernemingen met maatschappelijke zetel in Vlaanderen zijn de vrijwillige intrekkingen. Een groot aantal ondernemingen geeft hierbij aan dat de onderneming wordt overgenomen door een andere dienstencheque-onderneming. Voor de ondernemingen met maatschappelijke zetel buiten het Vlaams Gewest, is inactiviteit de belangrijkste reden van intrekking.