Verlichting op de Vlaamse autosnelwegen

De autosnelwegen in Vlaanderen zijn niet altijd verlicht als het donker is. Het licht gaat uit als het kan. Dat is energiezuiniger en het vermindert lichthinder. Het licht blijft aan als het moet voor de verkeersveiligheid. In bepaalde omstandigheden kan de verlichting tijdelijk aangestoken worden.

Waar brandt de verlichting altijd?

  • Op de op- en uitritten en de knooppunten van de autosnelwegen.
  • Op de wegvakken waar de knooppunten minder dan 3 km van elkaar liggen.
  • Bij lokale situaties waar verlichting noodzakelijk is, bijvoorbeeld bij de opeenvolging van voelbare bochten en bij verlichte onderdoorgangen.

Wanneer kan er tijdelijk verlichting aangestoken worden?

  • Als de verkeersintensiteit hoog is of bij structurele file.
  • Als de spitsstrook in gebruik is.
  • Op verzoek van de politie. Bijvoorbeeld bij ongevallen, defecte voertuigen, obstakels op de rijbaan, ...
  • Als er wegenwerken zijn, op vraag van de bevoegde dienst.
  • Bij extreme weersomstandigheden.

Contact

Agentschap Wegen en Verkeer