Gedaan met laden. U bevindt zich op: Extra middelen Nederlands tweede taal Financiering in het volwassenenonderwijs

Extra middelen Nederlands tweede taal

De Vlaamse Regering maakt extra middelen vrij voor Nederlands tweede taal (NT2) bij de centra voor basiseducatie (Ligo-CBE) en centra voor volwassenenonderwijs (CVO).

Die extra middelen komen er om de centra te ondersteunen bij de verhoogde instroom van cursisten naar aanleiding van de vluchtelingencrisis. Deze extra middelen moeten door de centra aangewend worden na het gebruik van de decretale middelen. 

Voor wie?

Deze pagina is voor de centra voor basiseducatie (Ligo-CBE) en de centra voor volwassenenonderwijs (CVO).

Context

De centra krijgen extra middelen NT2 voor de vluchtelingencrisis. De centra gebruiken deze voor het inrichten van extra modules NT2 die de verhoogde instroom van vluchtelingen in een inburgeringstraject met zich meebrengt. Naast cursisten in een inburgeringstraject kunnen ook andere NT2-cursisten aansluiten bij de modules.

Je kan met de middelen zowel een module van het certificaattraject, een geletterdheidsmodule of een open module van (alfa) NT2 aanbieden.

De extra middelen NT2 voor de vluchtelingencrisis genereren geen lesurencursist voor de volgende schooljaren.

De extra middelen NT2 voor de vluchtelingencrisis worden toegewezen per kalenderjaar, niet per schooljaar. De start- en einddatum van de module moet tussen 1 januari en 31 december van hetzelfde jaar vallen. Je kan er dus geen modules mee inrichten op schooljaarbasis (want die gaan over de jaarwissel heen). Dat kan wel met je decretale middelen.

    Centra voor basiseducatie

    Een Ligo-CBE kan de middelen gebruiken voor bijkomende opleidingen in de leergebieden NT2 en alfabetisering NT2.

    In het kalenderjaar 2026 gaat het voor Ligo-CBE over:

    • 40 aanvullende voltijdsequivalenten (vte)
    • 659,47 aanvullende punten
    • 489.666,91 euro werkingsmiddelen
    • Item 1: leraren aanstellen met vte

      Je kan met de toegekende vte personeelsleden aanstellen als tijdelijk personeelslid in het ambt van leraar basiseducatie.

      Belast je een vast benoemd personeelslid met een onderwijsopdracht in het kader van de extra middelen NT2, dan kan dat door:

      Het aantal aangewende vte mag nooit het aantal toegekende vte overschrijden.

      Je kan ook maximaal 10% van de vte inzetten voor coördinatie-uren, maar alleen als je ook lessen organiseert.

      Je kan de extra vte alleen gebruiken als je effectief aanbod inricht.

    • Item 2: punten

      Je kan met de toegekende punten een tijdelijk personeelslid aanstellen als stafmedewerker, beleidsondersteunend administratief medewerker, uitvoerend administratief medewerker of ervaringsdeskundige in de armoede en sociale uitsluiting.

      Personeelsleden kunnen opdrachten cumuleren zolang hun salaris lager blijft dan 140% van een voltijdse onderwijsopdracht. Dat geldt ook voor personeelsleden die opnieuw in actieve dienst treden.

      Aanstellingen binnen de puntenenveloppe gebeuren altijd in volle uren.

      Het aantal aangewende punten mag nooit het aantal toegekende punten overschrijden en de gebruikte punten moeten in verhouding zijn met het ingerichte aanbod. Is dat niet het geval? Dan moet je dat kunnen verantwoorden en kan er een terugvordering gebeuren.

      Je kan punten niet ‘modulair’ inzetten zoals leraarsuren. Bijvoorbeeld: als je 100 punten toegewezen krijgt voor een jaar, mag je niet een half jaar lang 200 punten aanwenden, en daarna een half jaar lang 0 punten.

    • Item 3: Werkingsmiddelen

      In verhouding tot het aantal georganiseerde lessen ontvang je ook werkingsmiddelen. Voor 2026 bedragen de werkingsmiddelen 16,65 euro per ingerichte lestijd. AHOVOKS betaalt de werkingsmiddelen 3 keer per kalenderjaar uit.

    Centra voor volwassenenonderwijs

    Een CVO kan de middelen gebruiken voor bijkomende opleidingen in de studiegebieden NT2 RG 1 & 2 en NT2 RG 3 & 4.

    In het kalenderjaar 2026 gaat het voor de CVO over:

    • 14.450,37 aanvullende leraarsuren
    • 212,66 aanvullende punten
    • 266.863,97 euro werkingsmiddelen
    • Item 1: Leraarsuren

      Met de toegekende leraarsuren kan je personeelsleden aanstellen als tijdelijk personeelslid in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs.

      Belast je een vast benoemd personeelslid met een onderwijsopdracht in het kader van de extra middelen NT2, dan kan dat door:

      • uitbreiding van zijn ambtsbevoegdheid met een tijdelijke opdracht
      • een toegelaten reglementair verlof voor het geheel of een deel van de vastbenoemde opdracht toe te kennen, waardoor je personeelslid belast kan worden met de tijdelijke opdracht zoals in de omzendbrief tijdelijk andere opdracht (PERS/2014/01).

      Personeelsleden kunnen opdrachten cumuleren zolang hun salaris lager blijft dan 140% van een voltijdse onderwijsopdracht. Dat geldt ook voor personeelsleden die opnieuw in actieve dienst treden.

      Het aantal aangewende leraarsuren mag nooit het aantal toegekende leraarsuren overschrijden.

      Je kan leraarsuren inzetten voor coördinatie-opdrachten, voor een maximum van 10%. Dat kan alleen als je ook lessen organiseert.

      Je kan de extra leraarsuren alleen gebruiken als je effectief aanbod inricht.

    • Item 2: punten

      Met de toegekende punten kan je een tijdelijk personeelslid aanstellen als administratief medewerker of adjunct-directeur secundair volwassenenonderwijs.

      Personeelsleden kunnen opdrachten cumuleren zolang hun salaris lager blijft dan 140% van een voltijdse onderwijsopdracht. Dat geldt ook voor personeelsleden die opnieuw in actieve dienst treden.

      Aanstellingen binnen de puntenenveloppe gebeuren altijd in volle uren.

      Het aantal aangewende punten mag nooit het aantal toegekende punten overschrijden en de gebruikte punten moeten in verhouding zijn met het ingerichte aanbod. Als dat niet het geval is dan kan je gevraagd worden om dit te verantwoorden en kan er een terugvordering gebeuren.

      Je kan punten niet ‘modulair’ inzetten zoals dat wel kan bij de leraarsuren. Bijvoorbeeld: als je 100 punten toegewezen krijgt voor een jaar, mag je niet een half jaar lang 200 punten aanwenden, en daarna een half jaar lang 0 punten.

    • Item 3: Werkingsmiddelen

      In verhouding tot het aantal georganiseerde lessen ontvang je ook werkingsmiddelen. Voor 2026 bedragen de werkingsmiddelen 8,48 euro per ingerichte lestijd. AHOVOKS betaalt de werkingsmiddelen 3 keer per kalenderjaar uit.

    Registratie

    Je registreert individuele cursisten met de gebruikelijke codes voor de vrijstelling van het inschrijvingsgeld in DAVINCI.

    Je registreert de extra modules (alfa) NT2 in DAVINCI met de financieringsbron ‘Projectfinanciering Middelen NT2 Asielcrisis’ met de code ‘PROJECT_FIN_ASIEL’.

    Je registreert de leraarsuren, vte, coördinatie-uren en punten in het elektronisch personeelsdossier (EPD) met de codes:

    • leraarsuren of vte: OOM code 22, ‘bijkomende middelen NT2 asielcrisis’
    • coördinatie-uren: OOM code 22 en vakcode 886 voor een onderwijsopdracht of vakcode 977 voor een andere opdracht
    • punten: OOM code 22

    Het ministerie van Onderwijs voert op het einde van het schooljaar en van het kalenderjaar controles uit.

    De registratie van leraarsuren, vte, coördinatie-uren en punten in het EPD moet altijd overeenkomen met het aanbod dat je in DAVINCI registreert. Is dat niet het geval? Dan kan het ministerie middelen terugvorderen.

    Je kan correcties aanbrengen in DAVINCI tot aan het fotomoment. Latere correcties zijn niet geldig. Er zijn 3 fotomomenten per jaar voor de extra middelen NT2:

    • 10 mei X: alle IMV’s met registratiemoment tussen 1 januari X en 31 maart X
    • 30 september X: alle IMV’s met registratiemoment tussen 1 april X en 31 augustus X
    • 3 december X: alle IMV’s met registratiemoment tussen 1 september X en 31 december X

    De timing van de personeelszendingen voor de extra middelen NT2 in het EPD is dezelfde als voor de andere zendingen,

    De opdrachtmeldingen worden elk schooljaar definitief afgesloten op 31 augustus.

    Elke 26ste van de maand vind je in Mijn Onderwijs een aanwendingsrapport ‘niet-organieke uren’. Daarin vind je een overzicht van de leraarsuren/vte die je centrum aangewend heeft.

    Controle en monitoring

    De werkgroep NT2-overleg asiel volgt de kwalitatieve en kwantitatieve informatie uit de regio’s op en doet de verdere cijferanalyse. Ze houdt daarbij rekening met gegevens zoals klasgrootte en -samenstelling, participatie en uitstroom.

    AHOVOKS volgt het gebruik van de middelen op via een vergelijking van de registratie in het EPD en DAVINCI.