Gedaan met laden. U bevindt zich op: figuur: de figuur / het figuur Taaladviezen

figuur: de figuur / het figuur

Figuur kan in de meeste betekenissen zowel een de-woord als een het-woord zijn. In de betekenissen ‘gestalte, lichaamsvorm' en ‘indruk die iemand maakt' is er een sterke tendens om het figuur te gebruiken.

  • Ze heeft een slank figuur.
  • Hij sloeg een mal figuur.

In de andere betekenissen kun je je taalgevoel volgen, maar pas je keuze wel consequent toe.

  1. Als je de figuur zegt, zeg je ook die/deze figuur, elke figuur, onze figuur en krijgt een bijvoeglijk naamwoord altijd een buigings-e: de mooie figuur, een mooie figuur, mooie figuur.
  2. Als je het figuur zegt, zeg je ook dit/dat figuur, elk figuur, ons figuur en krijgt een bijvoeglijk naamwoord geen buigings-e na bijvoorbeeld een en elk: een mooi figuur, elk mooi figuur, mooi figuur.