In vloeiende spraak wordt het doorgaans uitgesproken als [ət], met een toonloze e, zoals in de, en zonder h. Bij nadrukkelijkere spraak wordt in Vlaanderen de h vaak wel uitgesproken, [hət].
In beklemtoonde positie wordt in Vlaanderen meestal [hət] gezegd. In Nederland wordt [het] gezegd. Die uitspraak komt in Vlaanderen nauwelijks voor.