Gedaan met laden. U bevindt zich op: Inclusief taalgebruik (algemeen) Taaladviezen

Inclusief taalgebruik (algemeen)

Inclusief taalgebruik houdt in dat men weloverwogen keuzes maakt om de diversiteit bij mensen te erkennen en niemand uit te sluiten of te marginaliseren door middel van taal. Daarbij gaat specifiek aandacht naar het vermijden van woorden en formuleringen die kwetsend, denigrerend, generaliserend, vooringenomen of discriminerend zijn of als zodanig ervaren kunnen worden.

Hieronder staan vier strategieën die je in algemene zin kunt inzetten om op een inclusieve manier mensen te benoemen. Daarbij komen woorden en formuleringen aan bod die bijvoorbeeld verband houden met nationaliteit, land van herkomst, etnische of culturele achtergrond, sociale achtergrond, leeftijd, huidskleur, handicap, ziekte, gender, seksuele oriëntatie, beroep en geloofsovertuiging.

    Bijvoorbeeld:

    • persoon met kanker / persoon met een kankerdiagnose
    • een Marokkaans-Belgische politicus / een Belgisch-Marokkaanse politicus / een Belgische politicus / een Marokkaanse politicus

    Bijvoorbeeld:

    • collega in plaats van Turkse collega
    • minister in plaats van non-binaire minister
    • zanger in plaats van blinde zanger

    Bijvoorbeeld:

    • een zwarte persoon in plaats van een zwarte
    • een man met ADHD in plaats van een ADHD’er

    Het gebruik van zelfstandige naamwoorden als een zwarte of een ADHD’er wordt in het algemeen afgeraden, omdat zulke aanduidingen een persoon lijken te reduceren tot één kenmerk, namelijk zwart zijn of ADHD hebben. Combinaties als een zwarte persoon en een man met ADHD, die een woord als persoon of man als kern hebben, drukken duidelijker uit dat dat kenmerk maar een deel van iemands identiteit is.

    Het kenmerk voorop zetten is een toepassing van het identiteit-eerst-principe (of identity-first language). Als de algemenere aanduiding vooraan staat en het kenmerk in een nabepaling wordt vermeld, wordt het persoon-eerst-principe (of people-first language) toegepast. Er is geen algemene aanbeveling te geven over de keuze tussen beide principes. Het verschilt van geval tot geval wat de voorkeur heeft. Er spelen vaak persoonlijke voorkeuren, ook bij de mensen uit bepaalde groepen of bij hun vertegenwoordigers.

    Bijvoorbeeld:

    • Belg met Congolese roots in plaats van Belg met een migratieachtergrond
    • 65-plussers / 70-plussers / 80-plussers in plaats van bejaarden