Gedaan met laden. U bevindt zich op: order: de order / het order Taaladviezen

order: de order / het order

Order kan in het Nederlands zowel een de-woord als een het-woord zijn, zowel in de betekenis ‘bevel' als in de betekenis ‘bestelling'. De order is gebruikelijker dan het order. Je kunt je taalgevoel volgen, als je je keuze maar consequent toepast.

  1. Als je de order zegt, zeg je ook die/deze order, elke order, onze order en krijgt een bijvoeglijk naamwoord altijd een buigings-e: de grote order, een grote order, grote order.
  2. Als je het order zegt, zeg je ook dit/dat order, elk order, ons order en krijgt een bijvoeglijk naamwoord geen buigings-e na bijvoorbeeld een en elk: een groot order, elk groot order, groot order.