Gedaan met laden. U bevindt zich op: Deel X. De verloven en dienstvrijstellingen Deel X. De verloven en dienstvrijstellingen

Deel X. De verloven en dienstvrijstellingen

Titel 8. Vormingsverlof en dienstvrijstelling voor vorming

Titel 8 bevat Art. X 59 en Art. X 60

Art. X 59

De lijnmanager kent het vormingsverlof en de dienstvrijstelling voor vorming toe.

Art. X 60

Onverminderd artikel X 59 krijgt het personeelslid dienstvrijstelling voor alle interne of externe opleidingsactiviteiten die worden toegestaan.
De periodes van afwezigheid worden gelijkgesteld met dienstactiviteit.

Titel 9. Omstandigheidsverlof

Titel 9 bevat Art. X 61

Art. X 61

Aan het personeelslid wordt omstandigheidsverlof toegekend naar aanleiding van de gebeurtenissen en binnen de perken zoals hierna vermeld:

Huwelijk van het personeelslid en het afleggen van een verklaring van wettelijke samenwoning door het personeelslid4 werkdagen
(...)(...)[37]
Overlijden van de vader, moeder, stiefvader, stiefmoeder, schoonzoon of schoondochter van het personeelslid, de echtgeno(o)te of samenwonende partner[64]4 werkdagen
3°/1

Overlijden van de echtgeno(o)te of samenwonende partner, van een kind van het personeelslid, de echtgeno(o)te of samenwonende partner of van een pleegkind in het kader van langdurige pleegzorg op het moment van het overlijden of in het verleden[64] van het personeelslid, de echtgeno(o)te of samenwonende partner[77]

10 werkdagen
3°/2Overlijden van de pleegvader, pleegmoeder, stiefpleegvader of stiefpleegmoeder van het personeelslid, van de echtgeno(o)t€ of de samenwonende partner in het kader van langdurige pleegzorg op het moment van het overlijden of in het verleden[64][77]4 werkdagen
3°/3Overlijden van een pleegkind of van de pleegmoeder, pleegvader, stiefpleegvader of stiefpleegmoeder van het personeelslid, de echtgeno(o)t€ of de samenwonende partner in het kader van kortdurende pleegzorg op het moment van het overlijden[77]1 werkdag
Huwelijk of wettelijke samenwoning[37] van een kind of een pleegkind in het kader van langdurige pleegzorg op het moment van het huwelijk of in het verleden[77] van het personeelslid, van de echtgeno(o)t€ of van de samenwonende partner2 werkdagen
Overlijden van een bloed- of aanverwant van het personeelslid, de echtgeno(o)t€ of de samenwonende partner in om het even welke graad die onder hetzelfde dak woont als het personeelslid, de echtgeno(o)t€ of de samenwonende partner[6]2 werkdagen
Overlijden van een bloed- of aanverwant van het personeelslid, de echtgeno(o)t€ of de samenwonende partner in de tweede graad, een overgrootouder of een achterkleinkind die niet onder hetzelfde dak woont als het personeelslid, de echtgeno(o)t€ of de samenwonende partner[6]1 werkdag
Huwelijk of wettelijke samenwoning van een bloed- of aanverwant van het personeelslid, van de echtgeno(o)te of van de samenwonende partner:
- in de eerste graad, die geen kind is,
- in de tweede graad.[77]
de dag van de plechtigheid[37]

Voor de toepassing van het eerste lid, 5° tot en met 7°, worden de verwantschappen binnen een pleegzorgsituatie gelijkgesteld met de respectieve verwantschappen buiten een pleegzorgsituatie, vermeld in het eerste lid, 5° tot en met 7°. De gebeurtenissen, vermeld in punt 5° tot en met 7°, geven alleen aanleiding tot omstandigheidsverlof als de voormelde verwantschappen kaderen in een situatie van langdurige pleegzorg op het moment van de gebeurtenis of in het verleden.[77]

In het eerste lid wordt verstaan onder:
1° langdurige pleegzorg: de pleegzorg, vermeld in artikel X 16bis, zevende lid, waarbij het kind is ingeschreven als deel uitmakend van het gezin van het personeelslid in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar het personeelslid zijn verblijfplaats heeft;
2° kortdurende pleegzorg: alle vormen van pleegzorg die niet voldoen aan de voorwaarden van langdurige pleegzorg, vermeld in punt 1°.[64]

Het omstandigheidsverlof wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit.

Het personeelslid neemt het omstandigheidsverlof, vermeld in het eerste lid, 3°/1, op de volgende wijze op:
1° de eerste drie dagen tijdens de periode die begint te lopen op de dag van het overlijden en eindigt op de dag van de begrafenis;
2° de zeven resterende dagen tijdens het jaar dat volgt op het overlijden.[64]

In overleg met de lijnmanager kan van de opnameperiodes, vermeld in het vierde lid, worden afgeweken.[64]

Titel 9bis. Geboorteverlof

Titel 9bis bevat Art. X 61bis

Art. X 61bis

§1. Een ambtenaar heeft recht op geboorteverlof naar aanleiding van de geboorte van een kind waarvan de afstamming langs de zijde van de ambtenaar vaststaat.[37]

Bij ontstentenis van een persoon die geboorteverlof opneemt op grond van de afstamming met het kind, heeft de ambtenaar die gehuwd is of samenwoont met de moeder van het kind recht op het geboorteverlof.[37]

Het recht op moederschapsverlof, vermeld in artikel 39 van de arbeidswet van 16 maart 1971, sluit voor een zelfde ouder het recht op geboorteverlof uit.[37]

Het geboorteverlof bedraagt vijftien[59] werkdagen. Het wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit. Het geboorteverlof moet binnen een termijn van vier maanden die start op de dag waarop het kind geboren wordt, worden opgenomen.[37]

Het geboorteverlof wordt in mindering gebracht van het recht op opvangverlof vermeld in artikel X 16.[37]

Voor geboortes die plaatsvinden vanaf 1 januari 2023 bedraagt het geboorteverlof 20 werkdagen.[59]

§2. Het contractueel personeelslid heeft recht op geboorteverlof op grond van de arbeidsovereenkomstenwet en de uitvoeringsbesluiten.[37]

[37][59]

§3.[59]Het geboorteverlof wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit. Wat de geboortes betreffen die vanaf 1 januari 2021 plaatsvinden geldt de volgende verloningsregeling:

1° een ambtenaar heeft gedurende de:
a) eerste tien dagen recht op een doorbetaling van het salaris;
b) vijf resterende dagen recht op 82% van het brutosalaris. Voor de bepaling van dit salaris wordt het brutosalaris op jaarbasis begrensd op 26230€ (100%).

2° een contractueel personeelslid heeft gedurende de:
a) eerste drie dagen recht op een doorbetaling van het salaris;
b) twaalf resterende dagen onverminderd VII 108bis geen recht op salaris.

Wat de geboortes betreffen die vanaf 1 januari 2023 plaatsvinden geldt de volgende verloningsregeling:
1° een ambtenaar heeft gedurende de:
a) eerste tien dagen recht op een doorbetaling van het salaris;
b) tien resterende dagen recht op 82% van het brutosalaris. Voor de bepaling van dit salaris wordt het brutosalaris op jaarbasis begrensd op 26230€ (100%);

2° een contractueel personeelslid heeft gedurende de:
a) eerste drie dagen recht op een doorbetaling van het salaris;
b) zeventien resterende dagen onverminderd VII 108bis geen recht op salaris.[59]

Andere titels deel X