Gedaan met laden. U bevindt zich op: Investeringsbeleid onderwijsinfrastructuur: meer focussen op 'klassieke schoolgebouwen': wijzigingsbesluit

Investeringsbeleid onderwijsinfrastructuur: meer focussen op 'klassieke schoolgebouwen': wijzigingsbesluit

Nota

Samenvatting

Schoolbesturen in het vrij en officieel onderwijs die infrastructuursubsidies van AGION of financiering voor het GO! willen krijgen, moeten voldoen aan de reglementaire subsidievoorwaarden. Zo moeten hun infrastructuurprojecten voldoen aan de wettelijke fysische en financiële normen zoals vastgelegd in het Vlaamse ‘normenbesluit’ van 5 oktober 2007. Deze normen bepalen per vestigingsplaats de maximale bruto-oppervlakte die in aanmerking komt voor nieuwbouw of renovatie. Er is op vandaag geen verplichting voor schoolbesturen om infrastructuurmiddelen effectief aan te wenden voor het realiseren van leslokalen of andere klassieke schoolgebouwfuncties (bv. secretariaatsruimte, refter, bibliotheek, …). Gezien de talrijke uitdagingen waarvoor het onderwijspatrimonium geplaatst wordt en het feit dat er zo efficiënt en effectief mogelijk moet omgegaan worden met de beschikbare middelen, wordt de focus van het investeringsbeleid gelegd op de essentie van een schoolgebouw waarbij enkel klassieke leslokalen en strikt noodzakelijke andere lokalen voortaan in aanmerking komen voor financiering. Via klassieke scholen, met afzonderlijke, fysiek omsloten en afsluitbare leslokalen wordt bijgedragen tot het verbeteren van concentratie, leerprestaties en welzijn. De Vlaamse Regering wijzigt daarom principieel haar normenbesluit dat de regels vaststelt die de behoefte aan nieuwbouw of uitbreiding bepalen en van de fysische en financiële normen voor de schoolgebouwen, internaten, centra voor leerlingenbegeleiding en leersteuncentra. Het buitengewoon onderwijs wordt, samen met onderwijsinternaten, centra voor deeltijds kunstonderwijs, centra voor leerlingenbegeleiding en leersteuncentra, uitgesloten van het toepassingsgebied wegens hun specifieke noden en werking. Ook de lopende DBFM-programma’s (Scholen van Morgen, Projectspecifieke DBFM en Scholen van Vlaanderen) blijven buiten beschouwing, aangezien hun contractuele kader reeds vastligt op basis van bestaande fysische normen. Toekomstige DBFM-programma’s zullen wel rekening moeten houden met de wijzigingsbepalingen uit dit besluit. Het wijzigingsbesluit wordt voor advies voorgelegd aan de Raad van State.