Gedaan met laden. U bevindt zich op: ILO-werkloosheidsgraad

ILO-werkloosheidsgraad

De ILO-werkloosheidsgraad blijft in Vlaanderen in het eerste kwartaal van 2026 hangen op 4,3%, hetzelfde cijfer als het laatste kwartaal van 2025. Het gaat om het aandeel werklozen in de beroepsbevolking 15 tot 64 jaar.

In de periode 1999-2017 schommelde de werkloosheidsgraad rond 4,5%, met in 2003 de hoogste werkloosheidsgraad (5,7%). In 2022 was de werkloosheidsgraad nog nooit eerder zo laag. Het daalde van 3,9% in 2021 tot 3,2% het jaar nadien. In 2024 bedroeg het 3,8%.

Evolutie in (interactieve) grafiek

Vanaf 2021 is er een groter verschil op te merken tussen mannen en vrouwen, waarbij mannen een hogere werkloosheidsgraad kennen. In het eerste kwartaal van 2026 bedraagt de ILO-werkloosheidsgraad van mannen 4,7% en van vrouwen 3,9%.
Wat leeftijdsgroepen betreft, zien we een hogere werkloosheidsgraad bij 15- tot 24-jarigen. In het eerste kwartaal van 2026 bedraagt deze 13,8%. De werkloosheidsgraad daalt naarmate de leeftijd toeneemt.

In de periode 1999-heden lag de werkloosheidsgraad steeds hoger bij kortgeschoolden. In het eerste kwartaal van 2026 bedraagt dit 7,7%.

De werkloosheidsgraad bedraagt in 2026 (eerste kwartaal) 11,2% bij personen met een migratieachtergrond.

De data zijn afkomstig van: EAK Statbel, via Steunpunt Werk en Statistiek Vlaanderen