Levenslang leren
De deelname van de Vlaamse bevolking aan opleidingen stijgt tot bijna 19%. Dit betekent tegelijkertijd wel dat bijna 81% van de bevolking niet deelneemt aan een opleiding. Onder de 25- tot 64-jarigen, hooggeschoolden en werkenden is er sprake van de meeste participatie.
In 2025 nam 18,8% van de inwoners van het Vlaamse Gewest tussen 25 en 64 jaar deel aan een opleiding (binnen of buiten het reguliere onderwijs) tijdens de 4 weken voorafgaand aan de Enquête naar de Arbeidskrachten (EAK).
Evolutie in (interactieve) grafiek
In de periode 2004-2024 schommelde de opleidingsdeelname telkens tussen 7,0% en 15,7%. Als gevraagd wordt naar het volgen van een opleiding in de afgelopen 12 maanden in plaats van de afgelopen 4 weken, ligt het aandeel hoger en komt het op 45% in 2025. Dat aandeel steeg met 16,3 procentpunten ten opzichte van het jaar ervoor.
Hoe jonger ze zijn, hoe vaker mensen deelnemen aan opleidingen: 51,4% van de 25- tot 34-jarigen nam deel aan een opleiding tegenover 48,7% bij de 35- tot 54-jarigen, en 32,3% bij de 55- tot 64-jarigen. Ook naar onderwijsniveau is er een duidelijk verschil: hooggeschoolden (61,3%) participeerden veel vaker aan een opleiding dan kortgeschoolden (21,2%) en middengeschoolden (34,6%).
Ten slotte was er ook een verschil naar socio-economische positie. Werkenden (51,1%) participeerden het vaakst, meer dan de werklozen (32,9%). De opleidingsdeelname bij de groep niet-beroepsactieven (personen die niet werken en die ook niet actief op zoek zijn naar een job) was het laagst (17,9%).
De data zijn afkomstig van: EAK Statbel en LFS Eurostat, via Steunpunt Werk en Statistiek Vlaanderen.