Gedaan met laden. U bevindt zich op: Concurrentiepositie

Concurrentiepositie

In 2023 wordt de concurrentiepositie van Vlaanderen verder uitgedaagd, mede door de waardedaling van de Chinese yuan, Amerikaanse dollar, de Turkse lira, Russische roebel, maar ook de Indische roepie en Japanse yen. Daarnaast draagt ook de toename van onze loonkostenhandicap ten opzichte van de drie voornaamste handelspartners van Vlaanderen, namelijk Duitsland, Frankrijk en Nederland, bij aan deze druk.  

Volgens de geharmoniseerde competitiviteitsindicator (HCI), nam de Vlaamse concurrentiepositie af tussen september 2022 en mei 2023. De HCI is een maatstaf voor de wisselkoers- en kostencompetitiviteit van het Vlaamse Gewest ten opzichte van de belangrijkste handelspartners. De HCI moet zo gelezen worden dat een daling wijst op een verbeterde concurrentiekracht en een stijging of een afname van de concurrentiepositie.

Tussen 2009 en 2015 daalde de HCI sterk, wat wijst op een verbeterde concurrentiepositie. Vanaf midden 2015 stijgt deze opnieuw, als gevolg van de waardevermeerdering van de euro ten overstaan van onder andere de yuan, roebel en dollar.

Tussen oktober 2018 en februari 2020 nam de concurrentiekracht weer toe. Dat had vooral te maken met het duurder worden van de munten van de Verenigde Staten, China en het Verenigd Koninkrijk, en in mindere mate ook van India, Japan en Turkije.

Niettemin neemt de concurrentiepositie vanaf maart 2020 opnieuw af tot en met augustus 2020. Gedurende de periode van september 2020 tot augustus 2022 herstelt deze positie zich, om vervolgens opnieuw af te nemen. In december 2023 bedraagt de HCI 1,00. Deze stijging van de HCI kwam vooral door de waardedaling van de Chinese yuan, Amerikaanse dollar, de Turkse lira, Russische roebel, maar ook de Indische roepie en Japanse yen.

Een andere relevante indicator die inzicht biedt in de concurrentiepositie van Vlaanderen is de evolutie van onze loonkostenhandicap ten aanzien van onze drie belangrijkste handelspartners, namelijk Duitsland, Frankrijk en Nederland. In de periode tussen 2019 en 2024 zullen de uurloonkosten in België naar verwachting 2,1% sneller stijgen dan in de omliggende buurlanden. Dit staat in contrast met de periode van 1996 tot 2019, waarin de loonkosten in België 0,4% minder snel stegen dan in de buurlanden. Als deze trend zich voortzet zou de loonkostenhandicap in 2024 toenemen tot 1,7%. Met andere woorden, gedurende de periode van 1996 tot 2024 zijn de loonkosten in België sneller gestegen dan die in de buurlanden, resulterend in een groeiverschil met betrekking tot reële uurloonkosten van 1,7%.

Deze nieuwe ontsporing van de loonkostenhandicap met onze belangrijkste buurlanden en handelspartners zal naar verwachting druk uitoefenen op de export, investeringen en uiteindelijk de economische groei van Vlaamse ondernemingen.

De data zijn afkomstig van Statistiek Vlaanderen en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven.(opent in nieuw venster)