Gedaan met laden. U bevindt zich op: Concurrentiepositie

Concurrentiepositie

In 2025 werd de concurrentiepositie van Vlaanderen verder uitgedaagd, mede door een goedkopere Amerikaanse dollar en Chinese yuan. Toch zal de loonkostenhandicap in 2026 verminderen ten opzichte van de drie voornaamste handelspartners van Vlaanderen, namelijk Duitsland, Frankrijk en Nederland.

Volgens de geharmoniseerde competitiviteitsindicator (HCI) verzwakte de Vlaamse concurrentiepositie licht tussen februari 2025 en april 2025. De HCI is een maatstaf voor de wisselkoers- en kostencompetitiviteit van het Vlaamse Gewest ten opzichte van de belangrijkste handelspartners. De HCI moet zo gelezen worden dat een daling wijst op een verbeterde concurrentiekracht en een stijging op een afname van de concurrentiepositie.

Tussen 2009 en 2015 daalde de HCI sterk, wat wijst op een verbeterde concurrentiepositie. Vanaf midden 2015 stijgt deze opnieuw, als gevolg van de waardevermeerdering van de euro ten overstaan van onder andere de yuan, roebel en dollar.

Tussen oktober 2018 en februari 2020 nam de concurrentiekracht weer toe. Dat had vooral te maken met het duurder worden van de munten van de Verenigde Staten, China en het Verenigd Koninkrijk, en in mindere mate ook van India, Japan en Turkije.

Niettemin neemt de concurrentiepositie vanaf maart 2020 opnieuw af tot en met augustus 2020. Gedurende de periode van september 2020 tot augustus 2022 herstelt deze positie zich, om vervolgens opnieuw af te nemen. In mei 2025 bedraagt de HCI 0,99. Deze stijging van de HCI kwam vooral door een goedkopere Amerikaanse dollar en Chinese yuan.

Een andere relevante indicator die inzicht biedt in de concurrentiepositie van Vlaanderen is de evolutie van onze loonkostenhandicap ten aanzien van onze drie belangrijkste handelspartners, namelijk Duitsland, Frankrijk en Nederland. In de periode na Covid zijn de uurloonkosten in België, aangedreven door de automatische loonindexeringen, sneller gestegen dan in de buurlanden. Sindsdien heeft zich echter een aanpassing doorgevoerd waardoor het verschil met de buurlanden afgenomen is.
Dit patroon is herkenbaar voor andere inflatiecrises in het verleden: de Belgische lonen passen zich sneller aan door de automatische indexering, de buurlanden halen daarna in.

De data zijn afkomstig van Statistiek Vlaanderen en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven.