Stakeholders denken mee over duin-voor-dijk
Op 25 februari organiseerde het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) in Oostende een werkbank met stakeholders voor de NatuurOntwikkelingsVisie voor het Kustbeschermingslint (NOViK). NOViK is een van de 24 acties binnen het actieplan van Kustvisie.
24 km van de Vlaamse kustlijn (38%) bestaat uit bebouwing tot aan het strand. Deze kustzones worden zeer intensief gebruikt door verscheidene actoren, zeker in de zomerperiode. Om onze kust op lange tot zeer lange termijn te wapenen tegen de verwachte zeespiegelstijging zal Vlaanderen onder meer inzetten op natuurlijke zeewering in de vorm van duinen voor dijken en duinen voor duinen. Het doel van deze werkbank was om bouwstenen te formuleren voor een multifunctionele, ruimtelijke inrichting van de duin-voor-dijkzone, waar rekening wordt gehouden met de verschillende noden en bezorgdheden van betrokken actoren. Tijdens de werkbank bespraken een veertigtal stakeholders uit verschillende sectoren de nieuwe duinontwikkeling voor de dijken van onze badsteden.
INBO organiseerde deze werkbank in samenwerking met het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB), het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO), het Waterbouwkundig Laboratorium (WL) van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken en het Europese project Manabas Coast, een samenwerking met 12 organisaties uit de Noordzeeregio.
Kennis delen in de duinen
In de voormiddag werden het project Kustvisie en het duin-voor-dijkprincipe toegelicht, zowel vanuit het oogpunt van zeewering als natuurbehoud. Marjan Duiveman, adviseur waterveiligheid bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, deelde haar expertise.
Daarna volgde een wandeling langs de duinen van Oostendse Oosteroever waarbij de deelnemers kennis maakten met de vijf sectorgroepen die actief gebruikmaken van de duin-voor-dijkzone: natuur, kustveiligheid, strandveiligheid, wind- en watersportverenigingen, zachte recreatie en horeca.
Sectorinzichten vertalen naar concrete bouwstenen
In de namiddag werden de ecologische en technische randvoorwaarden voor duin-voor-dijk verduidelijkt. Tijdens interactieve sessies werkten de deelnemers met een generieke luchtfoto waarop drie scenario’s werden gesimuleerd, gaande van intensief tot extensief strandgebruik. Met verplaatsbare symbolen werden eerst per sector de noden, randvoorwaarden en mogelijke acties in kaart gebracht.
Nadien verdiepten de deelnemers zich, vanuit hun eigen expertise, in de voorgestelde acties per sector. Zo kwamen ze tot concrete bouwstenen voor de toekomstige inrichting
van duin-voor-dijk. Tijdens een afsluitende plenaire sessie werden alle sectorbevindingen samengebracht op één grote poster, als basis voor een gedragen multifunctioneel ontwerp.
Potentiële meerwaarde voor gebruikers kustlijn
Tijdens de werkbank werd duidelijk dat er meerdere bezorgdheden leven, maar vooral ook dat synergiën kunnen leiden tot gedragen oplossingspistes voor de inrichting van duin voor dijk-projecten voor de Vlaamse badsteden. Duin-voor-dijk werd door de deelnemers als een potentiële meerwaarde gezien zolang rekening gehouden wordt met de noden van de verschillende gebruikers van de kustlijn. Daarnaast werd duidelijk dat er veel plaats nodig zal zijn voor nieuwe duinen en dat de randvoorwaarden zullen verschillen naargelang de intensiteit van het gebruik. Tot slot werden meerdere bouwstenen gedetecteerd voor de inrichting die tegemoet komen aan de noden van verschillende sectoren.
De NOViK studie loopt nog tot zomer 2026.