Gedaan met laden. U bevindt zich op: Bevoegdheden Deontologische commissie

Bevoegdheden

De deontologische code regelt de bevoegdheid van de deontologische commissie. De commissie gaat na over welke mandataris er een melding gemaakt wordt en in welke hoedanigheid.

Als de deontologische commissie een onderzoek naar een inbreuk op de deontologische code afrondt, brengt ze de gemeenteraad of de raad voor maatschappelijk welzijn op de hoogte van dat onderzoek en van haar advies of uitspraak.

De deontologische commissie kan geen tuchtmaatregelen of blaam opleggen.

De besprekingen binnen de deontologische commissie kunnen bijvoorbeeld leiden tot:

  • een advies of aanbeveling aan de raad over de aanvulling of wijziging van de deontologische code
  • een advies over een casus aan het lokaal bestuur op vraag van dat lokaal bestuur
  • vaststellingen over het gedrag van een mandataris en of dat al dan niet overeenstemt met de deontologische code van het orgaan waarvan die deel uit maakt
  • sensibiliseringsvoorstellen aan het lokaal bestuur over deontologie en integriteit
  • een uitspraak van afkeuring ten aanzien van bepaalde gedragingen
  • de overdracht van meldingen aan het parket
  • een dossier met de bevindingen van de commissie voor de Vlaamse regering zodat die een tuchtonderzoek kan instellen en de betrokken burgemeester, schepen, voorzitter van de gemeenteraad, voorzitter van het vast bureau, lid van het vast bureau of voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst kan schorsen of afzetten wegens kennelijk wangedrag of grove nalatigheid.

De deontologische commissie kan zelf een einduitspraak doen of dossiers overmaken aan de minister of het parket.

Het is ook mogelijk dat de deontologische commissie alleen advies verleent aan de gemeenteraad of de raad voor maatschappelijk welzijn en dat die raad de einduitspraak doet en dossiers overmaakt aan minister of parket. Die keuze behoort tot de autonomie van het lokaal bestuur.​​​