Gedaan met laden. U bevindt zich op: Minimumaandeel hernieuwbare energie

Minimumaandeel hernieuwbare energie

De energieprestatieregelgeving (EPB) bepaalt dat bepaalde bouwprojecten aan EPB-eisen moeten voldoen. Zo moet er, onder meer, een bepaalde minimumhoeveelheid energie uit hernieuwbare energiebronnen worden gehaald voor

  • nieuwbouw (of wat daarmee wordt gelijkgesteld) met bouwaanvraag vanaf 1 januari 2014
  • of voor een ingrijpende energetische renovatie met bouwaanvraag vanaf 1 maart 2017.

Verschillende maatregelen om doel te behalen

Om de minimumhoeveelheid energie uit hernieuwbare energiebronnen te halen, zijn er diverse mogelijkheden.

  • Keuze uit meerdere maatregelen

    • PV-installatie (fotovoltaïsche zonnepanelen)
    • zonneboiler
    • ketel, kachel of WKK op biobrandstof, met hoog rendement en lage uitstoot
    • stadsverwarming (via een warmtenet)
  • Keuze uit technieken voor verwarming en sanitair warm water

    De volledige energievraag voor ruimteverwarming en voor het sanitair warm water voor baden en douches dekken door 1 of meerdere van de onderstaande technieken:

    • warmtepomp
    • ketel, kachel of WKK op biobrandstof, met hoog rendement en lage uitstoot.
    • energie-efficiënte stadsverwarming, waarbij de warmte minstens voor 50% afkomstig is uit hernieuwbare bronnen, restwarmte of een combinatie van beide.

Strengere E-peileis of boete

Voor bouwprojecten waarbij niet voldaan wordt aan het minimumaandeel aan hernieuwbare energie, wordt het maximaal E-peil 10% strenger voor ingrijpende energetische renovaties en 15% strenger voor nieuwbouw.

Als er onvoldoende is ingezet op technieken op hernieuwbare energie én het project ook niet voldoet aan de strengere E-peileis, dan volgt er een administratieve geldboete.