Gedaan met laden. U bevindt zich op: Vlaamse overheid zet stappen vooruit in aanpak PFAS-vervuiling PFAS-vervuiling

Vlaamse overheid zet stappen vooruit in aanpak PFAS-vervuiling

Nieuwsbericht
30 januari 2026

De Vlaamse overheidsdiensten die bevoegd zijn voor de aanpak van de PFAS-verontreiniging – Departement Omgeving, OVAM, VMM en Departement Zorg - hebben de afgelopen jaren flink wat stappen vooruit gezet. Zo is er een duidelijke aanpak, werken de diensten onderling beter samen en kan er dankzij die samenwerking sneller gereageerd worden. Een deel van de aanbevelingen die de parlementaire onderzoekscommissie in 2022 deed, zijn intussen opgenomen in het PFAS-actieplan en in de Vlaamse aanpak rond zorgwekkende stoffen. Dat bleek op 27 januari 2026 tijdens de PFAS-hoorzitting in de Commissie Leefmilieu van het Vlaams Parlement. Er liggen echter nog heel wat uitdagingen op de plank. 

Sinds de PFAS-verontreiniging op en rond de 3M-site in Zwijndrecht in 2021 aan het licht kwam, is er heel wat gebeurd. De Vlaamse overheid bracht de verontreiniging ik kaart, werkte een PFAS-actieplan uit en ging nauwer samenwerken, onder meer op het vlak van handhaving en met de opstart van een Hub Zorgwekkende Stoffen.

Op welke manier pakken we de PFAS-vervuiling aan?

  • PFAS-lozingen van industriële bedrijven zijn veel strenger gereglementeerd door striktere vergunningen en handhaving: de jaarlijkse lozingsvracht in de Benedenschelde daalde van meer dan 1.000 kg in 2020 naar minder dan 30 kg in 2024.
  • De meetnetten werden uitgebreid: PFAS wordt nu systematisch en verspreid over heel Vlaanderen gemeten in water, bodem en lucht en wordt opgevolgd in het bloed van een referentiepopulatie via het Vlaams Steunpunt Omgeving en Gezondheid.
  • Er is geïnvesteerd in nieuwe en gevoeligere meetmethoden, waardoor steeds meer PFAS- verbindingen, zoals TFA, op een betrouwbare manier kunnen gemeten worden. Op het gebied van PFAS metingen in lucht en depositie is Vlaanderen zelfs een van de koplopers wereldwijd.
  • Er kwam een pfas-normeringskader voor bodem- en grondwatersanering. Dankzij de inventarisatie van PFAS-risicolocaties, met prioriteit voor brandgerelateerde sites, kunnen bodemonderzoek en sanering van verontreinigde locaties sneller gebeuren. 2791 dossiers staan in Vlaanderen op de radar, waarvan in meer dan 1700 dossiers het bodemonderzoek werd opgestart. In ongeveer de helft van de gevallen zijn verdere maatregelen nodig. 22 dossiers zitten al in de fase van een bodemsaneringsproject.
  • Gezondheidskundige onderzoeken zoals het grootschalig bloedonderzoek in Zwijndrecht en het humaan biomonitoringsonderzoek bij jongeren in Zwijndrecht hebben inzichten opgeleverd over o.a. welke bronnen meer risico geven op blootstelling, zoals eieren en stof. Verder gezondheidskundig onderzoek is gepland, zoals epidemiologisch onderzoek naar gezondheidseffecten in de 3M-regio en onderzoek naar PFAS in eieren en stof in regio’s in heel Vlaanderen waar er meer risico op PFAS-vervuiling is (typegebieden).

Hoe werken we samen? 

  • De Vlaamse coördinator zorgwekkende stoffen (waaronder PFAS) zorgt ervoor dat de verschillende administraties binnen de ‘hub zorgwekkende stoffen’ hun acties op elkaar afstemmen, prioriteiten bepalen en de uitvoering van de aanbevelingen van de parlementaire commissie opvolgen. Dat proces wordt elk jaar gerapporteerd aan de Vlaamse Regering, zodat de opvolging transparant en controleerbaar blijft.
  • De coördinatie tussen de Vlaamse administraties zorgt ervoor dat de opvolging van de parlementaire aanbevelingen niet versnipperd verloopt. Door monitoring, strengere vergunningen en gerichte sanering maken we echt werk van het verminderen van PFAS-blootstelling en het beschermen van de omgeving en de gezondheid van de bevolking, Gegevens over industriële bronnen voor PFAS-lozing en monitoringdata van de VMM worden bijvoorbeeld op regelmatige tijdstippen overgemaakt aan de Omgevingsinspectie. De inspectie legt altijd maatregelen op wanneer onvergunde PFAS-lozingen worden vastgesteld.

Hoe gaan we om met hotspots? 

De aanpak die rond 3M werd uitgewerkt , gericht op sanering en monitoring, gezondheid en transparantie, vormt ook de basis voor andere hotspots van vervuiling zoals Ronse, dat met de gevolgen van de aanwezigheid van textielindustrie kampt. Vlaanderen wil de lessen die het geleerd heeft omzetten in onder andere een draaiboek aanpak hotspots. Risicosignalen oppikken wordt daarin een belangrijk onderdeel.

Wat zijn de uitdagingen voor de toekomst?

  • Een essentieel onderdeel van het PFAS-beleid is het aanpakken van de verontreiniging bij de bron. Op Europees niveau gebeurt dat via de “PFAS groepsrestrictie”, die stapsgewijs de uitfasering van PFAS-houdende producten afdwingt. Het voorstel van restrictie wordt momenteel door het Europese chemicaliënagentschap ECHA beoordeeld. Het oordeel wordt in 2026 verwacht, waarna de Europese Commissie een wetsvoorstel zal voorbereiden. Alleen door de kraan dicht te draaien kunnen we nieuwe emissies voorkomen en blijft sanering van historische vervuiling beheersbaar. We blijven ijveren voor een Europese uitfasering van PFAS op voorwaarde dat er voor de toepassing een gelijkwaardig en mens- en milieuvriendelijk alternatief voorhanden is.
  • De aanpak van PFAS toont dat Vlaanderen nood heeft aan een meer geïntegreerd en preventief beleid voor zorgwekkende stoffen. Daarom werkt de Vlaamse overheid aan een beleidsplan voor bronbeperking, betere monitoring en duidelijke toetsingskaders. Zo willen we risico’s sneller detecteren, beter beheersen en milieuproblemen voorkomen, met transparante communicatie naar burgers en bedrijven.