Regel 1 - Stam

HOOFDREGEL: De stam van een Engels werkwoord is in het Nederlands gelijk aan de stam van het oorspronkelijke Engelse werkwoord.

De stam van het oorspronkelijke Engelse werkwoord is de infinitief zonder to. Behoud de e in de spelling van de stam als de Engelse stam eindigt op -e.

Voorbeelden

cruise, delete, fax, lease, outsource, save, shampoo, upgrade

Regel 1.1

UITZONDERING: Schrijf een enkele medeklinker als de Engelse stam eindigt op een dubbele medeklinker.

Voorbeelden

flos (Engels floss), gril (Engels grill), volleybal (van het Engelse zelfstandig naamwoord volleyball)

Regel 1.2

UITZONDERING OP REGEL 1.1: Behoud de dubbele medeklinker als de voorafgaande klinker op zijn Engels wordt uitgesproken.

Voorbeelden

baseball (van het Engelse zelfstandig naamwoord baseball), pass (Engels pass)

Regel 1.3

UITZONDERING: Verdubbel de o en verwijder de eind-e als de Engelse stam in de laatste uitgesproken lettergreep een lange /oo/ heeft.

Voorbeelden
  • googel (Engels google), scrabbel (Engels scrabble), settel (Engels settle), struggel (Engels struggle), tackel (Engels tackle)
  • uitzondering: recycle, vanwege de uitspraak (Engels recycle)

Regel 2 - Vervoegde vormen

HOOFDREGEL: Vervoeg Engelse werkwoorden zoals regelmatige Nederlandse werkwoorden.

Een regelmatig werkwoord is een werkwoord dat in de verleden tijd dezelfde stam heeft als in de tegenwoordige tijd (dweil - dweilde, hark - harkte).

Voorbeelden

- ik barbecue, jij barbecuet, wij barbecueën, hij barbecuede, zij hebben gebarbecued
- ik fax, jij faxt, wij faxen, hij faxte, zij hebben gefaxt
- ik lobby, jij lobbyt, wij lobbyen, hij lobbyde, zij hebben gelobbyd
- ik spray, jij sprayt, wij sprayen, hij sprayde, zij hebben gesprayd
- ik upgrade, jij upgradet (/upgreet/), wij upgraden, hij upgradede (/upgreede/), zij hebben geüpgraded (/ge•upgreet/)
- ik volleybal, jij volleybalt, wij volleyballen, hij volleybalde, zij hebben gevolleybald
- ik baseball, jij baseballt, wij baseballen, hij baseballde, zij hebben gebaseballd
- ik scoor, jij scoort, wij scoren, hij scoorde, zij hebben gescoord
- ik googel, jij googelt, wij googelen, hij googelde, zij hebben gegoogeld

Regel 3

Als de eindmedeklinker van de stam zowel stemloos als stemhebbend kan worden uitgesproken, is in de verleden tijd en het voltooid deelwoord zowel de vorm met -t als die met -d correct.

Voorbeelden

- bridgen (stam = /britsj/ of /bridzj/) - ik bridge, wij bridgeten/bridgeden, wij hebben gebridget/gebridged
- briefen (stam = /brief/ of /briev/) - ik brief, wij brieften/briefden, wij hebben gebrieft/gebriefd
- cruisen (stam = /kroes/ of /kroez/) - ik cruise, wij cruiseten/cruiseden, wij hebben gecruiset/gecruised
- golfen (stam = /golf/ of /golv/) - ik golf, wij golften/golfden, wij hebben gegolft/gegolfd
- housen (stam = /hous/ of /houz/) - ik house, wij houseten/houseden, wij hebben gehouset/gehoused
- leasen (stam = /lies/ of /liez/) - ik lease, wij leaseten/leaseden, wij hebben geleaset/geleased