De werkwoordsvormen herkend en herkent worden weleens met elkaar verward. Dat komt doordat ze dezelfde uitspraak hebben.
- jij herkent, u herkent, hij herkent, zij herkent
bij inversie: herkent u, herkent hij, herkent zij - voltooid deelwoord: ik heb herkend
- als bijvoeglijk naamwoord: een herkend gezicht
Er is een eenvoudig trucje om te achterhalen of je de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd met -t of -d moet schrijven: vergelijk het werkwoord waarover je twijfelt met een werkwoord waarover je niet twijfelt – bijvoorbeeld zoeken – en spel het op dezelfde manier.
- hij herkent, met stam + -t zoals in hij zoekt
- herkent u, met stam + -t zoals in zoekt u
Er is ook een trucje om te achterhalen of je aan het eind van het voltooid deelwoord -d of -t moet schrijven. Je kunt daarvoor vergelijken met de verledentijdsvorm. Als die op -de(n) eindigt, krijgt ook het voltooid deelwoord een -d. Als de verledentijdsvorm op -te(n) eindigt, krijgt ook het voltooid deelwoord een -t.
- ik heb herkend, met een -d zoals in (ik) herkende
Om te achterhalen of je wel degelijk met een voltooid deelwoord te maken hebt, kun je het werkwoord vervangen door een werkwoord dat in het voltooid deelwoord ge- toegevoegd krijgt en niet al ge- heeft in de infinitief, zoals zien. Bij zulke werkwoorden is er geen verwarring mogelijk tussen het voltooid deelwoord en een andere vorm.
- ze hebben haar herkend, vergelijkbaar met ze hebben haar gezien
Vergelijkbare werkwoordsvormen met her- die tot twijfel kunnen leiden, zijn: herbeleefd / herbeleeft, herbouwd / herbouwt, herenigd / herenigt, herhaald / herhaalt, herbelegd / herbelegt, herberekend / herberekent, herbevestigd / herbevestigt, hernoemd / hernoemt, hersteld / herstelt.