De totale emissies kunnen worden opgedeeld in emissies die gereguleerd worden via het systeem van Europese Emissiehandel (ETS) en de emissies die niet onder dit systeem vallen (niet-ETS).

In de Vlaamse Klimaatstrategie 2050 streeft Vlaanderen naar een vermindering met 85% van de uitstoot van broeikasgassen in de niet-ETS sectoren tegen 2050 ten opzichte van 2005, met de ambitie om te evolueren naar een volledige klimaatneutraliteit. Voor de ETS-sectoren schrijft Vlaanderen zich in binnen de context die Europa bepaalt voor deze sectoren met een dalende emissieruimte onder het EU ETS.

In het bijkomende pakket aan klimaatmaatregelen ter versterking van het VEKP wordt de doelstelling m.b.t. broeikasgassen in de niet-ETS sectoren opgetrokken van een reductie van -35% naar een reductie van -40% tegen 2030 (in vergelijking met 2005).

Evolutie in (interactieve) grafiek

Bij de ETS-emissies gaat het vooral over de broeikasgasuitstoot in de industrie en energiesector. Ruim 40% van de Vlaamse broeikasgasuitstoot valt onder het ETS-systeem. In de Europese Unie moeten de ETS-broeikasgasemissies tegen 2020 21% en tegen 2030 43% lager liggen dan in 2005. In het kader van Fit for 55 stelt de EC zelfs voor dat de ETS emissies tegen 2030 61% lager liggen dan in 2005. Deze ETS-doelstelling is enkel van toepassing op de gehele Europese ETS-uitstoot en is niet verder verdeeld op niveau van de lidstaten.

In Vlaanderen daalden de ETS-emissies van 43,3 megaton CO2-equivalenten in 2005 naar 32,7 megaton in 2013, waarna ze tot 2019 rond de 32 megaton bleven schommelen. In 2020 daalden de ETS-emissies verder naar 29,2 megaton, wat de daling ten opzichte van 2005 op 32% brengt.

De Europese lidstaten moeten daarnaast hun niet-ETS-emissies tussen 2013 en 2020 reduceren volgens een lineair afnemend pad met jaarlijkse reductiedoelstellingen. Het gaat vooral om emissies door transport, huishoudens, handel en diensten, landbouw en enkele onderdelen van de sectoren industrie en energie. Iets minder dan 60% van de Vlaamse broeikasgasuitstoot zijn niet-ETS-emissies. Vlaanderen heeft zich geƫngageerd om de niet-ETS-emissies met 15,7% te doen afnemen in 2020 in vergelijking met 2005.

De niet-ETS uitstoot van broeikasgassen in Vlaanderen daalde van 46,6 megaton CO2-equivalent in 2005 tot 39,7 megaton in 2020. Dit betekent een daling tussen 2005 en 2020 met 14,8% of een gemiddelde jaarlijkse daling met net geen 1%. Een belangrijk deel van de daling (ook van ETS) vindt plaats in 2020, onder invloed van de Covid-19-pandemie, die een grote impact had op economie, mobiliteit en energieverbruik. Deze emissiegegevens worden in de loop van 2022 nog door de Europese Commissie doorgelicht en kunnen op basis van die audit nog worden bijgestuurd.

De cijfers van de broeikasgasemissies in het Vlaams Gewest houden geen rekening met emissies en sinks ten gevolge van (wijzigingen in) landgebruik en bosbeheer (zogenaamde LULUCF), en evenmin met de uitstoot van NF3 en de CO2-emissie van binnenlandse luchtvaart. Reden daartoe is dat de Europese lastenverdeling en de lastenverdeling tussen de gewesten in ons land daar evenmin rekening mee houdt, en deze cijfers net een toetsing aan de emissiedoelstellingen beogen.

De data zijn afkomstig van de Vlaamse Milieumaatschappij.