In 2021 daalde het aandeel vroegtijdige schoolverlaters naar het laagste punt ooit (5,3%). In 2020 was volgens de resultaten van de Enquête naar de Arbeidskrachten (EAK) nog 6,7% van de Vlaamse 18- tot 24-jarigen een vroegtijdige schoolverlater.

Evolutie in (interactieve) grafiek

Het gaat om jongeren die geen kwalificatie van het niveau secundair onderwijs hebben behaald en die geen onderwijs of opleiding meer volgden in de 4 weken voor de bevraging. Het aandeel van 2020 was een stijging ten opzichte van 2019 (6,2%). In 1999 lag het aandeel vroegtijdige schoolverlaters een pak hoger (13,6%).

Het aandeel vroegtijdige schoolverlaters lag in 2021 bij mannen (7,0%) dubbel zo hoog als bij vrouwen (3,5%). Sinds 1999 daalde dat aandeel zowel bij mannen als bij vrouwen.

In 2021 lag het aandeel vroegtijdige schoolverlaters in het Vlaamse Gewest (5,3%) lager dan in de andere gewesten. In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest ging het om 9,1%, in het Waalse Gewest om 8,3%. In de Europese Unie (EU27) lag het aandeel vroegtijdige schoolverlaters in 2021 gemiddeld op 9,7%.