Gedaan met laden. U bevindt zich op: ANPR checklist ANPR camera's

ANPR checklist

November 2025

Versie 1.0

Deze aandachtspunten kunnen later aangepast worden.

Ze zullen nu al gebruikt worden voor het bevragen van instanties, bijvoorbeeld naar aanleiding van klachten.

Deze checklist vult de bestaande richtlijnen van de VTC aan.

Aandachtspunt: noodzakelijkheid en proportionaliteit

  • Per locatie moet er eerst op basis van objectieve gegevens (niet louter subjectief aanvoelen) vastgesteld worden of er een specifiek probleem is (bijvoorbeeld onaangepaste snelheid) dat o.a. met IT bv. (ANPR-)camera’s aangepakt kan worden.

  • Per locatie moet er vervolgens worden vastgesteld wat de verschillende mogelijkheden zijn om dat probleem aan te pakken, inclusief aanpassingen zoals verkeersremmende inrichtingen die geen verwerkingen van persoonsgegevens vereisen. IT-oplossingen als ANPR-camera’s mogen niet de standaardoplossing zijn, vermits die per definitie een inperking vormen van het recht op gegevensbescherming en privacy. Alternatieven moeten geïdentificeerd worden.

  • De beoordeling moet er vervolgens gericht zijn op de specifieke situatie, en mag dus niet beperkt blijven tot de opmerking dat ANPR-camera’s in het algemeen efficiënt zijn, of dat zij elders goede resultaten hebben behaald. Immers, als de instantie enkel verwijst naar de algemene efficiëntie van camera’s, dan is het onvermijdelijke eindresultaat dat ANPR-camera’s altijd en overal de standaardoplossing zijn.

  • Bij de beoordeling van de proportionaliteit (dus of de verwachte baten van de camera’s opwegen tegen de impact op de privacy van de betrokkenen) houdt u rekening met alle betrokkenen: niet enkel de buurtbewoners maar ook toevallige passanten; niet enkel personen die zich gemotoriseerd verplaatsen, maar ook voetgangers/fietsers e.d. die eigenlijk niet door de camera’s gecapteerd zouden mogen worden (zie ook gegevensminimalisatie).

  • De beoordeling van de proportionaliteit vereist een concrete waardering van de beelden die gecapteerd kunnen worden, met name of burgers in hun private sfeer gefilmd kunnen worden en hoe dit bij de burger ervaren zal worden. Camera’s die gericht zijn op (delen van) een private woonst (bijvoorbeeld vensters van slaapkamers aan straatzijde) moeten strenger beoordeeld worden. Het standpunt dat burgers zich geen zorgen moeten maken omdat de camera’s hen niet gericht zullen filmen mag niet doorslaggevend zijn, vermits burgers zelf niet kunnen controleren of beoordelen of een camera hen wel of niet filmt.

Aandachtspunt: doelbinding

  • Voordat ANPR-camera’s plaatst worden, moet er bepaald worden voor welk doeleinde de camera’s gebruikt zullen worden. Dit doeleinde moet voldoende specifiek zijn, bv. snelheidscontrole, trajectcontrole, gegevenssturing e.d. Het doeleinde mag niet zo breed geformuleerd zijn dat de burgers niet kunnen weten wat er specifiek bedoeld wordt (“voor mobiliteitsbeleid”, “voor handhaving van de openbare orde”, “voor vaststellen en sanctioneren van overtredingen”, e.d.).

  • Hou er rekening mee, dat hoe meer mogelijkheden een camerasysteem biedt, hoe gemakkelijker er sprake kan zijn van het -al dan niet bewust - afwijken van het oorspronkelijk doel.

  • Doeleinden mogen ook alleen bepaald worden in termen van de openbare opdracht van de verwerkingsverantwoordelijke. Er mag geen sprake zijn van doeleinden of afspraken die gericht zijn op het bereiken van (of streven naar) een bepaald aantal vaststellingen van overtredingen of inkomsten in een bepaalde periode, of op het weren van maatregelen die het aantal vaststellingen van overtredingen kunnen reduceren.

Aandachtspunt: transparantie en consultatie

  • Alvorens ANPR-camera’s geplaatst mogen worden, moeten de betrokkenen geïnformeerd worden over de doeleinden waarvoor de camera’s zullen worden ingezet. De VTC beveelt aan om in het bijzonder buurtbewoners op de plaats waar camera’s zullen worden geplaatst te informeren, maar dat neemt niet weg dat ook andere betrokkenen recht hebben op duidelijke informatieverstrekking, bv. via een publiek toegankelijke website.

  • Er moet geverifieerd worden dat de verstrekte informatie bij alle bronnen dezelfde is. Wanneer burgers substantieel andere antwoorden krijgen over het doel, de locatie, of het gebruik van de camera’s afhankelijk van de bron die zij raadplegen, dan is het gebruik niet transparant, en dus ook niet legitiem.

  • De informatieverstrekking moet correct zijn, en mag het niet verhullen wanneer er ook niet-geblurde beelden worden opgeslagen.

    Er mag dus aan de burgers niet gesuggereerd worden dat ANPR-camera’s geen privacyrisico vormen omdat de beelden enkel geblurd zouden worden opgeslagen, als men bedoelt dat de sanctionerende ambtenaar geblurde beelden te zien krijgt, terwijl ongeblurde beelden wel opgeslagen blijven, bv. in geval van betwistingen of voor politiedoeleinden.

    Er mag ook niet gesuggereerd worden dat er enkel sprake is van ANPR-camera’s, als de situatie in de praktijk complexer is en de Vlaamse instantie daarvan op de hoogte is (ze zou dat moeten zijn). Typische voorbeelden zijn dat er in feite twee camera’s simultaan worden geplaatst (ANPR-camera’s naast volwaardige camera’s, die soms ongeblurde hoge definitiebeelden maken), of wanneer één camera zowel ANPR-functionaliteit als niet-ANPR-functionaliteit heeft die ook zal worden geactiveerd, bijvoorbeeld voor politiedoeleinden. Het feit dat de Vlaamse instantie niet verantwoordelijk is voor gebruik door de politie impliceert niet dat de instantie mag verzwijgen dat de camera’s met haar medeweten (en als gevolg van haar initiatief) ook daarvoor zullen worden ingezet.

Aandachtspunt: gegevensminimalisatie

  • Verwerk geen gegevens die niet noodzakelijk zijn voor het specifieke doel. Let daarbij zeker ook op de metagegevens.

  • Bij ANPR-camera’s is de insteek dat in beginsel, als privacybeschermende maatregel, enkel gebruik gemaakt wordt van de nummerplaten van gemotoriseerde voertuigen. De camera’s mogen dan ook enkel nummerplaatgegevens gebruiken bij het vaststellen of er een overtreding begaan werd. Andere persoonsgegevens (inclusief foto van de chauffeur, passagiers, en omstaanders) moeten geblurd of verwijderd worden bij de vaststelling van een overtreding.

  • Identificatie van een betrokkene d.w.z. door opzoeking van de houder van de nummerplaat (en dus zonder blurring ongedaan te maken) door of op vraag van een Vlaamse instantie kan enkel wanneer een overtreding werd vastgesteld. Als een controlerend ambtenaar ongeblurde foto’s kan bekijken om de houder van een nummerplaat te identificeren dan is dat strijdig met de AVG. In de Memorie van Toelichting bij de GASwet wordt benadrukt dat de foto van de bestuurder (afhankelijk van de stand van de camera) op zichzelf niet mag gebruikt worden als identificatie. Het kan wel aanvullend als dat noodzakelijk is (bv. bij betwisting door de titularis van de nummerplaat dat hij de snelheidsovertreding heeft begaan). Het is wel niet duidelijk of de sanctionerend ambtenaar de bevoegdheid heeft om dat te onderzoeken.

  • Opvragen van oorspronkelijk beeldmateriaal (dus ongeblurde foto’s) door of op vraag van een Vlaamse instantie, kan enkel wanneer er een betwisting is die toegang tot het oorspronkelijk beeldmateriaal noodzakelijk maakt.

  • Bekijk of gegevensminimalisatie niet kan gerealiseerd worden door tijdelijke camera’s te plaatsen. Dit maakt dat personen niet voor langere tijd gevolgd worden.

Aandachtspunt: bewaartermijnen

  • De wettelijk bepaalde bewaartermijn van de politie mag niet automatisch als bewaartermijn voor de gemeente gelden. Er moeten aparte bewaartermijnen worden ingesteld.

Aandachtspunt: technologie en gegevensstromen

  • Er moet gecontroleerd worden dat de camera’s effectief ANPR-camera’s zijn en dat zij ook enkel daarvoor gebruikt worden. Als er gebruik wordt gemaakt van camera’s die ook bestemd zijn voor niet-ANPR gebruik (die dus ook ongeblurd andere gegevens dan nummerplaten capteren), dan moeten er alternatieven worden gezocht of de camera’s zodanig geconfigureerd zijn dat zij enkel ANPR-gegevens doorgeven.

  • Camera’s moeten aangekocht, ingesteld en gebruikt worden met een privacy-by-design en privacy-by-default instellingen. De instellingen van de camera moeten zo zijn dat ze minimale impact hebben. Dat impliceert o.a. dat blurring zo dicht mogelijk bij de bron gebeurt, en dat partijen die het beeldmateriaal controleren enkel toegang hebben tot de gegevens die noodzakelijk zijn. Controle zonder aanleiding van beeldmateriaal waarop prima facie geen inbreuk te zien is, mag dus niet, evenmin als toegang tot ongeblurd beeldmateriaal.

  • Bij de installatie van de camera moet men erover waken dat de installatie veilig is.

  • Beeldmateriaal van ANPR-camera’s wordt vaak verwerkt door meerdere partijen (stad, politie, intercommunale, private dienstverlener). Het is van belang dat hiervoor de nodige afspraken worden gemaakt, via verwerkersovereenkomsten en protocollen, met de nodige aandacht voor verifieerbaarheid van de naleving van deze afspraken. Dit is vooral van belang wanneer er wordt samengewerkt met private partijen die geen opdracht van openbaar belang nastreven.

  • Het hele camerasysteem moet worden bekeken. Daaronder valt de gegevensstroom tussen de camera en het back-endsysteem. Bekijk o.a. de veiligheid hiervan, de toegangsrechten en de toegang van de leverancier.

  • De conformiteit van het eventuele gebruik van AI moet getoetst worden aan de AI-verordening en de AVG.

Aandachtspunt: periodieke evaluatie

  • Na de plaatsing van de camera’s, moet periodiek (bijvoorbeeld jaarlijks) worden geëvalueerd of de camera’s effectief zijn in het bereiken van hun doelstelling, en of het verdere gebruik ervan nog proportioneel is met de impact op de gegevensbescherming en de privacy. Als dit niet het geval zou zijn, dan moeten alternatieven worden bekeken, en dan moeten de camera’s worden verwijderd. Camera’s die er niet in slagen om hun doeleinde te bereiken (wat bijvoorbeeld kan blijken uit het gegeven dat boetes op een stabiel en hoog niveau blijven, rekening houdend met het volume aan doorgaand verkeer) zijn niet effectief als verkeersbeherende maatregel, en dan moeten er alternatieven bekeken worden.

Aandachtspunt: risicobeheersing

  • Raadpleeg uw functionaris voor gegevensbescherming al bij het begin van een project waarbij eventueel camera’s zullen worden ingezet.

  • Er moet een GEB worden opgesteld waarin bovenstaande aandachtspunten worden besproken en de antwoorden erop moeten worden gedocumenteerd voordat de camera’s in gebruik worden genomen.

  • Zoals elke GEB moet deze worden bijgewerkt om te verzekeren dat de informatie actueel blijft.

  • Als de gegevens (beeld, metadata of afgeleide gegevens) voor andere doeleinden zoals bv. druktemeting kunnen gebruikt worden, is een nieuwe risico-evaluatie vereist.

  • Minstens een samenvatting met de essentiële punten van de GEB (voldoende om een antwoord te bieden op de aandachtspunten in deze checklist) moet worden beschikbaar gemaakt voor de burgers die daarnaar vragen.