Gedaan met laden. U bevindt zich op: Meerjarenraming 2025-2030 Begroting

Meerjarenraming 2025-2030

De Vlaamse Regering kijkt verder vooruit, naar de evolutie van de economische groei, de belastinginkomsten en de grootste uitdagingen in de komende jaren. Die verwachtingen zijn gebundeld in de Vlaamse meerjarenraming (MJR). Die bouwt voort op de begrotingsopmaak (BO) en plaatst de genomen beleidskeuzes in een meerjarig perspectief.

Evolutie 2025-2030

Bij de BO 2026 heeft de Vlaamse Regering verschillende maatregelen genomen om het begrotingssaldo te verbeteren. De komende jaren zijn echter nog verdere stappen nodig om de doelstelling van een begroting in evenwicht in 2027 te realiseren. De huidige meerjarenraming weerspiegelt die tussenfase: ze houdt rekening met de maatregelen die reeds werden genomen bij de BO 2026, maar toont ook aan dat nog extra maatregelen nodig zijn de komende jaren om terug aan te knopen met een evenwicht.

In 2027 verwacht de huidige meerjarenraming, zonder verdere maatregelen, dat het begrotingssaldo nog een tekort van 0,7 miljard euro zal optekenen ten opzichte van een tekort van 1,7 miljard euro in 2026. In de jaren nadien neemt het tekort op basis van de huidige ramingen echter opnieuw toe.

In duizend euro

Ontvangsten

Uitgaven

Extra duiding

Om na te gaan in welke mate de Vlaamse begrotingsdoelstelling gerealiseerd kan worden, moet op het vorderingensaldo een correctie toegepast worden voor de uitgaven in het kader van de hoofdwerken van de Oosterweelverbinding. De uitgaven voor dit project moeten geneutraliseerd worden. Die correctie wordt toegepast omdat het Oosterweelproject zich op termijn zou moeten terugverdienen, en er tegenover de voorziene uitgaven dus ontvangsten staan in de toekomst.

De verwachte uitgaven voor Oosterweel blijven de komende jaren min of meer constant. Tegen 2030 gaat het, net als bij de BO 2026, om 0,9 miljard euro. Dit bedrag wordt buiten de begrotingsdoelstelling gehouden.

Daarnaast wordt het vorderingensaldo gecorrigeerd met de ontvangsten en uitgaven in het kader van het relanceplan Vlaamse Veerkracht en Repower-EU(opent in nieuw venster). Die correctie wordt toegepast tot en met 2026. Vanaf 2027 valt die correctie weg.

Evolutie naar een begrotingsevenwicht

Bij constant beleid en uitvoering van het regeerakkoord, maar exclusief de extra maatregelen die de Vlaamse Regering bij de BO 2026 heeft genomen, zou er in 2026 een begrotingstekort (gecorrigeerd voor de begrotingsdoelstelling) van -3,0 miljard euro worden opgetekend. Dit tekort zou in 2027 dalen naar -1,8 miljard euro, om nadien terug toe te nemen. In 2030 zou het tekort -2,6 miljard euro bedragen.

Ten gevolge van de extra maatregelen die werden genomen bij de BO 2026 werd het tekort van 2026 gereduceerd tot -1,7 miljard euro. In 2027 zakt dit verder tot -0,7 miljard euro om nadien terug toe te nemen..

De geconsolideerde schuld van de Vlaamse overheid stijgt bij ongewijzigd beleid van 55,6 miljard euro in 2026 tot 74,6 miljard euro in 2030.