Investeringsfonds

Eind 2016 beslist de Vlaamse Regering om drie bestaande financieringskanalen te bundelen in het Vlaams fonds voor de stimulering van (groot)stedelijke en plattelandsinvesteringen. Dit investeringsfonds heeft als doel via subsidies de lokale investeringen in steden en plattelandsgemeenten te ondersteunen. Het fonds omvat het Vlaams grootstedenbeleid, het plattelandsfonds en stadsvernieuwing.

De drie onderdelen van het fonds zijn en blijven sterk verschillend qua inhoudelijke focus en uitvoeringsmodaliteiten.

Grootstedenbeleid

Het voormalige federale grootstedenbeleid met betrekking tot Vlaanderen blijven binnen het investeringsfonds bestemd voor 5 centrumsteden:

  • Antwerpen
  • Gent
  • Mechelen
  • Oostende
  • Sint-Niklaas

Deze 5 steden moeten de subsidies aanwenden voor investeringen in stadsvernieuwingsprojecten

Plattelandsfonds

Met het in 2014 gestarte plattelandsfonds beoogde de Vlaamse overheid een extra ondersteuning van een aantal plattelandsgemeenten die door de economische crisis onder druk kwamen te staan. Met de inkanteling in het investeringsfonds wordt de subsidiëringswijze behouden. De methodiek inzake het vaststellen van de doellijst, de prioritiseringslijst en het bepalen van de hoogte van de subsidie blijft behouden.

Stadsvernieuwing

Stadsvernieuwingsprojecten investeren in stedelijkheid, waarbij het zowel gaat om fysieke arrangementen (publieke ruimte, infrastructuur, nutsvoorzieningen, publieke voorzieningen, groen-blauwe dooradering, ...) als institutionele kaders, de sociale en culturele verbanden waarin stedelingen gesocialiseerd zijn en waarin ze participeren.

De Vlaamse overheid verleent steden 3 soorten subsidies voor stadsvernieuwingsprojecten:

  1. projectsubsidies
  2. conceptsubsidies
  3. thematische subsidies

Subsidies niet-centrumsteden

Naast de subsidies via het Investeringsfonds verleent het Vlaams Stedenbeleid ook twee specifieke subsidies aan een aantal niet-centrumsteden. Het gaat om:

  • Subsidies voor gemeenten met een mobiliteitsknooppunt
  • Subsidies voor grootstedelijke problematieken

Subsidies voor gemeenten met een mobiliteitsknooppunt

Vanaf 2020 stelt de Vlaamse Regering subsidies ter beschikking van Denderleeuw, Geraardsbergen en Zottegem, die geen centrum- of regiostad zijn, maar een knooppuntfunctie inzake mobiliteit in de regio uitoefenen.

De selectie van Denderleeuw, Geraardsbergen en Zottegem is gebaseerd op 3 objectieve criteria, waaronder een criterium, dat het gewicht als mobiliteitsknooppunt voldoende aantoont.

Met deze subsidies wil de Vlaamse Regering deze lokale besturen bijkomende financiële ruimte geven voor de kosten die zij ten gevolge van deze knooppuntfunctie moeten dragen. Zij kunnen autonoom beslissen over de besteding en rapporteren hierover via de jaarrekening die zij in het kader van de beheers- en beleidscyclus jaarlijks overmaken.

Objectieve parameters

De selectie van Denderleeuw, Geraardsbergen en Zottegem is gebaseerd op drie objectieve parameters:

  1. Een inwonersaantal van minimaal 20.000 inwoners, waardoor enkel gemeenten geselecteerd worden met voldoende bestuurskracht;
  2. Zij genieten momenteel nog niet van een voorafname in het gemeentefonds als regio- of centrumstad. De gemeenten die reeds genieten van een voorafname in het gemeentefonds, worden immers reeds vergoed voor hun centrumfunctie.
  3. Een minimum van 2.700 opstappende treinreizigers per werkdag. Dit toont een voldoende gewicht aan als mobipunt voor de regio.

Overzicht subsidies (in euro)

DenderleeuwGeraardsbergenZottegem
2022628.7721.045.648825.580
2023628.7721.045.648825.580
2024628.7721.045.648825.580
2025628.7721.045.648825.580

Subsidies voor grootstedelijke problematieken

Sinds 2017 voorziet de Vlaamse Regering extra middelen voor Dilbeek, Halle en Vilvoorde, die omwille van hun grote functionele verwevenheid met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geconfronteerd worden met grootstedelijke problematieken, zonder zelf een centrumstad te zijn.

De selectie- en financieringswijze van Dilbeek, Halle en Vilvoorde is gebaseerd op objectieve parameters die een goede weergave bieden van de trend richting verstedelijking en de bijbehorende maatschappelijke uitdagingen. Vanaf 2020 voorziet de Vlaamse Regering op basis van dezelfde objectieve parameters en binnen hetzelfde kader bijkomend subsidies voor Ninove.

Met deze subsidies wil de Vlaamse Regering deze lokale besturen bijkomende financiële ruimte geven om op lokaal niveau te komen tot structurele bestuurlijke antwoorden op deze uitdagingen. Zij kunnen autonoom beslissen over de besteding en rapporteren hierover via de jaarrekening die zij in het kader van de beheers- en beleidscyclus jaarlijks overmaken.

Objectieve parameters

  • een bevolkingsdichtheid van meer dan 500 inwoners per km²;
  • het migratiesaldo van personen met een niet-EU nationaliteit van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, behoort tot het hoogste kwartiel van alle Vlaamse steden en gemeenten;
  • het percentage leefloners ten opzichte van het volledige inwonersaantal van de stad of de gemeente, behoort tot het hoogste kwartiel van alle Vlaamse steden en gemeenten;
  • het percentage personen met een niet-EU+ nationaliteit (of derdelanders) ten opzichte van het volledige inwonersaantal van de stad of de gemeente, behoort tot het hoogste kwartiel van alle Vlaamse steden en gemeenten.

Personen met een niet-EU+ nationaliteit (of derdelanders) zijn personen met een nationaliteit van landen buiten de Europese Unie, Zwitserland, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein.

Vervolgens is uit de lijst van potentiële begunstigden een selectie gemaakt o.b.v. het inwonersaantal.
Dit leidde in 2017 tot de selectie van Vilvoorde, Dilbeek en Halle en vanaf 2020 ook Ninove, de stad die qua inwonersaantal de eerstvolgende gemeente is die aan de criteria voldoet.

Overzicht subsidies (in euro)

DilbeekHalleVilvoordeNinove
20221.329.749624.3051.505.0531.040.893
20231.329.749624.3051.505.0531.040.893
20241.329.749624.3051.505.0531.040.893
20251.329.749624.3051.505.0531.040.893