Gedaan met laden. U bevindt zich op: Subsidies stedenbeleid Stedenbeleid

Subsidies stedenbeleid

Subsidie Grootstedenbeleid

Middelen van het voormalige federale grootstedenbeleid zijn sinds 2015 overgeheveld naar Vlaanderen. Vijf centrumsteden – Antwerpen, Gent, Mechelen, Oostende en Sint-Niklaas - kunnen autonoom beslissen over de besteding van deze subsidie, met dien verstande dat ze aangewend dienen te worden voor investeringen in stadsvernieuwingsprojecten.

De subsidie heeft betrekking op een periode van vijf jaar. Die tijdsspanne moet hen voldoende tijd geven om uitvoering te geven aan de beleidskeuzes die ze met deze subsidie ondersteunen.

Ze moeten de functionele en financiële verantwoording van de subsidie opnemen in de jaarrekening.

Overzicht subsidie (in euro)

Antwerpen

Gent

Mechelen

Oostende

Sint-Niklaas

2024

10.711.351 €

2.233.139 €

511.996 €

268.250 €

549.503 €

2025

10.711.351 €

2.233.139 €

511.996 €

268.250 €

549.503 €

2026

3.751.987 €

782.227 €

179.342 €

93.963 €

192.481 €

Subsidie voor grootstedelijke uitdagingen

Sinds de integratie van het Stedenfonds in het Gemeentefonds ontvangt de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC), die namens de Vlaamse Gemeenschap in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest optreedt als bevoegde instantie, de middelen uit het vroegere Stedenfonds als subsidie voor grootstedelijke uitdagingen. De VGC kan deze middelen integreren in haar strategisch meerjarenplan en aanwenden voor grootstedelijke uitdagingen op het vlak van gemeenschapsmateries.

Overzicht subsidie (in euro)

Vlaamse Gemeenschapscommissie

2024

19.185.437,04

2025

19.856.927,34

2026

19.026.920,74

Subsidie voor grootstedelijke problematieken

De gemeenten Dilbeek, Halle, Vilvoorde en Ninove ontvangen extra middelen omdat ze door hun grote functionele verwevenheid met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, grootstedelijke problematieken ervaren zonder zelf centrumstad te zijn. De subsidie wordt toegekend via een jaarlijks ministerieel besluit en helpt hen om op lokaal niveau structurele bestuurlijke antwoorden te bieden.​​​​​

Dilbeek, Halle, Vilvoorde en Ninove kunnen autonoom beslissen over de besteding van de subsidie en ze gebruiken voor zowel personeels- en werkingskosten als voor investeringen. De gemeenten hebben 5 jaar om de middelen effectief uit te geven. Die tijdsspanne moet hen voldoende tijd geven om uitvoering te geven aan de beleidskeuzes die ze met deze subsidie ondersteunen.

Ze moeten de functionele en financiële verantwoording van de subsidie opnemen in de jaarrekening.

Overzicht subsidies (in euro)

Dilbeek

Halle

Vilvoorde

Ninove

2024

1.329.749

624.305

1.505.053

1.040.893

2025

1.329.749

624.305

1.505.053

1.040.893

2026

1.329.749

624.305

1.505.053

1.040.893

Subsidie voor centrumfunctie mobiliteit

De gemeenten Denderleeuw, Geraardsbergen en Zottegem ontvangen deze subsidie, omdat ze door hun knooppuntfunctie inzake mobiliteit een (groot)stedelijke aantrekking uitoefenen in de regio. De subsidie wordt toegekend via een jaarlijks ministerieel besluit en helpt hen de extra kosten te dragen.​​​​​

Denderleeuw, Geraardsbergen en Zottegem kunnen autonoom beslissen over de besteding van de subsidie en ze gebruiken voor zowel personeels- en werkingskosten als voor investeringen. De gemeenten hebben 5 jaar om de middelen effectief uit te geven. Die tijdsspanne moet hen voldoende tijd geven om uitvoering te geven aan de beleidskeuzes die ze met deze subsidie ondersteunen.

Ze moeten de functionele en financiële verantwoording van de subsidie opnemen in de jaarrekening.

Overzicht subsidies (in euro)

Denderleeuw

Geraardsbergen

Zottegem

2024

628.772

1.045.648

825.580

2025

628.772

1.045.648

825.580

2026

628.772

1.045.648

825.580

Subsidie uitdijende grootstedelijke effecten

Denderleeuw, Dilbeek, Geraardsbergen, Halle, Ninove en Vilvoorde ontvangen vanaf 2026 deze subsidie, omdat de demografische uitdagingen door de migratiedruk vanuit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest groot zijn in Dilbeek, Halle, Ninove en Vilvoorde alsook in Denderleeuw en Geraardsbergen, waar de knooppuntfunctie zorgt voor een structurele instroom van nieuwe inwoners, veelal uit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Denderleeuw, Dilbeek, Geraardsbergen, Halle, Ninove en Vilvoorde kunnen autonoom beslissen over de besteding van de subsidie en ze gebruiken voor zowel personeels- en werkingskosten als voor investeringen. De lokale besturen hebben 5 jaar om de middelen effectief uit te geven. Die tijdsspanne moet hen voldoende tijd geven om uitvoering te geven aan de beleidskeuzes die ze met deze subsidie ondersteunen.

Ze moeten de functionele en financiële verantwoording van de subsidie opnemen in de jaarrekening.

Overzicht subsidies (in euro)

2026

Denderleeuw

509.174,95

Dilbeek

1.076.820,98

Halle

505.557,61

Geraardsbergen

846.758,08

Ninove

842.907,51

Vilvoorde

1.218.780,87