Regel 1 - Gelijkwaardige delen

Schrijf een of meer koppeltekens in samenstellingen die bestaan uit gelijkwaardige delen.

Het gaat zowel om zelfstandige als om bijvoeglijke naamwoorden. De regel geldt ook voor bijvoeglijke naamwoorden waarin de delen elk afzonderlijk een religieuze, politieke of levensbeschouwelijke stroming omschrijven (burgerlijk-liberaal) of waarin het linkerdeel naar een plaats of een bevolkingsgroep verwijst en het rechterdeel een religieuze, politieke of levensbeschouwelijke stroming noemt (Grieks-orthodox).

Voorbeelden
  • zelfstandige naamwoorden: hotel-restaurant, hink-stap-sprong, priester-dichter
  • bijvoeglijke naamwoorden: biologisch-dynamisch, burgerlijk-liberaal (= burgerlijk en liberaal), cultureel-maatschappelijk, Duits-Frans, Grieks-orthodox, links-extremistisch (= links en extremistisch), medisch-administratief, Nederlands-hervormd, politiek-diplomatiek, paars-groen, politiek-filosofisch, rood-wit-blauw, rooms-katholiek, Vlaams-nationalistisch, zwart-wit

Regel 2

Schrijf ook een koppelteken tussen gelijkwaardige delen als die het linkerdeel van een samenstelling vormen.

Schrijf het rechterdeel van de samenstelling vast aan het laatste gelijkwaardige deel.

Voorbeelden

hotel-restaurantuitbater, ja-neevraag, kop-staartbotsing, maag-darmklachten, man-vrouwrelatie, winkel-wandelstraat, woon-werkverkeer, zwart-witfoto, zit-slaapbank

Regel 3

Schrijf in samenstellingen met gelijkwaardige delen als linkerdeel eventueel een extra koppelteken om de leesbaarheid te vergroten.

Voorbeelden

hotel-restaurant-uitbater, ja-nee-vraag, zwart-wit-foto

Regel 4 - Niet-gelijkwaardige delen

Schrijf tweedelige bijvoeglijke naamwoorden aaneen als de delen niet gelijkwaardig zijn.

Het gaat dan om gewone samenstellingen waarvan het rechterdeel de kern vormt. Het linkerdeel zegt iets over het rechterdeel. De delen zijn dus niet omwisselbaar. Deze regel geldt ook voor bijvoeglijke naamwoorden die zijn afgeleid van een woordgroep die bestaat uit een bijvoeglijk naamwoord en een zelfstandig naamwoord die samen een discipline, een beroep of een beoefenaar ervan beschrijven.

Voorbeelden

administratiefrechtelijk (afgeleid van administratief recht), christendemocratisch (democratisch op grond van christelijke overtuiging), extreemrechts (uiterst rechts), grijsblauw (grijsachtig blauw), nieuwlinks, paarswit (paarsachtig wit), populairwetenschappelijk (afgeleid van populaire wetenschap), sociaalpsychologisch (afgeleid van sociale psychologie of sociaal psycholoog)

Regel 5

Schrijf tweedelige bijvoeglijke naamwoorden die kunnen worden opgevat als een samenstelling met gelijkwaardige delen óf als een afleiding van een woordgroep aaneen of met een koppelteken, volgens de betekenis.

Zie regel 1 en 4.

Voorbeelden

- historisch-taalkundig (historisch en taalkundig bekeken) of historischtaalkundig (uit het oogpunt van de historische taalkunde)

- sociaal-economisch (met betrekking tot zowel het sociale als het economische) of sociaaleconomisch (uit het oogpunt van de sociale economie)

Regel 6

Schrijf zelfstandige naamwoorden die gevormd zijn op basis van bijvoeglijke naamwoorden met gelijkwaardige of niet-gelijkwaardige delen, op dezelfde manier als die bijvoeglijke naamwoorden.

Voorbeelden

gelijkwaardige delen
links-extremistisch dus links-extremist

niet-gelijkwaardige delen
christendemocratisch dus christendemocraat