Regel 1

Schrijf uitheemse woordgroepen op dezelfde manier als in de taal van herkomst.

Voorbeelden

a capella, a priori, à propos, ad hoc, art nouveau, au bain-marie, bon vivant, cordon bleu, eau de cologne, haute couture, hors-d’oeuvre, salto mortale, tête-à-tête

Regel 2 - In samenstelligen

Schrijf in samenstellingen met uitheemse woordgroepen een koppelteken tussen de delen van de woordgroep.

Schrijf het eerste of laatste deel van de uitheemse woordgroep vast aan het linker- of rechterdeel van de samenstelling. Een samenstelling is een woord dat bestaat uit twee delen die beide ook zelfstandig kunnen voorkomen (keukentafel = keuken en tafel).

Voorbeelden

a-capellakoor, ad-hocbeslissing, art-nouveaukunstenaar, eau-de-colognefles, gehaktcordon-bleu, hors-d’oeuvreschaal

Regel 3

Schrijf in samenstellingen met uitheemse woordgroepen eventueel een extra koppelteken om de leesbaarheid te vergroten.

Voorbeelden

a-capella-koor, ad-hoc-beslissing, art-nouveau-kunstenaar

Regel 4 - In afleidingen

Schrijf ook in afleidingen met uitheemse woordgroepen een koppelteken tussen de delen van de woordgroep.

Schrijf het achtervoegsel vast aan het laatste deel van de uitheemse woordgroep. Een afleiding is een woord dat bestaat uit een grondwoord en een of meer voor- of achtervoegsels (onschuldig). Voor- en achtervoegsels zijn delen die niet als afzonderlijk woord bestaan (on- en -ig).

Voorbeelden

a-priorisch, eau-de-cologneachtig, fin-de-siècleachtig