Procedure

De buitenlandse werknemer die wettig in België verblijft en van wie de arbeidskaart wordt geweigerd of ingetrokken, en de werkgever van wie de arbeidsvergunning wordt geweigerd of ingetrokken, kunnen in beroep gaan bij de bevoegde overheid.

Het beroep wordt ingesteld bij ter post aangetekende brief binnen een maand na kennisgeving van de aangetekende brief waarbij de beslissing tot weigering of intrekking wordt betekend. Het moet gemotiveerd zijn en opgesteld zijn in één van de drie landstalen.

De voorschriften uit de voorgaande leden zijn voorzien op straffe van nietigheid.

De koning kan de andere nadere regelen van de beroepsprocedure bepalen.

De minister kan binnen de bepalingen van het Besluit van de Vlaamse Regering een nieuwe beslissing nemen betreffende de aanvraag/intrekking.

Bij intrekking van een toelating tot arbeid mag er ook onmiddellijk een nieuwe aangraag gestart worden. Die wordt dan opnieuw onderzocht.

Afwijkingsgronden

De minister kan bij gemotiveerde beslissing, voor individuele behartigenswaardige gevallen om economische of sociale redenen, de volgende afwijkingen toestaan:

  1. Afwijken van de vereiste van diploma van het hoger onderwijs voor de toelating tot arbeid voor hoogopgeleiden. Voorwaarde voor de afwijking is dat beroepskwalificaties aangetoond worden op basis van ervaring of opleiding, en dat die beroepskwalificaties ingeschaald worden op niveau 5, overeenkomstig het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Door deze afwijking wordt het mogelijk om verpleegkundigen met een HBO5-diploma te aanvaarden als hoogopgeleiden.