Gedaan met laden. U bevindt zich op: SP 15109 - Verkoop van een onroerend goed met uitgestelde eigendomsoverdracht – Overlijden van de verkoper vóór de eigendomsoverdracht van het onroerend goed Vlaamse Belastingdienst

SP 15109 - Verkoop van een onroerend goed met uitgestelde eigendomsoverdracht – Overlijden van de verkoper vóór de eigendomsoverdracht van het onroerend goed

Administratief standpunt
Nummer

15109

Datum beslissing

7 september 2026

Publicatiedatum

21 september 2026

Heffing

  • Erfbelasting

Wettelijke basis

  • art. 2.7.3.2.1. VCF
  • art. 3.3.1.0.8, 12° VCF
  • art. 3.6.0.0.4., 1e lid, 1°, a

Standpunt

Een onroerend goed, waarvoor vóór het overlijden een onderhandse verkoopovereenkomst werd afgesloten met uitgestelde eigendomsoverdracht, behoort bij het overlijden van de verkoper vóór de eigendomsoverdracht tot het (onroerend) actief van de nalatenschap van de overleden verkoper.

Alsdan moet bij de aangifte voor de erfbelasting als volgt worden te werk gegaan :

Aan te geven in het actief :

  • het onroerend goed voor zijn verkoopwaarde (onroerend actief)
  • het betaalde voorschot bij toepassing van artikel 2.7.3.2.5 VCF (roerend actief)
  • een roerende schuldvordering ter waarde van het nog te betalen saldo van de verkoopprijs (roerend actief)

Aan te geven in het passief:

  • de leveringsplicht van het onroerend goed voor een waarde gelijk aan de verkoopwaarde (onroerend passief)

Indien, op het ogenblik van overlijden, de nalatenschap van de verkoper om één of andere reden geen recht meer had op de betaling van de prijs, bijvoorbeeld doordat het goed werd verkocht op lijfrente en de koper bijgevolg door het overlijden van de verkoper geen prijs meer moest betalen of doordat de schuldvordering van de verkoper op de koper ondertussen het voorwerp had uitgemaakt van een schenking, moet de aangifte als volgt worden ingevuld:

Aan te geven in het actief:

  • het onroerend goed voor zijn verkoopwaarde (onroerend actief)
  • het betaalde voorschot bij toepassing van artikel 2.7.3.2.5 VCF (roerend actief)

Aan te geven in het passief:

  • de leveringsplicht van het onroerend goed voor een waarde gelijk aan de verkoopwaarde (onroerend passief)

Indien de onderhandse verkoopovereenkomst met uitgestelde eigendomsoverdracht gesloten werd onder opschortende voorwaarde, en gevolgd werd door de schenking van de voorwaardelijke schuldvordering van de verkoper op de koper dient bij de initiële aangifte van nalatenschap als volgt te werk gegaan worden

  • het onroerend goed dient aangegeven te worden als actiefbestanddeel
  • de voorwaardelijke schuldvordering tot betaling van de prijs wordt niet aangegeven in het actief (de voorwaardelijke schuldvordering zit nog niet in het vermogen van de schenker-erflater)
  • de voorwaardelijke leveringsplicht wordt niet aangegeven in het passief
  • de notariële schenking van de voorwaardelijke schuldvordering valt onder de verplichte vermeldingen in de aangifte zoals voorzien in art. 3.3.1.0.8, §1, 12° VCF. Het feit dat er nog geen schenkbelasting werd geheven op de akte, verandert hier niets aan. Bij de uitleg bij deze schenking wordt vermeld dat het een schenking van een voorwaardelijke schuldvordering betreft m.b.t. de verkoop van het onroerend goed onder opschortende voorwaarde.

Eens de opschortende voorwaarde van de verkoopovereenkomst is vervuld, wordt de leveringsplicht m.b.t. het onroerend goed onvoorwaardelijk. Indien een nieuwe aangifte van nalatenschap wordt ingediend waarbij de leveringsplicht wordt aangegeven als passiefpost, zal, in toepassing van art. 3.6.0.0.4, eerste lid, 1° VCF, ontheffing verleend worden van de te veel geheven erfbelasting. Bij de verplichte vermelding van de notariële schenking (art. 3.3.1.0.8, §1, 12° VCF) wordt toegelicht dat de schuldvordering op de koper onvoorwaardelijk geworden is maar reeds weggeschonken is.

Indien de schenker-erflater de betaling van de schenkbelasting conventioneel ten zijne laste heeft genomen, betreft dit een schuld waartoe de erflater gehouden is onder opschortende voorwaarde. Zolang de voorwaarde niet vervuld is, wordt met deze schuld geen rekening gehouden en wordt ze niet opgenomen als passief van de nalatenschap. Van zodra de opschortende voorwaarde vervuld is, mag deze schuld wel als passief worden aangegeven in de nieuwe aangifte van nalatenschap, en ontstaat er een recht op teruggave in toepassing van art. 3.6.0.0.4, eerste lid, 1° VCF.

Dit standpunt is van toepassing op alle overlijdens die plaatsvinden vanaf de publicatiedatum.

Historische versies

Hieronder vindt u een overzicht van de historische versies van dit standpunt:

Standpunt nr. 15109 dd. 13.02.2023, publicatie op 28.02.2023
Standpunt nr. 15109 dd. 10.08.2015, publicatie op 03.09.2015